Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: de veroordeelde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en handel in cocaïne. De ontnemingsvordering van de officier van justitie betrof het vaststellen en ontnemen van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit deze strafbare feiten.
De rechtbank heeft de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel beoordeeld aan de hand van het ontnemingsrapport en een notitie op een dealertelefoon die een weekoverzicht van drugstransacties bevatte. Op basis hiervan werd de periode van 1 april 2024 tot en met 26 februari 2025 als bewezenverklaard aangenomen, met een geschatte verkoop van 7216 ponypacks cocaïne van 0,7 gram per stuk tegen een verkoopprijs van €50 per gram.
De kosten werden berekend op basis van de inkoopprijs van cocaïne in 2024, wat resulteerde in een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van €225.706,72. Dit voordeel werd toegerekend aan de verschillende veroordeelden op basis van hun rol en bewezen periode, waarbij aan de veroordeelde een aandeel van 30% werd toegekend, gelijk aan €58.390,62.
De rechtbank legde de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen en bepaalde de maximale gijzelingstermijn op 583 dagen. De vordering van de officier van justitie werd daarmee toegewezen, waarbij de rechtbank de berekening van de verdediging niet volgde vanwege onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €58.390,62 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.