Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 15 oktober 2025 met producties 1 tot en met 3,
- de aanvullende productie 16 van [eiser] , gemaild op 20 januari 2026,
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
onverschuldigd aan [gedaagde] heeft betaald, niet juist. [eiser] stelt slechts voor één seizoen loon aan [gedaagde] verschuldigd te zijn. Dit is volgens hem 25% van de totale door hem betaalde opleidingskosten, namelijk € 3.403,12 (= € 13.612,50 x 0,25). [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verduidelijkt dat wanneer een cursist alle vier seizoenen in één keer afneemt, hij een korting krijgt ten opzichte van cursisten die per seizoen een overeenkomst sluiten. Aangezien [eiser] de overeenkomst vóór de volbrenging van de opdracht heeft opgezegd, vervalt deze korting. Dit heeft [eiser] niet weersproken. Ook als de kantonrechter tot de conclusie zou komen dat [eiser] slechts voor één seizoen loon aan [gedaagde] verschuldigd zou zijn – wat niet zo is; zie onder 3.16. – , zou hij daarom minder terug krijgen dan wat hij als onverschuldigd betaald terugvordert.
andere onderdelen van seizoen 2heeft deelgenomen, namelijk enkele werkvormendagen en de Groene Module, stelt de kantonrechter het redelijk loon voor verrichte werkzaamheden met betrekking tot seizoen 2 vast op € 1.500,00.
- [eiser] binnen de opleiding een grote mate van vrijheid had om het moment te bepalen waarop hij – na goedkeuring van [gedaagde] – aan een onderdeel zou beginnen en
- [eiser] in de periode tot 17 april 2025 i) de reis uit seizoen 2 niet heeft afgenomen en ii) nog niet aan seizoen 3 en 4 was begonnen.