Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2977

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
11918931 \ MC EXPL 25-5537
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.6 algemene voorwaardenArt. 10 algemene voorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende onderbouwde schade bij uitstel verhuizing

Eiseres, een verhuisbedrijf, vordert een schadevergoeding van €16.370,00 wegens twee uitgestelde verhuizingen door gedaagde. Zij baseert haar vordering op artikel 4.6 van haar algemene voorwaarden, waarin staat dat de opdrachtgever schadeloos moet worden gesteld voor noodzakelijke kosten en nadelen door uitstel.

Gedaagde betwist dat er schade is geleden en stelt dat eiseres dit onvoldoende heeft onderbouwd. De kantonrechter oordeelt dat eiseres niet concreet heeft aangetoond dat zij daadwerkelijk schade heeft geleden, zoals gederfde omzet of winstderving, noch dat personeelskosten elders niet konden worden ingezet.

De door eiseres overgelegde planning wordt niet als bewijs aanvaard omdat deze niet in de conclusie van repliek is toegelicht. Ook kan eiseres geen beroep doen op artikel 10 van Pro de algemene voorwaarden, omdat de overeenkomst niet is opgezegd en de verhuizing uiteindelijk heeft plaatsgevonden.

De kantonrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten van €1.008,00, te vermeerderen met kosten van betekening indien niet tijdig betaald.

Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens uitstel verhuizing wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van schade.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11918931 \ MC EXPL 25-5537
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. J.N.C. de Kluijver,, mr. B.E. Revelman de Vries en C.J. Zaal
(Gerechtsdeurwaarderskantoor De Kluijver),
tegen
[gedaagde] B.V., M.H.O.D.N. [handelsnaam] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. C.H.J.M. Abeln.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 oktober 2025 met producties 1 tot en met 3,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 15,
- de conclusie van repliek met één productie,
- de conclusie van dupliek.
1.2
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis komt.

2.De kern van de zaak

2.1
[gedaagde] heeft [eiseres] ingeschakeld voor een verhuizing. [gedaagde] heeft deze verhuizing twee keer uit moeten stellen. [eiseres] vordert € 16.370,00 aan kosten, vermeerderd met rente en kosten die [gedaagde] op grond van de algemene voorwaarden van [eiseres] verschuldigd is voor de verplaatsingen van de verhuizing, omdat zij stelt schade te hebben geleden door de verplaatsingen. [gedaagde] betwist dat [eiseres] schade heeft geleden.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af.

3.De beoordeling

3.1
[eiseres] vordert € 16.370,00, vermeerderd met rente en kosten. [eiseres] stelt dat [gedaagde] dit bedrag verschuldigd is op grond van artikel 4.6 van de algemene voorwaarden van [eiseres] . Artikel 4.6 van de algemene voorwaarden (productie 1 [eiseres] ) bepaalt dat als een verhuizing wordt uitgesteld, de opdrachtgever de bedrijfsverhuizer schadeloos moet stellen voor alle noodzakelijke kosten en nadelen die voortvloeien uit het uitstel. [eiseres] stelt dat [gedaagde] de verhuizing tweemaal heeft uitgesteld, van mei naar juni en toen van juni naar eind augustus/begin september en daardoor tweemaal aanzienlijke schade heeft geleden bestaande uit gederfde omzet en winst, terwijl personeelskosten, materiaalkosten en overhead doorliepen. [eiseres] heeft uiteindelijk de omvang van de schade berekend door aansluiting te zoeken bij de staffel van artikel 10 van Pro de algemene voorwaarden die van toepassing is als de overeenkomst wordt opgezegd, ondanks dat daar in dit geval geen sprake van is. Zij meent dat dit in het voordeel van [gedaagde] is, omdat vaststelling van de hoogte van het schadebedrag aan de hand van de staffel lager zou uitvallen, dan wanneer zij haar werkelijke schade conform artikel 4.6 van de algemene bepalingen zou vorderen.
3.2
[gedaagde] betwist dat [eiseres] schade heeft geleden door de verplaatsingen van de verhuizing. [eiseres] heeft dat volgens [gedaagde] onvoldoende onderbouwd.
Nog afgezien van de vraag wat onder noodzakelijke kosten en nadelen moet worden verstaan, is de kantonrechter het met [eiseres] eens dat [eiseres] onvoldoende concreet heeft gemaakt schade te hebben. [eiseres] stelt dat door de verplaatsingen een groot, niet te vullen gat is ontstaan in de planning, waardoor zij is geconfronteerd met aanzienlijk capaciteitsverlies en daaruit voortvloeiende winstderving. Dit kan echter niet worden vastgesteld. Nergens uit volgt dat zij winstderving heeft gehad in de vorm van opdrachten die zij heeft afgewezen voor de data waarop uiteindelijk de verhuizing heeft plaatsgevonden. Evenmin heeft [eiseres] onderbouwd dat zij kosten had, omdat personeel dat stond ingepland op de initiële verhuizingen in mei en juni op die data niet elders heeft kunnen inzetten nadat duidelijk werd dat de verhuizing naar eind augustus/begin september werd verplaatst. Bij haar conclusie van repliek zit een planning, maar deze dient niet ter onderbouwing van haar stelling. Zij verwijst in het lijf van haar conclusie hier niet naar en licht de planning evenmin toe. Het is niet aan de kantonrechter om in de producties naar de onderbouwing van stellingen van een partij te moeten zoeken. [eiseres] kan dus geen schade vorderen op grond van artikel 4.6 van de algemene voorwaarden. Zij kan dit evenmin op grond van artikel 10 van Pro de algemene voorwaarden, omdat geen sprake is van opzegging van de overeenkomst. De verhuizing heeft immers plaatsgevonden en [gedaagde] heeft de kosten hiervan aan [eiseres] betaald. De kantonrechter zal de vordering van [eiseres] dan ook afwijzen.
3.3
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.008,00

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door mr. A.A.T. Werner op 20 mei 2026.
69134