De rechtbank Midden-Nederland behandelde een verzoek van de moeder om voorlopige voorzieningen te treffen in het kader van de echtscheidingsprocedure met de vader. De ouders hebben twee minderjarige kinderen en er is sinds kort geen contact meer tussen vader en kinderen vanwege kwetsende uitspraken van de vader. De rechtbank stelt een voorlopige open zorgregeling vast waarbij de ouders onder begeleiding van hulpverlening afspraken maken over het contact, rekening houdend met de wensen van de kinderen.
De rechtbank heeft de kinderen gehoord en erkent hun behoefte aan ruimte, maar benadrukt het belang van toekomstig contact. De vader erkende zijn fouten en spijt. De zorgregeling blijft voorlopig open en flexibel, passend bij de leeftijd en gevoelens van de kinderen.
Daarnaast bepaalt de rechtbank de voorlopige kinderalimentatie. Uitgaande van de inkomens van 2024 en de draagkrachtformule van 2025, wordt vastgesteld dat de vader €112 per kind per maand betaalt vanaf 1 december 2025, met een indexering naar €117 per kind per maand vanaf 1 januari 2026. De vader moet de alimentatie vooruitbetalen. Het verzoek van de vader om het door hem betaalde aandeel in de hypotheekrente als partneralimentatie te beschouwen, wordt niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank wijst de overige verzoeken af en benadrukt dat de voorlopige voorzieningen gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure. De beslissing is genomen door kinderrechter E.G. de Jong en griffier F. Arbeider en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.