Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tegen gedaagden verleende verstek.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, eigenaar van een voormalig vakantiehuisje dat onbewoonbaar is verklaard, vordert ontruiming van het pand dat gekraakt is. Gedaagden zijn niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De voorzieningenrechter stelt vast dat het pand in zeer slechte staat verkeert en instortingsgevaar oplevert, wat een veiligheidsrisico vormt voor de krakers.
De rechtbank oordeelt dat eiseres een spoedeisend belang heeft bij ontruiming en dat het eigendomsrecht is geschonden door het kraakrecht. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen, met uitzondering van de machtiging om zelf met de sterke arm te ontruimen, die wordt afgewezen omdat deze bevoegdheid aan de deurwaarder toekomt.
Daarnaast wordt de vordering op grond van artikel 557a lid 3 Rv toegewezen, zodat het vonnis ook tegen toekomstige krakers kan worden uitgevoerd. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en geldt voor een periode van één jaar.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming van het gekraakte onbewoonbare pand binnen drie dagen, met uitvoerbaarheid bij voorraad en hoofdelijk veroordeling in proceskosten.