Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3092

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
7 juni 2026
Zaaknummer
11412396 \ LC EXPL 24-3046
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedragsaanwijzing voor tuinonderhoud en verwijdering van spullen in huurconflict

De huurder van een woning in [plaats] is sinds 1990 in conflict met de verhuurder over tuinonderhoud, het stallen van spullen op de openbare weg, en bouwwerken zoals een zelf gebouwde schuur en een moederhaard met boiler. Centrada, de verhuurder, vorderde primair ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, subsidiair een gedragsaanwijzing en verwijdering van de schuur en technische installaties.

Na diverse procedures, inspecties en descente is vastgesteld dat de moederhaard met boiler en de schuur mogen blijven staan, en dat het zonnepaneel verwijderd is. De spullen op de openbare weg staan op gemeentegrond, zodat Centrada geen verwijdering kan vorderen. Het geschil concentreert zich op het onderhoud van de voor- en achtertuin.

De kantonrechter oordeelt dat de huurder de voortuin moet opruimen door specifieke spullen te verwijderen en de tuin in verzorgde staat moet houden, evenals de achtertuin. Hiervoor wordt een gedragsaanwijzing opgelegd met een dwangsom van €100 per dag, maximaal €1.000. De primaire vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen.

Uitkomst: De kantonrechter legt een gedragsaanwijzing op voor tuinonderhoud en verwijdering van spullen met een dwangsom, en wijst ontbinding en ontruiming af.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11412396 \ LC EXPL 24-3046
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
WOONSTICHTING CENTRADA,
gevestigd in Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: Centrada,
gemachtigde: mr. T. Mulder,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 november 2024, met 15 producties;
- de conclusie van antwoord van 27 november 2024, met producties;
- de akte vermeerdering c.q. aanvulling van eis van Centrada van 21 februari 2025, met producties 16 tot en met 19;
- de mondelinge behandeling van 3 maart 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- een brief van [gedaagde] van 27 mei 2025;
- de akte uitlating en aanpassing van eis van Centrada van 28 mei 2025, met producties 20 tot en met 26;
- de aanvullende productie 27 van Centrada van 30 september 2025;
- de mondelinge behandeling van 9 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- het verkorte proces-verbaal van die mondelinge behandeling;
- de akte uitlating van Centrada van 19 november 2025, met producties 28 en 29;
- de aanvullende productie 30 van Centrada van 1 april 2026;
- de descente op 16 april 2026 in de tuin van de woning van [gedaagde] , waarbij [gedaagde] en Centrada aanwezig waren en waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de brief van [gedaagde] , door hem voorgehouden en overgelegd bij de descente.
1.2
Ten slotte is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] huurt sinds 28 november 1990 van Centrada de woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). [gedaagde] en Centrada zijn al lange tijd in conflict met elkaar. Dat conflict gaat over het tuinonderhoud, over het stallen van spullen op de openbare weg en over de door [gedaagde] zelf gebouwde schuur, het door [gedaagde] op die schuur aangebrachte zonnepaneel en de door [gedaagde] aangebrachte moederhaard met boiler in het gehuurde. Partijen zijn samen niet tot een (definitieve) oplossing gekomen. Centrada vordert daarom, na aanpassing van haar eis bij akte van 28 mei 2025, – kort gezegd –:
Primair: ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde;
Subsidiair: een gedragsaanwijzing aan [gedaagde] op te leggen die inhoudt dat [gedaagde] zijn tuin opruimt, zijn tuin in verzorgde staat houdt en geen spullen op openbaar gebied neerzet, alsmede veroordeling [gedaagde] tot het verwijderen van de schuur en het door hem op die schuur aangebrachte zonnepaneel en het verlenen van medewerking aan het in de originele staat terugbrengen van de technische installatie, met ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde als [gedaagde] daar niet aan voldoet;
Meer subsidiair: de gedragsaanwijzing en veroordeling zoals onder subsidiair genoemd aan [gedaagde] op te leggen onder verbeurte van een dwangsom. Centrada wil ook de mogelijkheid hebben om de werkzaamheden zelf uit te (laten) voeren op kosten van [gedaagde] als [gedaagde] niet meewerkt.

3.De beoordeling

3.1
De kantonrechter stelt vast dat na de mondelinge behandeling op 9 oktober 2025 en de inspectie van het gehuurde door Centrada op 31 oktober 2025 en 17 november 2025 het verwijderen van de moederhaard en boiler, de schuur en het zonnepaneel op de schuur niet meer ter discussie staan. [gedaagde] mag van Centrada de moederhaard met boiler en de schuur laten staan. Het zonnepaneel heeft [gedaagde] verwijderd. Partijen verschillen nog wel van mening over het onderhoud van de voor- en achtertuin en de spullen op de openbare weg. De kantonrechter komt tot het oordeel dat [gedaagde] de spullen op de openbare weg niet op aangeven van Centrada hoeft te verwijderen, dat hij wel de voortuin moet opruimen en dat hij de voor- en achtertuin ook in verzorgde staat moet houden. De kantonrechter zal [gedaagde] voor het opruimen van de tuin een gedragsaanwijzing opleggen, met daaraan gekoppeld een dwangsom.
De moederhaard met boiler
3.2
[gedaagde] heeft zelf een moederhaard met bijbehorende boiler in het gehuurde geplaatst en deze installatie aangesloten op het rookgaskanaal, zonder daarvoor de benodigde ZAV-aanvraag bij Centrada te doen. Centrada wilde dat [gedaagde] de moederhaard met boiler zou verwijderen, omdat het rookgaskanaal asbesthoudend materiaal zou bevatten en daardoor niet geveegd mocht worden wat elk jaar wel noodzakelijk is om de moederhaard met boiler veilig te kunnen gebruiken. Uit de akte van 19 november 2025 blijkt uit onderzoek dat Centrada heeft laten uitvoeren dat het rookkanaal asbestvrij is en geschikt wordt geacht voor de afvoer van rookgassen afkomstig van de moederhaard. [gedaagde] hoeft de moederhaard met boiler daarom niet te verwijderen van Centrada. Dat betekent dat de technische installatie niet in de originele staat hoeft te worden teruggebracht. Centrada stelt daarbij als voorwaarde dat [gedaagde] het rookgaskanaal elk jaar laat schoonmaken en [gedaagde] daarvan een onderhoudscertificaat of veegcertificaat aan Centrada overlegt, maar Centrada vordert dit niet. De kantonrechter kan deze verplichting daarom niet aan [gedaagde] opleggen. [gedaagde] heeft toegezegd het rookgaskanaal elk jaar zelf schoon te maken. De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat hij zich aan deze toezegging zal moeten houden.
De schuur
3.3
[gedaagde] heeft in de tuin zelf een schuur gebouwd. Volgens [gedaagde] heeft Centrada niets over zijn schuur te zeggen, omdat de schuur op gemeentegrond staat en [gedaagde] van de gemeente toestemming heeft om de grond te gebruiken. Centrada heeft als productie 17 een uittreksel uit het Kadaster overgelegd, waaruit volgt dat de grond waarop de schuur is gebouwd sinds februari 2006 eigendom is van Centrada. Centrada heeft dus, anders dan [gedaagde] meent, wel wat te zeggen over de schuur die op grond van Centrada staat.
3.4
[gedaagde] heeft ook voor de bouw van de schuur niet de daarvoor benodigde ZAV-aanvraag gedaan. Volgens Centrada kon daardoor de veiligheid van de schuur niet beoordeeld worden. Centrada heeft de schuur op 31 oktober 2025 alsnog geïnspecteerd. Die inspectie heeft uitgewezen dat de constructie van de schuur veilig is en voldoet aan de geldende regelgeving. [gedaagde] mag de schuur daarom van Centrada laten staan.
Het zonnepaneel
3.5
[gedaagde] heeft op de schuur een zonnepaneel geplaatst. Centrada vindt dat het zonnepaneel een negatief effect heeft op het straatbeeld en afbreuk doet aan de verhuurbaarheid van het gehuurde. Zij geeft [gedaagde] daarom geen toestemming voor het zonnepaneel en zou die toestemming ook niet hebben gegeven als [gedaagde] de benodigde ZAV-aanvraag zou hebben gedaan. De kantonrechter heeft bij de mondelinge behandeling op 9 oktober 2025 bepaald dat [gedaagde] het zonnepaneel moet verwijderen. [gedaagde] heeft hier aan voldaan. [gedaagde] moet het zonnepaneel verwijderd houden, zoals Centrada heeft gevorderd. Omdat [gedaagde] het zonnepaneel heeft verwijderd en hij niet de indruk heeft gegeven dat hij het zonnepaneel zal terugplaatsen, ziet de kantonrechter geen aanleiding om aan het verwijderd houden van het zonnepaneel de door Centrada gevorderde dwangsom op te leggen.
Spullen op de openbare weg
3.6
[gedaagde] heeft buiten het gehuurde spullen op de openbare weg staan. Centrada wil dat [gedaagde] zijn spullen van de openbare weg verwijdert, omdat de spullen overlast voor andere bewoners in de wijk zouden veroorzaken. De kantonrechter heeft bij de descente geconstateerd dat [gedaagde] aan de voorkant en zijkant van het gehuurde nog spullen op de openbare weg heeft staan. Dat zijn metalen korven grenzend aan de stenen schuur aan de voorzijde en de voortuin van het gehuurde en spullen aan de zijkant van het gehuurde, zoals blijkt uit de onderstaande foto’s die bij de descente zijn gemaakt:
Volgens [gedaagde] staan deze spullen niet op grond van Centrada, maar op grond van de gemeente. Centrada heeft dit niet betwist. Omdat het om gemeentegrond gaat, is de gemeente hiervoor verantwoordelijk. Het is aan de gemeente om al dan niet toe te staan dat [gedaagde] zijn spullen op deze grond neerzet. Centrada staat daar buiten. Zij kan niet vorderen dat [gedaagde] spullen verwijdert van grond dat niet haar eigendom is. [gedaagde] hoeft de spullen dus niet op aangeven van Centrada te verwijderen.
Tuinonderhoud
3.7
Dit betekent dat het geschil alleen nog ziet op het onderhoud van de voor- en achtertuin van het gehuurde. Centrada meent dat [gedaagde] zijn voor- en achtertuin nog altijd niet op orde heeft. De kantonrechter constateert dat het opruimen van de tuin moeizaam op gang is gekomen, maar dat bij de descente is gebleken dat [gedaagde] het onderhoud van de achtertuin inmiddels heeft opgepakt. [gedaagde] heeft de achtertuin opgeruimd, waardoor de achtertuin een redelijk opgeruimde indruk maakt. De spullen die nog in de achtertuin liggen zijn op zichzelf niet van dien aard dat die spullen niet in een tuin thuis horen. Centrada kan niet van [gedaagde] verlangen dat hij ook die spullen uit de achtertuin verwijderd. Wel kan Centrada van [gedaagde] verlangen dat hij de achtertuin in de opgeruimde en verzorgde staat houdt, waarin de tuin zich nu bevindt. [gedaagde] zal hiervoor moeten zorgen.
3.8
De kantonrechter heeft bij de descente geconstateerd dat in de voortuin spullen liggen, die niet in een tuin thuis horen. Dat zijn een verwarming, een boiler en ijzerwaren, zoals uit de onderstaande foto’s blijkt die bij de descente zijn gemaakt:
Omdat deze spullen niet in een voortuin thuishoren en de voortuin er door deze spullen rommelig en niet verzorgd uitziet, moet [gedaagde] de verwarming, boiler en ijzerwaren uit de voortuin verwijderen. Ook van de voortuin kan Centrada van [gedaagde] verlangen dat hij de voortuin in de dan opgeruimde en verzorgde staat houdt. [gedaagde] zal hiervoor moeten zorgen.
Geen ontbinding en ontruiming (primair en subsidiair)
3.9
De kantonrechter begrijpt dat Centrada na de ontwikkelingen in deze zaak haar primaire vordering tot ontbinding en ontruiming niet handhaaft. Die vordering zou bij handhaving daarvan ook niet toewijsbaar zijn geweest, omdat de huidige situatie onvoldoende ernstig is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde nog te rechtvaardigen. Ook een voorwaardelijke ontbinding en ontruiming, zoals subsidiair door Centrada is gevorderd, is daarom niet aan de orde.
Gedragsaanwijzing met dwangsom (meer subsidiair)
3.1
De kantonrechter zal het meer subsidiair gevorderde toewijzen in die zin dat aan [gedaagde] een gedragsaanwijzing wordt opgelegd, die inhoudt dat [gedaagde] de voortuin opruimt door de verwarming, boiler en ijzerwaren te verwijderen en zorgt dat er geen zaken meer in liggen die niet in een tuin thuis horen en dat [gedaagde] ervoor zorgt dat hij de voor- en achtertuin in dusdanige staat houdt dat deze een verzorgde indruk maken.
3.11
Centrada vordert een dwangsom op te leggen voor het geval dat [gedaagde] niet aan de gedragsaanwijzing voldoet. Omdat sprake is van een langlopend conflict tussen partijen en [gedaagde] zich ook op de descente nog op het standpunt blijft stellen dat de voortuin in orde is en hij geen reden ziet om de verwarming, boiler en ijzerwaren uit de voortuin te verwijderen, ziet de kantonrechter aanleiding om die dwangsom op te leggen. De kantonrechter legt [gedaagde] een dwangsom op van € 100,00 voor iedere dag dat hij niet meewerkt, met een maximum van € 1.000,00. De kantonrechter is van oordeel dat deze dwangsom afdoende is. De vordering van Centrada om [gedaagde] te veroordelen om Centrada of door Centrada ingeschakelde derden de werkzaamheden te laten uitvoeren als [gedaagde] niet meewerkt, wijst de kantonrechter daarom af.
3.12
Centrada vordert als onderdeel van de gedragsaanwijzing ook dat [gedaagde] snoeiwerkzaamheden uitvoert en onkruid verwijdert en dat [gedaagde] eventuele schade aan de buitenkant van het gehuurde herstelt, maar dat dit punten van aandacht zijn geweest en [gedaagde] hierop is aangesproken, blijkt nergens uit. Dit blijft daarom verder buiten beschouwing.
Eisen van [gedaagde] te laat ingediend
3.13
Na afloop van de descente heeft [gedaagde] een brief voorgelezen. In die brief stelt [gedaagde] een aantal eisen, die voornamelijk zien op gebreken aan het gehuurde die Centrada volgens [gedaagde] moet herstellen. [gedaagde] had voor die eisen bij conclusie van antwoord een eis in reconventie moeten indienen. In deze stand van de procedure is [gedaagde] daarmee te laat. De kantonrechter zal dan ook geen beslissing op die eisen nemen. Voor het herstellen van de gebreken zal [gedaagde] zich tot Centrada moeten wenden.
Proceskosten
3.14
De kantonrechter ziet in het langlopende conflict tussen partijen waarin elke partij een aandeel heeft gehad aanleiding om de proceskosten te compenseren. Dat betekent dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
legt aan [gedaagde] de volgende gedragsaanwijzing op:
- [gedaagde] ruimt de voortuin op door de verwarming, boiler en ijzerwaren te verwijderen en zorgt ervoor dat daar geen zaken meer liggen die niet in een tuin thuis horen,
- [gedaagde] zorgt ervoor dat de voor- en achtertuin in dusdanige staat blijven dat deze een verzorgde indruk maken,
op straffe van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke blijft, met een maximum van € 1.000,00;
4.2
veroordeelt [gedaagde] om het zonnepaneel dat hij op de schuur had aangebracht en heeft verwijderd, verwijderd te houden;
4.3
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op
27 mei 2026.
41264