Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de betekende dagvaarding met producties;
- het bericht van [eiser] van 9 april 2026 met producties;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, ook met producties;
- het bericht van [gedaagde] van 28 april 2026 met producties;
- het bericht van [gedaagde] van 7 mei 2026 met producties;
2.Feiten
sic) klopt.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
In conventie en in reconventie
NJ1984, 145). [gedaagde] dient te stellen en, bij betwisting, aannemelijk te maken dat (verdere) tenuitvoerlegging van die beschikking, kort gezegd, misbruik van recht in de zin van artikel 3:13 van Pro het Burgerlijk Wetboek door [eiser] oplevert.
- tijdens de zitting van 4 oktober 2022, die vooraf ging aan het vonnis van 21 oktober 2022, plechtig beloofde de toen geldende zorgregeling te zullen nakomen (zie hierboven bij 2.3.);
- het tijdens de procedure die uitmondde in de beschikking van 24 oktober 2023 niet over mishandelingen heeft gehad (zie bij 2.4. hierboven);
- tijdens de zitting van 11 oktober 2023 nog instemde met een overnachting van [minderjarige] bij zijn vader en een verdeling van de vakanties bij helfte;
- blijkens het JBT-verslag van 6 mei 2025 er zelf aan twijfelt of [minderjarige] wel de waarheid vertelt (zie hiervoor bij 2.6.);
- in haar mail van 12 januari 2026 aan [eiser] nog vakanties en feestdagen met hem afstemt en belang zegt te hechten aan nakoming van de zorgregeling (productie 36 [eiser] ).