Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 6 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort geding procedure vordert [eiseres] B.V. ontruiming van een woning die door [gedaagde] wordt gehuurd vanwege een huurachterstand van acht maanden. De huurachterstand bedraagt € 11.069,60 tot en met april 2026. [gedaagde] erkent de achterstand maar wil in de woning blijven en de schuld in termijnen aflossen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij ontruiming omdat de achterstand verder oploopt en zij de woning wil verhuren aan een betalingsplichtige huurder. De rechter weegt de belangen van partijen af en concludeert dat het waarschijnlijk is dat de bodemrechter de vordering tot ontruiming zal toewijzen.
De gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de toepasselijke algemene voorwaarden niet zijn overgelegd, waardoor de rechter deze vorderingen niet kan toetsen. [gedaagde] heeft onvoldoende perspectief geboden om de achterstand in te lopen en heeft geen gebruik gemaakt van schuldhulpverlening.
De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op 28 dagen na betekening van het vonnis. Daarnaast wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, de lopende huur tot aan de daadwerkelijke ontruiming en de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat [eiseres] direct kan overgaan tot uitvoering.
Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming van de woning binnen 28 dagen en betaling van de huurachterstand en lopende huur, terwijl rente en incassokosten worden afgewezen.