Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3102

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
7 juni 2026
Zaaknummer
16/401174-24; 16/401759-24; 16/326004-24; 16/410304-24; 16/126292-25; 16/126345-25; 16/316971-25; 15/152972-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor benzinediefstal, winkeldiefstallen, belediging ambtenaren en poging tot afpersing

De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder benzinediefstal, winkeldiefstallen in vereniging, belediging van ambtenaren in functie en poging tot afpersing in vereniging. De feiten zijn gepleegd tussen 2023 en 2025 op diverse locaties in Nederland. De rechtbank sprak verdachte vrij van het bezit van amfetamine wegens onvoldoende bewijs.

De bewezenverklaring omvat onder meer het stelen van een televisie, benzine, koffiezetapparaten en levensmiddelen, het beledigen van zeven ambtenaren en de poging tot afpersing waarbij het slachtoffer werd geslagen en gedwongen tot het doen van een betaling via een betaalverzoek. De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verdachte over het vergeten te betalen voor benzine ongeloofwaardig was en dat de gedragingen wezen op opzet tot wederrechtelijke toe-eigening.

De rechtbank legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden met een proeftijd van 3 jaar en een taakstraf van 240 uur op. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van de feiten, het strafblad en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn jonge leeftijd en recente baan. Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelde partijen, deels volledig en deels gedeeltelijk, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel voor het slachtoffer van de poging tot afpersing.

Het in beslag genomen gripzakje met wit poeder werd onttrokken aan het verkeer. De rechtbank benadrukte het belang van het respecteren van eigendommen en de integriteit van ambtenaren en slachtoffers, en gaf verdachte een kans om zijn leven positief te veranderen door de voorwaardelijke straf.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 8 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, 240 uur taakstraf en schadevergoedingen voor diverse diefstallen, beledigingen en poging tot afpersing.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16/401174-24; 16/401759-24 (t.t.z. gevoegd); 16/326004-24 (t.t.z. gevoegd); 16/410304-24 (t.t.z. gevoegd); 16/126292-25 (t.t.z. gevoegd); 16/126345-25 (t.t.z. gevoegd); 16/316971-25 (t.t.z. gevoegd); 15/152972-25 (t.t.z. gevoegd).
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 3 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] in [plaats] .
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 20 mei 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. F.A.M. Bouwman;
  • de advocaat van de verdachte: mr. J.G.D. Rutten, advocaat te Hilversum (hierna: de advocaat);
  • de medewerker van Slachtofferhulp Nederland namens de benadeelde partij [slachtoffer] .

2.Tenlastelegging

De rechtbank nummert de feiten als volgt:
  • parketnummer 16/401174-24: feiten 1, 2 (primair en subsidiair), 3, 4, 5 en 6;
  • parketnummer 16/401759-24: feit 7;
  • parketnummer 16/326004-24: feit 8;
  • parketnummer 16/410304-24: feiten 9 en 10;
  • parketnummer 16/126292-25: feit 11;
  • parketnummer 16/126345-25: feit 12 (primair en subsidiair);
  • parketnummer 16/316971-25: feit 13;
  • parketnummer 15/152972-25: feit 14.
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
parketnummer 16/401174-24:
feit 1
op 8 december 2024 in Blaricum, samen met een of meer anderen, een televisie van de [bedrijf1] heeft gestolen;
feit 2 primair
op 13 mei 2023 in Muiden 36,19 liter benzine van [bedrijf2] [locatie 1] heeft gestolen;
feit 2 subsidiair
op 13 mei 2023 in Muiden 36,19 liter benzine van [bedrijf2] [locatie 1] heeft verduisterd;
feit 3
op 12 december 2024 in Eemnes een politieagent heeft beledigd;
feit 4
op 14 december 2024 in Houten een beveiligingsmedewerker van de politie heeft beledigd;
feit 5
op 7 december 2024 in Bussum koffiezetapparaten van de [bedrijf1] heeft gestolen;
feit 6
op 12 december 2024 in Soest, samen met een of meer anderen, koffiezetapparaten van de [bedrijf1] heeft gestolen;
parketnummer 16/401759-24:
(hierna: feit 7)
op 15 september 2024 in Baarn, samen met een of meer anderen, heeft geprobeerd om [slachtoffer] af te persen;
parketnummer 16/326004-24:
(hierna: feit 8)
op 30 november 2023 in Hilversum, samen met een of meer anderen, opzettelijk 32,84 gram amfetamine aanwezig heeft gehad;
parketnummer 16/410304-24:
feit 1 (hierna: feit 9)
op 30 december 2024 in Huizen een politieagent heeft beledigd;
feit 2 (hierna: feit 10)
op 30 december 2024 in Huizen een politieagent heeft beledigd;
parketnummer 16/126292-25:
(hierna: feit 11)
op 20 april 2025 in Baarn een politieagent heeft beledigd;
parketnummer 16/126345-25:
primair (hierna: feit 12 primair)
op 21 april 2025 in Huizen meerdere levensmiddelen van de [bedrijf1] heeft gestolen;
subsidiair (hierna: feit 12 subsidiair)
op 21 april 2025 in Huizen heeft geprobeerd meerdere levensmiddelen van de [bedrijf1] te stelen;
parketnummer 16/316971-25:
(hierna: feit 13)
op 23 november 2025 in Soest een buitengewoon opsporingsambtenaar heeft beledigd;
parketnummer 15/152972-25:
(hierna: feit 14)
op 29 januari 2025 in Haarlem een politieagent heeft beledigd.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 primair, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 subsidiair, 13 en 14 heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van de feiten 2 primair en subsidiair, 8 en 12 primair en subsidiair.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Vrijspraak feit 8
De rechtbank oordeelt dat feit 8 niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Op grond van de inhoud van de stukken in het dossier en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de amfetamine die is aangetroffen in de auto waarin de verdachte als bijrijder zat en in de jas die hij van de medeverdachte had geleend.
3.3.2.
Bewijsmiddelen feiten 2 primair, 7 en 12 primair
De rechtbank oordeelt dat de feiten 2 primair, 7 en 12 primair zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.3.
Bewijsoverwegingen feit 2 primair
De advocaat voert aan dat de verdachte geen opzet had op wederrechtelijke toe-eigening toen hij op 13 mei 2023 zonder te betalen wegreed bij [bedrijf2] [locatie 1] te Muiden nadat hij daar had getankt. De verdachte verklaart immers dat hij is vergeten om af te rekenen. De rechtbank ziet dit anders en oordeelt dat deze verklaring van de verdachte ongeloofwaardig is. Uit de feiten en omstandigheden zoals die volgen uit de bewijsmiddelen valt niet af te leiden dat de verdachte op enig moment van plan is geweest om de benzine af te rekenen. Ook nadien heeft de verdachte geen actie ondernomen om alsnog te betalen voor de benzine. Naar de uiterlijke verschijningsvorm kunnen de gedragingen van de verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden aangemerkt dan gericht op het wederrechtelijk toe-eigenen van de benzine.
3.3.4.
Bewijsmiddelen feiten 1, 3, 4, 5, 6, 9, 10, 11, 13 en 14
De verdachte bekent dat hij de feiten 1, 3, 4, 5, 6, 9, 10, 11, 13 en 14 heeft gepleegd, zoals deze hieronder bewezen zijn verklaard. Door hem of namens hem is ook niet om vrijspraak van die feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt hieronder daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert.
Voor feit 1: [1]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
  • een proces-verbaal van aangifte van 12 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 1] namens [bedrijf1] Blaricum, pagina 18 e.v.
Voor feit 3:
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
  • een proces-verbaal van aangifte van 12 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 2] , pagina 110 e.v.
Voor feit 4:
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
  • een proces-verbaal van aangifte van 14 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 3] , pagina 205 e.v.
Voor feit 5:
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
  • een proces-verbaal van aangifte van 13 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 4] namens [bedrijf1] , pagina 122 e.v.
Voor feit 6:
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
  • een proces-verbaal van aangifte van 13 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 5] namens [bedrijf1] , pagina 142 e.v.
Voor feit 9: [2]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
  • een proces-verbaal van aangifte van 31 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 6] , pagina 6 e.v.
Voor feit 10:
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
  • een proces-verbaal van aangifte van 2 januari 2025, inhoudende de verklaring van [aangever 7] , pagina 9 e.v.
Voor feit 11: [3]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
  • een proces-verbaal van aangifte van 20 april 2025, inhoudende de verklaring van [aangever 8] , pagina 14 e.v.
Voor feit 13: [4]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
  • een proces-verbaal van aangifte van 24 november 2025, inhoudende de verklaring van [aangever 9] , pagina 5 e.v.
Voor feit 14: [5]
  • de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
  • een proces-verbaal van aangifte van 29 januari 2025, inhoudende de verklaring van [aangever 10] , pagina 5 e.v.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
op 8 december 2024 te Blaricum, tezamen en in vereniging met een ander, een televisie (merk: Philips, type Smart LED 43 inch) die aan de [bedrijf1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 2 primair
op 13 mei 2023 te Muiden, gemeente Gooise Meren, 36,19 liter benzine (ter waarde van 67,64 euro) die aan de [bedrijf2] [locatie 1] (gevestigd aan de [adres 2] , [postcode 2] Muiden) toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 3
op 12 december 2024 te Eemnes, opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 2] (hoofdagent bij de Eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen:
- ‘ Jij bent echt een kanker sukkel’,
- ‘ Vies kanker sukkeltje’,
- ‘ Je kanker moeder’,
- ‘ Je bent een kanker kneus’, en
- ‘ Je kankerhoeren kanker moeder’;
feit 4
op 14 december 2024 te Houten, opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 3] (assistent beveiliging B), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling en door feitelijkheden heeft beledigd, door die [aangever 3]
- de woorden toe te voegen: “Je bent een kankerhoer”, en
- op het lichaam te spugen;
feit 5
omstreeks 7 december 2024 te Bussum, gemeente Gooise Meren, tezamen en in vereniging met een ander, meerdere (Senseo) koffiezetapparaten die aan de [bedrijf1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 6
op 12 december 2024 te Soest, tezamen en in vereniging met een ander, meerdere (Senseo) koffiezetapparaten die aan de [bedrijf1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 7
op 15 september 2024 te Baarn, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, dat aan die [slachtoffer] toebehoorde
- een afspraak heeft gemaakt via de app Grindr, althans een app, met een persoon die zich voordeed als “ [naam] ”, en die [slachtoffer] heeft laten
komen naar een afgelegen locatie en
- die [slachtoffer] heeft getroffen op een afgelegen locatie en vervolgens die [slachtoffer] heeft gevraagd om mee te lopen en
- die [slachtoffer] heeft verrast met een tweede persoon, zijn medeverdachte, en
- die [slachtoffer] bij zijn lichaam heeft vastgepakt en
- die [slachtoffer] meermalen tegen zijn lichaam heeft geduwd en aan zijn lichaam heeft getrokken en
- die [slachtoffer] meermalen in zijn gezicht heeft geslagen en
- daarbij de woorden heeft toegevoegd: “ik wil geld zien” en “maak geld over naar mijn rekening”, en
- die [slachtoffer] een Tikkie heeft gestuurd naar zijn telefoon en hem heeft gesommeerd deze te betalen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 9
op 30 december 2024 te Huizen, opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 6] , aspirant bij de Eenheid Midden-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: “kijk kankerwouten” en “je bent gewoon een kankermongooltje”;
feit 10
op 30 december 2024 te Huizen, opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 7] , aspirant bij de Eenheid Midden-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: “kijk kankerwouten”;
feit 11
op 20 april 2025 te Baarn opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 8] (hoofdagent bij de politie eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: “Kankerjoden”;
feit 12 primair
op 21 april 2025 te Huizen meerdere levensmiddelen, die aan de [bedrijf1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
feit 13
op 23 november 2025 te Soest opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 9] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: “je kankermoeder”;
feit 14
op 29 januari 2025 te Haarlem opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 10] , politieambtenaar, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: “Vies dik kankerzwijn” en “je kankermoeder”.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1, feit 5 en feit 6, telkens:
diefstal door twee of meer verenigde personen;
feit 2 primair en feit 12 primair, telkens:
diefstal;
feit 3, feit 4, feit 9, feit 10, feit 11, feit 13, en feit 14, telkens:
eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, niet zijnde een lid van een algemeen vertegenwoordigend lichaam;
feit 7
poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
4.2.
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en/of maatregel

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat de verdachte op een kantelpunt in zijn leven zit en veel zal verliezen als de rechtbank hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt. De advocaat vraagt de rechtbank bij het bepalen van de op te leggen straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, hem een laatste kans te geven en geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank legt aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden, met een proeftijd van 3 jaar, en een taakstraf van 240 uur op.
Bij het bepalen van deze straffen houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft benzine gestolen, vier winkeldiefstallen gepleegd en zeven ambtenaren in functie mondeling beledigd. Dit zijn vervelende feiten. Benzinediefstal en winkeldiefstal zijn misdrijven die naast schade ook hinder veroorzaken voor het gedupeerde bedrijf en zijn werknemers. Belediging van een ambtenaar in functie is kwetsend en denigrerend. De verdachte heeft met het plegen van deze feiten laten zien geen respect te hebben voor de eigendommen en gevoelens van de slachtoffers en zijn eigen belangen en frustraties ten koste van die slachtoffers voorop te stellen.
De verdachte heeft daarnaast, samen met een ander, met geweld en bedreiging met geweld een man proberen te overvallen. De verdachte heeft het slachtoffer naar een afgelegen plek gelokt en het slachtoffer vervolgens samen met de medeverdachte meerdere keren in het gezicht geslagen terwijl zij riepen dat zij geld van het slachtoffer wilde hebben. Toen bleek dat het slachtoffer geen contant geld bij zich had moest het slachtoffer via zijn telefoon geld overmaken naar de verdachte. Dit is een ernstig feit. De verdachte heeft hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke gebeurtenissen een grote impact kunnen hebben op slachtoffers en zelfs kunnen leiden tot traumatische ervaringen met langdurige psychische gevolgen. Daarnaast zorgen dit soort feiten voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. De verdachte is hieraan voorbijgegaan en heeft kennelijk alleen oog gehad voor eigen financieel gewin.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank houdt rekening met het strafblad van de verdachte van 11 mei 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte op 23 februari 2021 is veroordeeld voor onder meer diefstal en belediging van een ambtenaar in functie.
Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij sinds maart 2026 een fulltime baan heeft. Verder is de verdachte bezig met het aflossen van schulden.
Strafkader
De rechtbank houdt er bij het bepalen van de op te leggen straf rekening mee dat de verdachte na het plegen van een aantal van de bewezen verklaarde feiten is veroordeeld is tot een geldboete van € 1.000,00 en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van 6 maanden. De rechtbank past de voorschriften toe die gelden voor de situatie waarin de verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk.
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Kijkend naar de ernst van de feiten ligt het zwaartepunt naar het oordeel van de rechtbank op de onder feit 7 bewezen verklaarde poging tot afpersing. Het oriëntatiepunt voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. De rechtbank neemt dit oriëntatiepunt als uitgangspunt en weegt als strafverzwarend mee dat de poging tot afpersing in vereniging met een ander is gepleegd.
Vanwege de ernst en veelheid van de feiten is in beginsel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte leiden de rechtbank echter tot het oordeel dat het op dit moment niet passend is om de verdachte naar de gevangenis te sturen. De verdachte is nog jong en staat op een keerpunt in zijn leven. Ook heeft de verdachte op zitting (grotendeels) zijn rol bij de bewezenverklaarde feiten erkend en toegegeven. Door het tijdsverloop, in het bijzonder ten opzichte van het zwaarste feit (de poging tot afpersing), is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf minder passend geworden. Door geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen krijgt de verdachte de kans om te laten zien dat hij zijn leven een positieve wending kan geven. De voorwaardelijke gevangenisstraf moet hem daarbij helpen. De rechtbank legt de verdachte daarnaast een forse taakstraf op omdat hij, vanwege de ernst en veelheid van de strafbare feiten, moet voelen dat het fout is wat hij heeft gedaan.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de in beslag genomen verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft zich voor de in beslag genomen voorwerpen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het in beslag genomen voorwerp, te weten gripzakje met wit poeder (goednummer PL0900-2023367297-3259884), onttrekken aan het verkeer omdat dit voorwerp een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet bevat.

7.Vordering benadeelde partij

7.1.
Vordering van de benadeelde partijen
[benadeelde 1] heeft zich namens [bedrijf3] gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 399,99 voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van materiële schade, te weten de uit de winkel gestolen televisie. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
[benadeelde 2] heeft zich namens [bedrijf4] gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 67,64 voor feit 2, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van materiële schade, te weten de gestolen brandstof. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
[slachtoffer] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 950,00 voor feit 7, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit vergoeding van immateriële schade (smartengeld). Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie concludeert tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [bedrijf3] tot een bedrag van € 309,00 euro, omdat uit de onderbouwing van de vordering blijkt dat de televisie was afgeprijsd tot dat bedrag. De officier van justitie verzoekt dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente.
De officier van justitie concludeert tot gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [bedrijf4] , vermeerderd met de wettelijke rente.
De officier van justitie concludeert tot gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] , vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft de rechtbank verzocht de officier van justitie te volgen in haar conclusie voor de vordering van de benadeelde partij [bedrijf3] .
De advocaat heeft de rechtbank verzocht om de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 475,00, omdat de benadeelde partij aangeeft dat hij emotioneel geen last van het strafbare feit heeft gehad.
De advocaat heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [bedrijf4] af te wijzen, gezien de door hem bepleitte vrijspraak.
7.4.
Oordeel van de rechtbank
7.4.1.
[bedrijf3]
De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijf3] gedeeltelijk toe. Het gedeelte van de vordering dat ziet op de gestolen televisie is tot een bedrag van € 309,00 voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het onder 1 bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst daarom dit deel van de vordering toe. De rechtbank wijst de vordering voor het overige af.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 8 december 2024 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval hebben zowel de verdachte als de benadeelde partij op punten ongelijk gekregen. Omdat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die door het door hem gepleegde feit is ontstaan en omdat een substantieel deel van de gevorderde schade wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
De rechtbank legt geen schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op voor de benadeelde partij [bedrijf3] . Met de schadevergoedingsmaatregel wordt (kort gezegd) beoogd dat het slachtoffer er niet zelf voor hoeft te zorgen dat de verdachte de schadevergoeding betaalt, maar dat de Staat dat voor hem doet. De benadeelde partij in deze zaak is echter een groot bedrijf met een infrastructuur gericht op beveiliging en incasso, waarvan naar het oordeel van de rechtbank in beginsel worden verwacht dat zij de schadevergoeding zelf bij de verdachte (kunnen) incasseren. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.
7.4.2.
[bedrijf4]
De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijf4] geheel toe. De vordering is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 2 primair bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 13 mei 2023 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
De rechtbank legt geen schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op voor de benadeelde partij [bedrijf4] . Met de schadevergoedingsmaatregel wordt (kort gezegd) beoogd dat het slachtoffer er niet zelf voor hoeft te zorgen dat de verdachte de schadevergoeding betaalt, maar dat de Staat dat voor hem doet. De benadeelde partij in deze zaak is echter een rechtspersoon en van rechtspersonen mag naar het oordeel van de rechtbank in beginsel worden verwacht dat zij de schadevergoeding zelf bij de verdachte (kunnen) incasseren. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.
7.4.3.
[slachtoffer]
De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe. Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW Pro onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte gepleegde strafbare feit. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 700,00 billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank wijst het meer gevorderde af.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 15 september 2024 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. In dit geval hebben zowel de verdachte als de benadeelde partij op punten ongelijk gekregen. Omdat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die door het door hem gepleegde feit is ontstaan en omdat een substantieel deel van de gevorderde schade wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 700,00 aan de Staat moet betalen.
De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

8.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straffen, maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 63, 266, 267, 310, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht;
  • artikel 13a van de Opiumwet.

9.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart feit 8 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 primair, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 10, 11, 12 primair, 13 en 14 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.3 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvan
8 maanden;
- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een
proeftijdvan
3 (drie) jarenvast;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvan
240 uren;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;
beslag
- verklaart het volgende voorwerp onttrokken aan het verkeer:
 gripzakje met wit poeder (goednummer PL0900-2023367297-3259884).
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [bedrijf3] (feit 1)
- wijst de vordering van [bedrijf3] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 309,00;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [bedrijf3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 december 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [bedrijf3] voor wat betreft het meer gevorderde af;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [bedrijf4] (feit 2 primair)
- wijst de vordering van [bedrijf4] van € 67,64 geheel toe;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [bedrijf4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 mei 2023 tot de dag van volledige betaling;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer] (feit 7)
- wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 700,00;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 700,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 7 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. T. van Haaren-Paulus, voorzitter, mrs. V.A. Groeneveld en A.M.M. Lemmen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
De voorzitter en jongste rechter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
parketnummer 16/401174-24:
1
op of omstreeks 8 december 2024 te Blaricum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een televisie (merk: Philips, type Smart LED 43 inch), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
op of omstreeks 13 mei 2023 te Muiden, gemeente Gooise Meren, althans in Nederland, 36,19 liter benzine (ter waarde van 67,64 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf2] [locatie 1] (gevestigd aan/ter hoogte van de [adres 2] , [postcode 2] Muiden), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
op of omstreeks 13 mei 2023 te Muiden, gemeente Gooise Meren, althans in Nederland, opzettelijk 36,19 liter benzine (ter waarde van 67,64 euro), in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijf2] [locatie 1] (gevestigd aan/ter hoogte van de [adres 2] , [postcode 2] Muiden), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welke benzine verdachte bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan de [adres 2] , had getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
3
op of omstreeks 12 december 2024 te Eemnes, altahans in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 2] (hoofdagent bij de Eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen:
- ' Jij bent echt een kanker sukkel',
- ' Vies kanker sukkeltje',
- ' Je kanker moeder',
- ' Je bent een kanker kneus', en/of
- ' Je kankerhoeren kanker moeder',
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
4
op of omstreeks 14 december 2024 te Houten, althans in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 3] (assistent beveiliging B), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling en/of door feitelijkheden heeft beledigd, door die [aangever 3]
- de woorden toe te voegen: "Je bent een kankerhoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of
- in het gezicht en/of op het lichaam te spugen;
5
in of omstreeks 7 december 2024 te Bussum, gemeente Gooise Meren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere (Senseo) koffiezetapparaat/ koffiezetapparaten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
6
op of omstreeks 12 december 2024 te Soest, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere (Senseo) koffiezetapparaat/ koffiezetapparaten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
parketnummer 16/401759-24:
op of omstreeks 15 september 2024 te Baarn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n)
- een afspraak heeft gemaakt via de app Grindr, althans een app, met een persoon die zich voordeed als " [naam] ", althans een valse naam, en die [slachtoffer] heeft laten
komen naar een (afgelegen) locatie en/of
- die [slachtoffer] heeft getroffen op een (afgelegen) locatie en vervolgens die [slachtoffer] heeft gevraagd om mee te lopen en/of
- die [slachtoffer] heeft overvallen/verrast met een tweede persoon, zijn medeverdachte, en/of
- die [slachtoffer] bij zijn lichaam heeft vastgepakt en/of
- die [slachtoffer] een of meermalen tegen zijn lichaam heeft geduwd en/of aan zijn lichaam heeft getrokken en/of
- die [slachtoffer] een of meermalen in zijn gezicht/tegen zijn hoofd, althans het lichaam, heeft geslagen/gestompt en/of
- daarbij de woorden heeft toegevoegd: "ik wil geld zien" en/of "maak geld over naar mijn rekening", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer] een betaalverzoek/Tikkie heeft gestuurd naar zijn telefoon en hem heeft gesommeerd deze te betalen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
parketnummer 16/326004-24:
op of omstreeks 30 november 2023 te Hilversum tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 32,84 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
parketnummer 16/410304-24:
1
op of omstreeks 30 december 2024 te Huizen, althans in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 6] , aspirant bij de Eenheid Midden-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kijk kankerwouten" en/of "je bent gewoon een kankermongooltje", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
2
op of omstreeks 30 december 2024 te Huizen, althans in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 7] , aspirant bij de Eenheid Midden-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kijk kankerwouten", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
parketnummer 16/126292-25:
op of omstreeks 20 april 2025 te Baarn opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 8] (hoofdagent bij de politie eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "Kankerjoden", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
parketnummer 16/126345-25:
op of omstreeks 21 april 2025 te Huizen een of meerdere levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
op of omstreeks 21 april 2025 te Huizen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meerdere levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen een of meerdere goederen niet ter betaling heeft aangeboden bij de kassa, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
parketnummer 16/316971-25:
op of omstreeks 23 november 2025 te Soest opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 9] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,
in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "je kankermoeder", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
parketnummer 15/152972-25:
hij op of omstreeks 29 januari 2025 te Haarlem opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever 10] , politieambtenaar, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: “Vies dik kankerzwijn” en/of "je kankermoeder", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Feit 2 primair: [6]
Een proces-verbaal van aangiftevan 13 juni 2023, voor zover inhoudende als verklaring van [aangever 11] , zakelijk weergegeven:
Plaats delict : [adres 2] , [postcode 3] Muiden, binnen de gemeente Gooise
Pleegdatum/tijd : 13 mei 2023
Namens het slachtoffer [bedrijf2] [locatie 1] , [adres 2] , [postcode 2] Muiden, binnen de gemeente Gooise Meren.
De werkwijze: Tankt, wacht even tot hij zijn vriend heeft gesproken die net aan komt rijden. Stapt in en rijdt weg. [7]
Bijlage goederen
Object: Benzine
Totale hoeveelheid: 36,19 l
Waarde: EUR 67,64 [8]
De verklaring van de verdachteop de zitting van 20 mei 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
U houdt mij de aangifte van [aangever 11] voor. Het klopt dat ik daar ben geweest, ik daar heb getankt en ik niet heb betaald..
Feit 7: [9]
Een proces-verbaal van aangiftevan 16 september 2024, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] , zakelijk weergegeven:
Op 15 september 2024 stuurde ik een berichtje via Grindr om af te spreken voor een sexdate. Ik stuurde een berichtje naar een account met de profielnaam [naam] . Ik zag dat de persoon (vervolg: [naam] ) achter de chat wilde wel met mij afspreken en we spraken af op de parkeerplaats van [locatie 2] aan de [adres 3] in Baarn. Daar zit een pad het bos in. Bij dit pad sprak ik af met [naam] . Nadat ik mijn bus parkeerde, stapte ik uit de bus en liep ik richting het pad. [10] Halverwege het pad kwam ik [naam] tegen. Ik hoorde hem zeggen dat we verder door zouden lopen. Ik liep het eerste stukje naar [naam] toe. Ik zag dat [naam] een kant op wees en ik hoorde hem zeggen dat hij daar heen wilde lopen. Op dat moment sloeg de sfeer om. Tegelijk voelde ik dat [naam] mij vastpakte aan mijn jas. Ik probeerde weg te lopen, maar op dat moment zag ik een tweede man aanlopen. De tweede man pakte mij beet aan mijn rechter bovenarm en hield mij vast aan mijn jas. Ik zag dat [naam] zijn rechterarm naar achteren haalde en zijn vuist balde. Ik zag dat [naam] hard uithaalde naar mijn gezicht. Ik voelde dat de vuist van [naam] mijn gezicht aan de linkerkant raakte, dicht bij mijn neus op mijn wang en oogkas. Ik zag en voelde dat de vuist mij niet volledig raakte, maar omdat ik mijn hoofd half wegdraaide, raakte [naam] mij niet vol op mijn gezicht. Ik hoorde [naam] zeggen dat hij geld wilde zien. De tweede man hield mij de hele tijd vast. Ik hoorde nogmaals dat de mannen geld wilde. Ik zag en voelde dat [naam] vervolgens weer aan mij begon te trekken en te duwen. Ik hoorde hem vragen om het geld over te maken naar zijn rekening. Omdat ik er te lang over deed om te antwoorden, zag en voelde ik dat ik twee keer werd geslagen. Ik zag namelijk dat [naam] zijn rechterarm naar achteren haalde en zijn vuist balde. Ik zag dat zijn vuist met kracht richting mijn gezicht werd gehaald. Ik voelde dat de klap op de linkerkant van mijn neus terecht kwam. Ik voelde een intense pijn door mijn gezicht schieten. Vervolgens kwam gelijk de tweede klap. Ook hierbij zag ik dat [naam] zijn rechterarm naar achteren haalde en zijn vuist balde. Omdat ik weggedraaid was, voelde ik dat de tweede klap op mijn oog en op mijn wenkbrauw terecht kwam. Ik voelde een pijnscheut door mijn hoofd schieten. Vervolgens voelde ik mij flink duizelig worden en wankelde ik op mijn benen. Nadat ik de twee klappen van [naam] had gekregen, zag ik dat hij zijn pas liet zien. Ik zag dat het om een rode bankpas ging. Ik pakte onder dwang mijn telefoon om telebankieren te openen. Ik hoorde [naam] zijn rekeningnummer opnoemen, maar dat kwam er niet goed uit. Vervolgens zag en hoorde ik dat de beide mannen geïrriteerd raakten omdat de overschrijving niet werkte. Omdat ik er van af wilde zijn, stelde ik voor om een Tikkie te laten betalen. Ik vroeg aan [naam] hoe hij dit wilde regelen, want daarvoor had ik zijn 06-nummer voor nodig. Ik hoorde [naam] zeggen dat ik mijn nummer moest geven, zodat hij mij een Tikkie kon sturen. Hierop gaf ik mijn nummer. Ik zag vervolgens ongeveer een minuut later mijn telefoon overgaan. Ik zag op mijn telefoon dat het ging om een WhatsAppgesprek. Blijkbaar wilde [naam] checken of ik echt mijn telefoonnummer had gegeven. Een klein moment later zag ik een betaalverzoek binnenkomen. Ik hoorde de tweede man zeggen dat ik eerst het telefoonnummer van [naam] moest opslaan om het verzoek te kunnen betalen. Ik sloeg het 06-nummer op in mijn telefoon. Ik probeerde het verzoek te betalen, maar wederom vroeg de app om de Raboreader. Vervolgens zei ik tegen de mannen dat ze dit keer een Tikkie moesten sturen, maar dat ik ook dacht dat het bedrag mogelijk te hoog zou zijn. Ik hoorde de mannen vervolgens zeggen dat ze met mij mee naar huis zouden gaan om daar met de Raboreader te kunnen betalen. [11]
Aangekomen op het politiebureau kreeg ik allerlei berichten van [naam] in de Grindr-app. Ik zag dat [naam] bedreigende berichten stuurde en dat hij geld wilde. Een aantal van zijn berichten waren:
- Als je thuis bent overmaken;
- Je krijgt 30 minuten de tijd;
- Je hebt nog 20 minuten de tijd;
- Nog 10 minuten;
- Nog 5 minuten;
- Beter voor jezelf, regel het; [12]
Met de politie keek ik in de app naar aanwijzingen. Daarbij zagen wij dat het betaalverzoek was aangemaakt onder de naam [verdachte] met het IBAN-nummer [rekeningnummer] . Ook zagen wij het nummer waarmee [naam] mij had geappt, namelijk met [telefoonnummer] . [13]
De verklaring van de verdachteop de zitting van 20 mei 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
U houdt mij de aangifte van [slachtoffer] voor. Ik was daar aanwezig. Het betaalverzoek is met mijn telefoon gestuurd.
Feit 12 primair: [14]
Een proces-verbaal van aangiftevan 22 april 2025, voor zover inhoudende als verklaring van [aangever 12] namens [bedrijf1] [locatie 3] , zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van diefstal. Bij het uitvoeren van een zelfscancontrole bleek dat niet alle goederen waren gescand door de verdachte. Meneer rekende drie producten af en drukte vervolgens op betalen, terwijl hij 4 dingen niet had afgerekend.
De volgende goederen zijn bij de diefstal weggenomen: Boerderij chips, Kinder Bueno, Robuuste chips, Maazza drink. [15]
Een proces-verbaal van bevindingenvan 22 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op de beelden zie ik [medeverdachte] en [verdachte] de supermarkt binnen komen. Omstreeks 21:26 uur, komen beide heren bij zelfscankassa nummer 9. [verdachte] scant enkel producten en betaalt deze. Hierna lopen beide heren richting de uitgang met beiden producten in hun handen. [16]

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024394823, doorgenummerd pagina 1 tot en met 213. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.
2.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024413374, doorgenummerd pagina 1 tot en met 26. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.
3.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025128498, doorgenummerd pagina 1 tot en met 20. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.
4.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025400452, doorgenummerd pagina 1 tot en met 28. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.
5.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Noord-Holland met proces-verbaalnummer PL1100-2025021084, doorgenummerd pagina 1 tot en met 20. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.
6.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024394823, doorgenummerd pagina 1 tot en met 213. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
7.Pagina 179.
8.Pagina 180.
9.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024293591, doorgenummerd pagina 1 tot en met 213. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.
10.Pagina 113.
11.Pagina 114.
12.Pagina 115.
13.Pagina 116.
14.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025129669, doorgenummerd pagina 1 tot en met 22. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.
15.Pagina 5.
16.Pagina 16.