5.3.Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf en de maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte is midden in de nacht, kennelijk in psychotische toestand, het huis van zijn ouders binnengedrongen. Daar heeft hij zijn vader aangevallen. Hij heeft geprobeerd hem te doden en om hem zwaar te verwonden. Tijdens deze geweldsexplosie heeft hij zijn vader geduwd, geschopt, geslagen, geprikt met een mes en heeft hij een bezemsteel tegen de keel van zijn vader gedrukt. Beide ouders waren op dat moment bang dat de vader zou overlijden. Voor en tijdens het geweld uitte de verdachte meerdere bedreigingen tegen zijn vader. Hoewel het geweld tegen zijn vader was gericht, heeft de verdachte ook zijn moeder twee keer een duw gegeven.
Deze nacht is angstaanjagend geweest voor de ouders. Dit blijkt ook uit de slachtofferverklaring die de moeder tijdens de zitting heeft voorgelezen. Uit diezelfde slachtofferverklaring, en overigens ook uit het dossier, blijkt verder dat de ouders van de verdachte al jaren bezig zijn met het verkrijgen van de passende hulp voor hun zoon, die met ernstige psychische problematiek kampt. De ouders vreesden al langer dat het op deze manier uit de hand zou lopen. Het is heel verdrietig dat het inderdaad is gekomen tot een geweldsuitbarsting die voor de ouders een verschrikkelijke ervaring moet zijn geweest, met verstrekkende gevolgen voor de hele familie. De rechtbank hoopt dat deze strafzaak tot het inzetten van de juiste hulp leidt.
Strafblad
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 26 maart 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld. De rechtbank weegt het strafblad dan ook niet in strafverzwarende zin mee.
Pro Justitia rapportages
Verder heeft de rechtbank het rapport van 11 februari 2026 van GZ-psycholoog A.G. van der Weijden en het rapport van 12 februari 2026 van psychiaters E. Henselmans en J. Marx gelezen. Uit deze rapporten volgt dat bij de verdachte sprake is van complexe en langdurig bestaande problematiek, waarin schizofrenie centraal staat, gecombineerd met ADHD, trauma gerelateerde problematiek en een stoornis in het gebruik van meerdere middelen. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van de feiten en hebben een sterke invloed gehad op de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte.
Volgens de deskundigen verkeerde de verdachte op het moment van de feiten in een psychotisch toestandsbeeld waarbij er een voor hem bekend waanbeeld speelde dat er sprake zou zijn geweest van seksueel misbruik door zijn ouders. Dit beeld heeft een dusdanige spanning veroorzaakt dat de verdachte onvoldoende in staat is geweest weerstand te bieden aan zijn neiging om verhaal te halen bij zijn vader. De verdachte was de grip op de realiteit kwijt in die zin dat hij niet kon inzien dat zijn gedachten mogelijk onwaar waren en dat hij de gevolgen van zijn gedrag onvoldoende heeft kunnen inzien. Er heerste een dusdanige woede in hem dat hij zijn agressieve uitspatting niet heeft kunnen voorkomen. Tegelijk lijkt hij enig besef te hebben gehad van het gevaar van zijn agressieve gedrag en zien de deskundigen een onderscheid tussen impulsieve, pathologisch beïnvloede gedragskeuzes en momenten waarop betrokkene wél enige bewuste overweging kon maken. Zijn keuzemomenten waren zeer beperkt, maar niet volledig afwezig; hij ervoer innerlijke strijd, enige reflectie en spijt over zijn handelen. Concluderend adviseren de deskundigen de feiten in sterk verminderde mate toe te rekenen aan de verdachte.
Gelet op de aanwezige psychische problematiek bij de verdachte, schatten de deskundigen het risico dat de verdachte opnieuw ontregeld en impulsief of agressief gedrag zal vertonen in als matig-hoog tot hoog. Met name bij toename van stress, psychotische ontregeling of middelengebruik is het risico op herhaling hoog. Hierdoor blijft voortdurende monitoring, externe sturing en adequate behandeling noodzakelijk om de kans op recidive te beperken. Gezien de aard en ernst van de vastgestelde psychotische stoornis, in combinatie met impulsiviteit en het middelengebruik, achten de deskundigen het noodzakelijk dat de verdachte wordt opgenomen in een forensische kliniek. De deskundigen adviseren om tbs met voorwaarden op te leggen. Gezien het risico op herhaling en de aangewezen intensieve behandeling binnen een forensisch klinische setting is het kader van tbs met voorwaarden namelijk noodzakelijk.
De rapporten van de deskundigen zijn duidelijk en goed te volgen. Hun conclusies worden gedragen door hun bevindingen. De rechtbank neemt die conclusies daarom over.
Reclasseringsadvies
Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 29 april 2026. De reclassering adviseert positief over tbs met voorwaarden en ziet voldoende mogelijkheden om met interventies binnen dat kader de risico's te beperken of het gedrag te veranderen. Volgens de reclassering heeft de verdachte motivatie voor hulpverlening en begeleiding en toont hij besef van de noodzaak tot het langdurige en intensieve karakter van het beoogde traject. Dit biedt mogelijkheden tot het inzetten van een klinische behandeling. De reclassering adviseert om als voorwaarden te stellen de voorwaarden zoals de officier van justitie die heeft geëist, onder begeleiding en toezicht van de reclassering en met dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden.
Straf
Gelet op de ernst van het geweld dat de verdachte heeft gebruikt, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende straf is. Daar komt bij dat de verdachte het geweld midden in de nacht tegen zijn ouders heeft gepleegd, in hun eigen huis. Zoals gezegd neemt de rechtbank de conclusies en het advies van de deskundigen over. De rechtbank rekent de hiervoor bewezen verklaarde feiten daarom in sterk verminderde mate aan de verdachte toe. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf van acht maanden passend is. Een langere gevangenisstraf, zoals de officier van justitie heeft geëist, is gelet op de sterk verminderde toerekenbaarheid niet passend. De officier van justitie heeft haar strafeis mede onderbouwd met het argument dat de verdachte vast moet blijven zitten totdat een kliniek voor hem gevonden is in het kader van de tbs-maatregel met voorwaarden. Dat is een invoelbaar argument, maar het kan naar het oordeel van de rechtbank geen reden zijn om aan iemand een langere gevangenisstraf op te leggen.
Maatregel: tbs met voorwaarden
De rechtbank is verder van oordeel dat aan de verdachte een tbs-maatregel met voorwaarden moet worden opgelegd. Aan de wettelijke eisen voor de oplegging wordt voldaan. Ten eerste bestond ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bij de verdachte. Ten tweede zijn de poging tot doodslag, de poging tot zware mishandeling en de bedreiging van zijn vader misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld of die worden genoemd in artikel 37a Wetboek van Strafrecht. Tot slot eist de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, de oplegging van de maatregel.
Uit de hiervoor besproken rapporten blijkt dat de verdachte te kampen heeft met zodanige problematiek, dat het vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord is om hem onbehandeld in de maatschappij te laten terugkeren. Het risico op recidive wordt door de deskundigen ingeschat als hoog als passende behandeling en begeleiding ontbreken. Op de zitting zijn de in het reclasseringsadvies opgenomen voorwaarden aan de verdachte voorgehouden en de verdachte heeft zich tot naleving van al die voorwaarden bereid verklaard.
Alles overwegende vindt de rechtbank de oplegging van de tbs-maatregel met voorwaarden passend en noodzakelijk. De rechtbank zal de maatregel met de daarbij in de beslissing vermelde voorwaarden opleggen. De rechtbank is van oordeel dat dit niet alleen nodig is, maar ook de meest passende oplossing is voor de verdachte om de juiste hulp en begeleiding te krijgen.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De rechtbank zal vanwege het geconstateerde, hoge recidivegevaar bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Dat betekent dat voor de verdachte de voorwaarden gelden, ook als de zaak nog niet onherroepelijk zou worden als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld.
Bij omzetting naar tbs met dwangverpleging
De maatregel wordt opgelegd wegens een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer anderen, zodat de maatregel niet gemaximeerd zal zijn als de tbs met voorwaarden wordt omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
De voorlopige hechtenis
Omdat er ernstig rekening mee gehouden moet worden dat aan de verdachte een vrijheidsbenemende maatregel kan worden opgelegd (namelijk door omzetting in tbs met dwangverpleging als hij zich niet aan de voorwaarden houdt), heft de rechtbank de voorlopige hechtenis niet op. De rechtbank vindt het wel van belang dat, als er een plek bij [instelling] of een overbruggingsplek beschikbaar is, terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, de verdachte daar direct naartoe kan. De rechtbank zal daarom bevelen dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst met ingang van het tijdstip waarop de verdachte voor zijn klinische behandeling in [instelling] of een overbruggingsplek zal worden opgenomen..
De rechtbank is zich ervan bewust dat de tbs met voorwaarden niet mag worden omgezet in een tbs met dwangverpleging als het vonnis nog niet onherroepelijk is. Om een vangnet te creëren voor het geval de verdachte de aan de tbs verbonden voorwaarden overtreedt in de periode waarin de uitspraak nog niet onherroepelijk is, wordt de voorlopige hechtenis geschorst onder dezelfde voorwaarden als die aan de tbs-maatregel verbonden zijn. Zou de verdachte de in dat kader te stellen voorwaarden niet naleven, terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, bestaat de mogelijkheid om de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen. Op die manier worden de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen gewaarborgd.