Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. F.A.M. Bouwman;
- de advocaat van de verdachte: mr. J.G.D. Rutten, advocaat te Hilversum (hierna: de advocaat);
- de medewerker van Slachtofferhulp Nederland namens de benadeelde partij [slachtoffer] .
2.Tenlastelegging
- parketnummer 16/401174-24: feiten 1, 2 (primair en subsidiair), 3, 4, 5 en 6;
- parketnummer 16/401759-24: feit 7;
- parketnummer 16/326004-24: feit 8;
- parketnummer 16/410304-24: feiten 9 en 10;
- parketnummer 16/126292-25: feit 11;
- parketnummer 16/126345-25: feit 12 (primair en subsidiair);
- parketnummer 16/316971-25: feit 13;
- parketnummer 15/152972-25: feit 14.
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 12 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 1] namens [bedrijf1] Blaricum, pagina 18 e.v.
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 12 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 2] , pagina 110 e.v.
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 14 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 3] , pagina 205 e.v.
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 13 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 4] namens [bedrijf1] , pagina 122 e.v.
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 13 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 5] namens [bedrijf1] , pagina 142 e.v.
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 31 december 2024, inhoudende de verklaring van [aangever 6] , pagina 6 e.v.
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 2 januari 2025, inhoudende de verklaring van [aangever 7] , pagina 9 e.v.
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 20 april 2025, inhoudende de verklaring van [aangever 8] , pagina 14 e.v.
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 24 november 2025, inhoudende de verklaring van [aangever 9] , pagina 5 e.v.
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 20 mei 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 29 januari 2025, inhoudende de verklaring van [aangever 10] , pagina 5 e.v.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en/of maatregel
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vordering benadeelde partij
8.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 63, 266, 267, 310, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 13a van de Opiumwet.
9.De beslissing
gevangenisstrafvan
8 maanden;
proeftijdvan
3 (drie) jarenvast;
taakstrafvan
240 uren;