Uitspraak
1.[gedaagde sub1] ,
2.
[gedaagde sub2],
1.De procedure
- de akte van [eiser] ,
- de antwoordakte van [gedaagde sub1] en [gedaagde sub2] .
2.De verdere beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding van gedaagde partijen omdat zij de woning niet voor eigen gebruik hebben genomen, waardoor eiser schade heeft geleden door beëindiging van de huur.
De kantonrechter stelt vast dat eiser in de gelegenheid is gesteld zijn schade nader te onderbouwen, maar dat de door eiser opgevoerde inkomensschade onvoldoende is onderbouwd. De kantonrechter kan niet vaststellen dat eiser daadwerkelijk drie maanden geen inkomen heeft gehad na de beëindiging van de huur.
De overige schadeposten die eiser noemt, zijn niet hoger dan de wettelijke verhuiskostenvergoeding van €7.673. Daarom wordt de schadevergoeding vastgesteld op dit bedrag. Daarnaast worden de proceskosten van €954 toegewezen aan eiser, die hoofdelijk door de gedaagden moeten worden betaald.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de wettelijke rente over de schadevergoeding en proceskosten wordt toegewezen vanaf 27 mei 2026 tot volledige betaling.
Uitkomst: Gedaagde partijen worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €7.673 schadevergoeding en proceskosten aan eiser.