Uitspraak
1.De procedure
- producties 1 tot en met 5 van [gedaagde] ,
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres trad op 1 oktober 2025 in dienst bij gedaagde op basis van een uitzendovereenkomst voor 18 uur per week. Na ziekmelding vorderde zij loondoorbetaling op basis van 18 uur, terwijl gedaagde stelde dat de feitelijke arbeidsomvang structureel lager was. De kantonrechter stelde vast dat de gemiddelde arbeidsomvang 9,9 uur per week bedroeg en dat eiseres recht had op 90% loondoorbetaling conform de cao NBBU.
De datum van ziekmelding was betwist; eiseres stelde 7 december 2025, gedaagde 8 januari 2026. De kantonrechter oordeelde dat de officiële ziekmelding pas op 8 januari 2026 stond vast, omdat er geen objectieve medische gegevens waren die de eerdere ziekmelding ondersteunden.
Eiseres vorderde betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging en rente. Gedaagde had een deel van het loon betaald, maar te laat. De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van de wettelijke verhoging en rente over het te laat betaalde loon, en tot doorbetaling van het loon vanaf mei 2026 op basis van 9,9 uur per week tegen 90% van het uurloon. De gevorderde dwangsom werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde moet loon doorbetalen op basis van 9,9 uur per week tegen 90% van het uurloon vanaf 8 januari 2026 en wettelijke verhoging en rente betalen over te laat betaald loon.