ECLI:NL:RBMNE:2026:3041
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wegens vermeend verboden onderscheid zwangerschap bij niet-verlenging arbeidsovereenkomst
De kantonrechter heeft geoordeeld over een geschil waarbij verzoeker stelde dat haar arbeidsovereenkomst niet werd verlengd vanwege haar zwangerschap, wat verboden onderscheid zou opleveren. Verzoeker was sinds 19 mei 2025 in dienst bij verweerder op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst die op 18 december 2025 zou eindigen. Na mededeling van haar zwangerschap op 3 november 2025, werd haar op 12 november 2025 meegedeeld dat de overeenkomst niet verlengd zou worden.
Verzoeker vorderde een billijke vergoeding en immateriële schadevergoeding wegens vermeend verboden onderscheid. De kantonrechter stelde vast dat het enkele tijdsverloop tussen de zwangerschapsmededeling en het besluit tot niet-verlenging onvoldoende is om een vermoeden van discriminatie te rechtvaardigen. Verweerder had al voor de zwangerschapsmededeling twijfels over het functioneren van verzoeker, zoals blijkt uit diverse functioneringsgesprekken en e-mails.
De kantonrechter concludeerde dat er geen verband bestaat tussen de zwangerschap en het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. De verzoeken werden daarom afgewezen. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding wegens vermeend verboden onderscheid zwangerschap bij niet-verlenging arbeidsovereenkomst wordt afgewezen.