Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: de veroordeelde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en handel in cocaïne. De ontnemingsvordering van de officier van justitie betrof het vaststellen en ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit deze strafbare feiten.
De officier van justitie stelde het totale voordeel van de veroordeelde en medeveroordeelden op €361.195,12, waarvan 40% aan de veroordeelde werd toegerekend. De verdediging betwistte de berekening en stelde een lagere schatting voor, gebaseerd op een notitie van een week handel en een aangepaste inkoopprijs.
De rechtbank oordeelde dat de notitie van een week als uitgangspunt voor extrapolatie naar de bewezenverklaarde periode van 385 dagen het meest betrouwbaar was. Op basis hiervan werd het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op €225.706,72, waarvan 40% aan de veroordeelde werd toegerekend, resulterend in een ontnemingsbedrag van €90.282,69.
De rechtbank legde de betalingsverplichting van dit bedrag aan de Staat op en bepaalde de maximale gijzelingstermijn op 902 dagen. De rechtbank volgde daarmee een voorzichtige en op bewijsmiddelen gebaseerde benadering, waarbij rekening werd gehouden met de rolverdeling binnen de criminele organisatie.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €90.282,69 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.