Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de producties van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 13 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser en gedaagde zijn voormalige echtelieden die bij beschikking van 30 maart 2023 zijn gescheiden. Op grond van het echtscheidingsconvenant moet eiser een bedrag van € 20.000,- aan gedaagde betalen in maandelijkse termijnen, waarvan hij slechts € 7.000,- heeft voldaan. Gedaagde legde op 28 november 2025 executoriaal beslag op de WIA-uitkering van eiser.
Eiser vordert in kort geding de opheffing van dit beslag wegens vermeend misbruik van executiebevoegdheid. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser ontvankelijk is, ondanks dat gedaagde onder bewind staat en eiser de bewindvoerder niet heeft gedagvaard, omdat gedaagde het beslag zonder medeweten van de bewindvoerder heeft laten leggen.
De rechter stelt vast dat het beslag rechtmatig is gelegd op basis van een executoriale titel en dat er geen sprake is van misbruik. De vorderingen tot opheffing, schorsing van tenuitvoerlegging en andere subsidiaire vorderingen worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het executoriaal beslag op de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van misbruik van executiebevoegdheid.