Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3030

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2606537:R-RK
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a FwFaillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot dwangakkoord wegens onredelijke weigering schuldeiser

Verzoekster, een alleenstaande met een WIA-uitkering, diende een verzoek in tot vaststelling van een dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet. Zij bood haar schuldeisers een regeling aan waarbij 20,82% van de schulden zou worden voldaan. Van de 19 schuldeisers accepteerden allen behalve Stichting Amerszorg het aanbod.

Stichting Amerszorg, met een vordering van €1.821,82, weigerde instemming omdat het aanbod niet in verhouding stond tot de geleverde diensten. De rechtbank oordeelde dat het iedere schuldeiser vrij staat volledige voldoening te verlangen en dat de weigering van Stichting Amerszorg redelijk was, mede omdat verzoekster door een verlaging van haar uitkering momenteel niets kan afdragen en het onduidelijk is of zij kan werken.

De rechtbank concludeerde dat het aanbod niet meer actueel was en dat een wettelijke schuldsanering met bewindvoerder beter toezicht biedt op maximale afdrachten en inspanningsverplichtingen. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot dwangakkoord af, waarbij verzoekster het verzoek tot schuldsanering handhaafde.

Uitkomst: Verzoek tot vaststelling dwangakkoord wordt afgewezen omdat schuldeiser het aanbod in redelijkheid mocht weigeren.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Team Insolventie
Zittingsplaats Utrecht
Rekestnummer: NL:TZ:2606537:R-RK
Uitspraakdatum: 30 april 2026
Vonnis op grond van artikel 287a Fw (dwangakkoord) van
op het verzoek van
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
tegen
Stichting Stichting Amerszorg,
gevestigd en kantoorhoudende te Amersfoort,
hierna te noemen: Stichting Amerszorg.

1.De procedure

1.1
[verzoekster] heeft tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Fw.
1.2
Het verzoek is behandeld op de zitting van dinsdag 28 april 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoekster] ;
- [A.] , namens Verder Financiële Zorgverlening B.V.;
- [B.] , namens [bedrijf] V.O.F.

2.De feiten

2.1
[verzoekster] is alleenstaand. Zij ontvangt een WIA-uitkering. [verzoekster] heeft 19 schuldeisers die in totaal € 22.923,32 van haar te vorderen hebben.
2.2
[verzoekster] heeft op 9 december 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers. Er is namens haar 20,82% (prognose) aangeboden aan de concurrente schuldeisers.
2.3
De onder 2.2 bedoelde schuldregeling is door alle schuldeisers behalve Stichting Amerszorg geaccepteerd.
2.4
Stichting Amerszorg heeft een vordering van € 1.821,82. Dit was ten tijde van het aanbod 7,95% van de totale schuldenlast. Stichting Amerszorg is niet akkoord gegaan met het aanbod. Stichting Amerszorg geeft aan dat het aangeboden bedrag niet in verhouding is met de diensten die zij hebben geleverd.

3.De beoordeling

3.1
Het uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrij staat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling niet voorziet in een volledige uitkering, staat het belang van Stichting Amerszorg vast.
3.2
Het verzoek zal slechts kunnen worden toegewezen als Stichting Amerszorg in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van [verzoekster] en/of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Daarbij moet, als de rechtbank daaraan toekomt, een vergelijking worden gemaakt met de situatie dat op [verzoekster] de schuldsaneringsregeling van toepassing wordt verklaard.
3.3
Allereerst zal bij de beoordeling van de vraag of Stichting Amerszorg in redelijkheid tot de weigering kon komen, gekeken moeten worden naar de inhoud van de schuldenregeling. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het aangeboden akkoord in beginsel aan de eisen die aan een dergelijk akkoord mogen worden gesteld.
3.4
De rechtbank is van oordeel dat Stichting Amerszorg in alle redelijkheid het aanbod heeft kunnen weigeren. De rechtbank weegt hierbij mee dat op zitting duidelijk is geworden dat [verzoekster] door een verlaging van haar uitkering op dit moment niets meer kan afdragen. Het aanbod dat aan haar schuldeisers is gedaan is niet meer actueel. Verder is het nog onduidelijk of [verzoekster] in staat is om te werken. Zij wacht op een nieuwe keuring door het UWV.
3.5
In het geval van een wettelijke schuldsanering zal er een bewindvoerder worden aangesteld die er op toezien dat [verzoekster] maximaal afdraagt voor haar schuldeisers. Ook zal de bewindvoerder toezicht houden op de (mogelijke) inspanningsverplichting van [verzoekster] .
3.6
De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat [verzoekster] in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen. Het verzoek zal worden afgewezen.
3.7
Voor het geval het verzoek zou worden afgewezen, heeft [verzoekster] verklaard het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling te handhaven. Voor het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal een andere zitting worden gepland.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
wijst het verzoek af.
Dit is de beslissing van mr. P.M.E. Bernini, rechter, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op donderdag 30 april 2026. [1]