Uitspraak
1.De procedure
- producties 1 tot en met 5 van [gedaagde] ,
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres trad op 1 oktober 2025 in dienst bij gedaagde op basis van een uitzendovereenkomst voor 18 uur per week. Na ziekmelding vorderde zij loondoorbetaling op basis van 18 uur per week en 100% loon. Gedaagde stelde dat de feitelijke arbeidsomvang structureel lager was en dat op grond van de cao NBBU 90% van het loon over de feitelijke uren moet worden doorbetaald.
De kantonrechter oordeelde dat de gemiddelde arbeidsomvang 9,9 uur per week bedroeg, gebaseerd op de 13 weken voorafgaand aan de ziekmelding. De ziekmelding werd vastgesteld op 8 januari 2026, ondanks een eerdere vermeende ziekmelding op 7 december 2025 die niet als officieel werd erkend.
De kantonrechter wees de vordering tot 100% loondoorbetaling af en stelde vast dat eiseres recht heeft op 90% loondoorbetaling conform de cao NBBU. Gedaagde moet het loon over de periode vanaf januari tot en met april 2026 met wettelijke verhoging en rente betalen, en vanaf mei 2026 het loon van € 979,28 bruto per maand doorbetalen tot het einde van de arbeidsovereenkomst.
De gevorderde salarisspecificaties moeten vanaf mei 2026 worden verstrekt. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde moet 90% van het loon over een gemiddelde arbeidsomvang van 9,9 uur per week doorbetalen vanaf 8 januari 2026, met wettelijke verhoging en rente over te laat betaald loon.