ECLI:NL:RBMNE:2026:3133
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarprocedure niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging erfgenamen
Mevrouw A ontving een persoonsgebonden budget in het kader van de Wet langdurige zorg en is in 2022 overleden. Het zorgkantoor nam in februari 2024 een besluit tot terugvordering van €27.352,71 gericht aan de nabestaanden. Eiseres maakte namens de erfgenamen bezwaar, maar kon geen verklaring van erfrecht overleggen en evenmin machtigingen van alle erfgenamen om de bezwaarprocedure te voeren.
Het zorgkantoor vroeg herhaaldelijk om deze machtigingen of een toelichting waarom deze niet konden worden verkregen. Hoewel een verklaring van erfrecht werd aangeleverd en het zorgkantoor coulance toonde door niet van alle erfgenamen machtigingen te eisen, bleef het ontbreken van machtigingen of toelichtingen per erfgenaam onopgelost. Eiseres reageerde niet op herhaalde verzoeken na juli 2025.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van erfrecht niet volstaat om bevoegdheid tot bezwaar namens alle erfgenamen aan te tonen. Zonder machtiging of toelichting kan het zorgkantoor niet vaststellen of eiseres bevoegd was. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van machtigingen van de erfgenamen, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.