ECLI:NL:RBMNE:2026:3020

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
11931633
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:119 BWArt. 287b Faillisementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens structurele huurachterstand en te late betaling

Stichting Portaal vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde], ontruiming van de woning, betaling van de huurachterstand inclusief wettelijke rente, lopende huur tot ontbinding en een gebruiksvergoeding tot daadwerkelijke ontruiming. [gedaagde] betwist de ontbinding en stelt dat de huurachterstand gering is.

De huurovereenkomst dateert van 4 oktober 2017. Sinds 2021 is er herhaaldelijk sprake van huurachterstanden en te late betalingen, met meerdere procedures en aanzeggingen tot ontruiming. Een voorlopige voorziening (moratorium) uit december 2024 schortte ontruiming tijdelijk op, maar na beëindiging hiervan ontstonden opnieuw achterstanden.

De kantonrechter oordeelt dat hoewel de huurachterstand op het moment van de zitting iets meer dan één maand bedroeg, het structureel te laat betalen van de huur een tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt. De huurder heeft onvoldoende omstandigheden gesteld die ontbinding zouden moeten verhinderen. De huurovereenkomst wordt ontbonden, ontruiming wordt bevolen binnen 14 dagen na betekening, en [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de resterende huurachterstand, wettelijke rente, lopende huur en gebruiksvergoeding. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, rente, lopende huur en gebruiksvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 11931633 \ AC EXPL 25-2324
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
Stichting Portaal,
gevestigd in Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Stichting Portaal,
gemachtigde: dhr. E.A.Ch. Appels van Jongerius Gerechtsdeurwaarders/Juristen Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonende in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. J.A. Spigt van Spigt Advocatuur.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- een overzicht van Stichting Portaal van 1 mei 2026 met de huidige huurachterstand;
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 7 mei 2026. Namens partijen zijn alleen hun gemachtigden verschenen.. Zij hebben de standpunten van partijen toegelicht en antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. Tijdens de mondelinge behandeling is nog kort telefonisch contact geweest met [gedaagde] , waarbij hij ook zelf nog enkele vragen van de kantonrechter heeft beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.
1.3.
Na sluiting van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter beslist dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Stichting Portaal wil met deze procedure bereiken dat de met [gedaagde] bestaande huurovereenkomst wordt ontbonden, de betreffende woning in [plaats] wordt ontruimd, de bestaande huurachterstand, inclusief wettelijke rente, en de lopende huur tot het moment van ontbinding wordt betaald en een vergoeding wordt betaald ter hoogte van de huur tot het moment van de daadwerkelijke ontruiming. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Volgens [gedaagde] is (inmiddels) slechts sprake van een geringe huurachterstand en rechtvaardigt die niet de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De kantonrechter is van oordeel dat dit wel het geval is en zal daarom de vorderingen toewijzen.

3.De achtergrond van de zaak

3.1.
Partijen hebben met ingang van 4 oktober 2017 een huurovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd voor de woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woning).
3.2.
In 2021 is er bij [gedaagde] een huurachterstand ontstaan (
huurachterstand 1), waarna Stichting Portaal een procedure tegen hem is begonnen. Met het verstekvonnis van 4 augustus 2021 is [gedaagde] veroordeeld om een bedrag van € 706,64 aan achterstallige huur aan Stichting Portaal te betalen. Dit bedrag heeft [gedaagde] vervolgens ook aan Stichting Portaal voldaan.
3.3.
Vervolgens is weer een huurachterstand (
huurachterstand 2) ontstaan. Stichting Portaal is daarom weer een procedure tegen [gedaagde] begonnen, waarin zij naast betaling van de huurachterstand ook heeft gevorderd de huurovereenkomst te ontbinden en de woning te ontruimen. Met het verstekvonnis van 6 november 2024 zijn deze vorderingen toegewezen.
3.4.
Stichting Portaal heeft vervolgens de ontruiming bij [gedaagde] aangezegd (
aanzegging ontruiming 1), waarna [gedaagde] schuldhulpverlener [organisatie] heeft ingeschakeld. Deze heeft namens hem uitstel van ontruiming verzocht. Stichting Portaal ging niet met een dergelijk uitstel akkoord. Als reactie hierop heeft [gedaagde] bij de rechtbank een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b Faillisementswet (moratorium) verzocht. Met een vonnis van 9 december 2024 heeft de rechtbank deze voorlopige voorziening toegekend. Samengevat hield de beslissing van de rechtbank het volgende in:
  • de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis van 6 november 2024 tot ontruiming van de woning wordt voor de duur van de voorziening (6 maanden) geschorst en de huurovereenkomst zoals die tussen partijen bestaat of bestond wordt voor de duur van de voorziening verlengd;
  • de voorlopige voorziening geldt alleen zolang aan de lopende verplichtingen (het betalen van de lopende huur) uit de huurovereenkomst wordt voldaan.
3.5.
[gedaagde] heeft in februari 2025 de huur niet betaald (
huurachterstand 3), waarna Stichting Portaal heeft aangezegd de woning per 4 maart 2025 te ontruimen (
aanzegging ontruiming 2). [gedaagde] heeft als reactie daarop een kort geding aangespannen, met als inzet een ontruimingsverbod voor de woning. Met een vonnis in kort geding van 7 maart 2025 heeft de voorzieningenrechter Stichting Portaal verboden tot ontruiming over te gaan. Volgens de voorzieningenrechter was voldoende komen vast te staan dat [gedaagde] de huur voor februari 2025 niet heeft betaald, maar was de reden daarvoor dat de werkgever van [gedaagde] hem in de maanden november/december 2024 en januari 2025 ten onrechte te weinig salaris had uitbetaald. [gedaagde] kon daarom geen verwijt worden gemaakt dat hij de huur voor februari 2025 niet (tijdig) had betaald. Verder had [gedaagde] de huur voor februari 2025 inmiddels wel aan Stichting Portaal betaald en had hij zijn huidige salaris op de derdenrekening van zijn gemachtigde gestort, zodat deze de huur voor maart 2025 tijdig kon voldoen. Ook was de verwachting dat budgetbeheer binnen 14 dagen zou worden opgestart. Gelet op al die omstandigheden was de voorzieningenrechter van oordeel dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was om de woning te ontruimen.
3.6.
Op 20 maart 2025 heeft schuldhulpverlener [organisatie] aan Stichting Portaal bericht dat het budgetbeheer bij [gedaagde] was opgestart. Ondanks het opstarten van die schuldhulpverlening, heeft [gedaagde] voor april en mei 2025 weer een huurschuld (
huurachterstand 4) laten ontstaan. Omdat [gedaagde] niet meer in contact stond met [organisatie] , heeft [organisatie] op 9 mei 2025 aan Stichting Portaal bericht dat het budgetbeheer is beëindigd.
3.7.
Stichting Portaal heeft naar aanleiding van de huurschuld voor april en mei 2025 weer bij [gedaagde] aangezegd de woning te zullen ontruimen (
aanzegging ontruiming 3). Zoals blijkt uit een e-mail van 27 mei 2025, is [gedaagde] daarna overgegaan tot de volledige betaling van zijn huurschuld en heeft hij de aangezegde ontruiming destijds (weer) weten te voorkomen.
3.8.
Voor de maanden juni, juli en augustus 2025 heeft [gedaagde] wederom een huurschuld (
huurachterstand 5) laten ontstaan. Dit was reden voor Stichting Portaal om deze procedure te starten.

4.De beoordeling

Stichting Portaal heeft haar eis verminderd
4.1.
Uit de dagvaarding volgt dat [gedaagde] een huurachterstand heeft van € 1.772,48. Op de mondelinge behandeling heeft Stichting Portaal erkend dat [gedaagde] een deel van de huurachterstand inmiddels heeft betaald en haar vordering daarom verminderd tot het restant aan huurachterstand (€ 649,19).
[gedaagde] moet achterstallige huur betalen
4.2.
Uit het laatste overzicht van de huurachterstand van 1 mei 2026, volgt dat de huurachterstand op dat moment nog € 649,19 bedraagt. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van dit bedrag erkend, maar heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat hij op 6 mei 2026 (één dag voor de mondelinge behandeling) nog een bedrag van € 650,00 aan Stichting Portaal heeft overgemaakt. Hij zou daarmee op het moment van de zitting geen huur meer verschuldigd zijn. De gemachtigde van Stichting Portaal heeft op de mondelinge behandeling gezegd dat die betaling hem niet bekend is.
4.3.
De gemachtigde van [gedaagde] heeft tijdens de zitting op zijn telefoon een screenshot getoond van een betaling van [gedaagde] op 6 mei 2026 aan Stichting Portaal dan wel haar gemachtigde. Of de betaling daar daadwerkelijk is bijgeschreven blijkt daar niet uit. Daarom kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] op 6 mei 2026 een betaling van € 650,00 aan Stichting Portaal heeft gedaan waardoor de vordering van Stichting Portaal is verminderd. De vordering van € 649,19 wordt daarom toegewezen. Daarbij geldt wel dat dit bedrag wordt verminderd met betalingen die [gedaagde] na 1 mei 2026 aan Stichting Portaal heeft gedaan met betrekking tot het aflossen van de vermelde huurachterstand.
De ontbinding en ontruiming worden toegewezen
4.4.
Op de mondelinge behandeling waren partijen het erover eens dat, nadat de voorlopige voorziening van 9 december 2024 (het moratorium) is komen te vervallen, partijen de huurovereenkomst hebben voortgezet voor onbepaalde tijd.
4.5.
Op grond van artikel 6:265 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de (huur)overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [gedaagde] meent dat ontbinding niet gerechtvaardigd is omdat hij de huurachterstand (vrijwel volledig) zou hebben betaald. De kantonrechter is het daar niet mee eens.
Herhaalde wanbetaling is in dit geval geen reden voor ontbinding
4.6.
Stichting Portaal heeft in de dagvaarding aangevoerd dat [gedaagde] bij herhaling een huurachterstand heeft laten ontstaan. Een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wegens herhaalde wanbetaling wordt in beginsel toegewezen, als de huurachterstand ten minste twee maanden bedraagt en de huurder minder dan een jaar voor de zitting al tot betaling van een huurachterstand is veroordeeld.
4.7.
De laatste veroordeling is van langer dan een jaar geleden. Partijen zijn het er bovendien over eens dat op het moment van de mondelinge behandeling sprake was van een huurachterstand van iets meer dan één maand, zodat herhaalde wanbetaling op zichzelf onvoldoende grond vormt voor ontbinding van de huurovereenkomst.
Structureel te laat betalen van de huur is in dit geval wel reden voor ontbinding
4.8.
Tijdens de mondelinge behandeling is namens Stichting Portaal een beroep gedaan op de omstandigheid dat niet alleen bij herhaling te laat is betaald, maar de huur in feite structureel te laat wordt betaald. Volgens vaste rechtspraak [1] is ook structureel te laat betalen een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die ontbinding van de huurovereenkomst kan rechtvaardigen.
4.9.
Of het structureel te laat betalen van de huur in een concrete situatie ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, moet beoordeeld worden aan de hand van de relevante omstandigheden van het geval. Het ligt daarbij op de weg van [gedaagde] om de omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen die ertoe zouden moeten leiden dat ontbinding niet gerechtvaardigd is. Hiervoor acht de kantonrechter het volgende van belang.
4.10.
Uit de voorgeschiedenis, zoals vermeld onder overweging 3, volgt dat [gedaagde] vanaf 2021 in totaal vijf keer is aangesproken op te late betaling van de huur, waarvan het merendeel (vier keer) heeft plaatsgevonden vanaf 2024. Hierbij ging het dan om één maand of meer aan te laat betaalde huur. Vanaf november 2024 is ontruiming van de woning hierdoor meermaals door Stichting Portaal aangezegd en zijn over en weer meerdere procedures gestart om dat door te zetten of juist te verbieden. In elk geval van januari tot en met september 2025 heeft [gedaagde] geen enkele maand tijdig betaald.
4.11.
Uit die procedures volgt dat alleen de te laat betaalde huur voor februari 2025 (huurachterstand 3) niet aan [gedaagde] kan worden verweten. De overige keren waarin [gedaagde] de huur te laat heeft betaald, zijn dat wel. Op de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] toegelicht dat hij leningen heeft moeten aangaan in de periode dat zijn werkgever te weinig loon uitbetaalde en dat hij die leningen in de periode daarna moest terugbetalen, waardoor hij de huur niet tijdig kon betalen. Dit is niet zonder meer een omstandigheid die voor rekening van Stichting Portaal zou moeten komen. Daar komt bij dat de door [gedaagde] genoemde data niet goed passen bij de overwegingen van de kantonrechter in het vonnis van 27 maart 2025 en ook niet bij de betreffende periode waarin de huur steeds te laat is betaald (januari tot en met september 2025). Ook heeft [gedaagde] dit verder niet onderbouwd, terwijl dat wel op zijn weg had gelegen. Daarnaast heeft [gedaagde] op de mondelinge behandeling verklaard dat hij in de door hem genoemde periode wel inkomsten vanuit een uitkering heeft gehad. Daarvan had hij de huur dus wel tijdig kunnen betalen.
4.12.
Wat verder opvalt is dat [gedaagde] de verschuldigde huur telkens volledig betaalt nadat hij daartoe is veroordeeld of als de ontruiming wordt aangezegd en betaling er mogelijk voor zorgt dat ontruiming van de woning wordt voorkomen. Ondanks dat dergelijke betalingsprikkels vanaf november 2024 meermaals aan [gedaagde] zijn gegeven, hebben deze niet geleid tot verbetering van zijn betaalgedrag. Ook deze procedure is weer gestart omdat [gedaagde] de huur niet (tijdig) betaalde, ditmaal de huur voor de maanden juni, juli en augustus 2025. Dat [gedaagde] de huur voor deze maanden inmiddels grotendeels is ingelopen, doet niet af aan het feit dat de huur voor deze maanden te laat is betaald. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft het betaalgedrag van [gedaagde] een structureel karakter.
Stichting Portaal heeft een vroegsignalering gedaan
3.3.
Bij de beslissing op de vordering tot ontbinding en ontruiming moet de kantonrechter betrekken of de verhuurder tijdig een melding heeft gedaan van de betalingsachterstand bij de gemeente. De kantonrechter stelt vast dat Stichting Portaal 23 juni 2025 de zogenaamde vroegsignalering aan het gemeentelijk college voor schuldhulpverlening heeft gedaan, omdat [gedaagde] toen wederom een huurachterstand had. Stichting Portaal heeft [gedaagde] dus tijdig aangemeld voor schuldhulpverlening.
Conclusie : ontbinding en ontruiming is gerechtvaardigd
4.13.
Onder deze omstandigheden weegt het woonbelang van [gedaagde] niet op tegen het gewicht van de herhaalde tekortkoming en is ontbinding gerechtvaardigd. Van Stichting Portaal kan in alle redelijkheid niet verwacht worden dat zij de huurovereenkomst met [gedaagde] voortzet, mede gelet op de tijd, de energie en de kosten die zij de afgelopen jaren heeft moeten investeren om [gedaagde] aan te zetten tot betaling van de huur. Dat de minderjarige dochter van [gedaagde] af en toe bij hem langskomt, maakt dit ook niet anders. [gedaagde] heeft namelijk toegelicht dat zijn dochter twee á drie keer in de week bij hem langskomt en op die momenten dan niet blijft slapen. Hieruit blijkt niet van (enig) permanent verblijf van zijn dochter in de woning.
4.14.
De huurovereenkomst wordt ontbonden. Als gevolg daarvan wordt de vordering tot ontruiming ook toegewezen. Dit betekent dat [gedaagde] de woning moet verlaten en leeg en netjes moet achterlaten. Anders dan Stichting Portaal (primair) en [gedaagde] hebben verzocht krijgt [gedaagde] hiervoor veertien dagen de tijd. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat dit vonnis aan hem door de deurwaarder is bezorgd. Er zijn door beide partijen geen concrete redenen aangevoerd die aanleiding geven tot een kortere dan wel langere termijn.
[gedaagde] moet de lopende huurpenningen en een gebruiksvergoeding betalen
4.15.
Stichting Portaal vordert – naast betaling van de huurachterstand – dat de lopende huur wordt betaald tot aan ontbinding van de huurovereenkomst en vervolgens een gebruiksvergoeding gelijk aan de geldende huurprijs vanaf de ontbinding tot ontruiming van de woning. [gedaagde] heeft met Stichting Portaal een maandelijkse huur van € 639,53 voor de woning afgesproken. Dat zal worden toegewezen, in die zin dat de huur wordt toegewezen tot en met juni 2026 (maand waarin de huurovereenkomst wordt ontbonden) en de gebruiksvergoeding vanaf juli 2026 tot aan de ontruiming. Hierbij geldt dat een ingegane maand als volle maand mag worden gerekend.
[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen
4.16.
[gedaagde] moet ook de gevorderde wettelijke rente over de (oorspronkelijk ontstane) huurachterstand betalen. Hij had telkens voor de 1e van de maand de volledige huur moeten betalen en dat heeft hij niet gedaan. Stichting Portaal heeft de rente over het op 31 oktober 2025 openstaande bedrag berekend op € 17,96. Dat bedrag zal worden toegewezen en ook de rente over de daarna niet betaalde termijnen, telkens vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling van de betreffende termijnen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
4.17.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stichting Portaal worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.179,14
Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard
4.18.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat Stichting Portaal het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [gedaagde] niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van Stichting Portaal om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval het belang van Stichting Portaal om de huurovereenkomst niet voort te zetten en de woning te laten ontruimen zwaarder weegt dan het woonbelang van [gedaagde] . De kantonrechter realiseert zich dat dit woonbelang voor [gedaagde] zwaar weegt. Het zal voor hem mogelijk niet eenvoudig zijn om in deze tijd een ander onderkomen te vinden. Daar staat tegenover dat Stichting Portaal als sociale verhuurder haar financiële middelen efficiënt zal moeten besteden en er mede daarom belang bij heeft haar woningen te verhuren aan een huurder die zijn verplichtingen wel deugdelijk en tijdig nakomt. Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. [gedaagde] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst voor de woning aan de [adres] in [plaats] per vandaag;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om de woning met verdere aanhorigheden, staande en gelegen in [plaats] aan het adres [adres] , binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis met alle zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels en wat daartoe verder behoort ter vrije en algehele beschikking te
stellen aan Stichting Portaal;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stichting Portaal te betalen:
- € 649,19 aan achterstallige huurtermijnen, met dien verstande dat dit bedrag wordt verminderd met betalingen die [gedaagde] na 1 mei 2026 aan Stichting Portaal heeft gedaan met betrekking tot het aflossen van zijn tot en met mei 2026 bestaande huurachterstand;
- € 17,96 aan tot en met 31 oktober 2025 verschenen rente;
- de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 1.772,48, vanaf 1 november 2025, telkens vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling van enige tot en met mei 2026 verschuldigde huurtermijn;
- € 639,53 aan huur voor de maand juni 2026;
- € 639,53 aan gebruikersvergoeding voor elke maand dat [gedaagde] in gebreke blijft de woning te ontruimen, waarbij een ingegane maand als volle maand mag worden gerekend;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.179,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
LHJ/63796

Voetnoten

1.Vgl. HR 17 december 2004, LJN: AR1040, WR 2005, 24 (81 RO) en de conclusie van A-G Langemeijer voor dit arrest alsmede HR 13 september 2013, RvdW 2013/1069 (81 RO) en de conclusie van A-G Van Peursem.