Uitspraak
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
de burgemeester van Amersfoort
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Het spoedeisend belang is verder ook niet in geschil.
Rechtbank Midden-Nederland
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland behandelde op 17 april 2026 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Amersfoort om de woning van verzoeker te sluiten op grond van artikel 174a, eerste lid, onder b van de Gemeentewet. De sluiting volgde op een incident waarbij de woning werd beschoten, met vondst van kogelhulzen en inschotpatroon in het raam, wat leidde tot ernstige verstoring van de openbare orde.
Verzoeker betwistte de sluiting en voerde onder meer aan dat hij niet in de gelegenheid was gesteld een zienswijze te geven, dat er geen concrete aanwijzingen waren voor een structurele verstoring, en dat de burgemeester niet had onderzocht of minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren. Ook stelde verzoeker dat de rapportages een onjuiste voorstelling van zaken geven en dat de maatregel onevenredig is gezien zijn persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van verwijtbaarheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang aanwezig was en dat het incident met de beschieting en de maatschappelijke onrust een ernstige verstoring van de openbare orde vormde. De burgemeester was bevoegd en mocht in redelijkheid de woning sluiten, mede gelet op de ernst van het incident, de registraties van verzoeker in het politiesysteem en het ontbreken van een verdachte. Minder ingrijpende maatregelen boden onvoldoende bescherming.
Hoewel de motivering van het besluit tekort schoot op het punt van noodzakelijkheid en evenwichtigheid, kon dit in de bezwaarfase worden hersteld. De belangenafweging wees uit dat het belang van bescherming en herstel van de openbare orde zwaarder woog dan de belangen van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de woning bleef gesloten tot 1 mei 2026.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wordt afgewezen en de woning blijft gesloten tot 1 mei 2026.