Uitspraak
1.[gedaagde sub1] ,
[gedaagde sub2],
- [gedaagden] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van een woning die sinds 1 mei 2024 wordt gehuurd op basis van een tijdelijke huurovereenkomst met een looptijd tot 30 april 2026. De verhuurder stelt dat de overeenkomst van rechtswege is geëindigd en dat huurbescherming daarom niet geldt.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd omdat partijen zijn overeengekomen dat opzegging vereist is voor beëindiging, een afwijking die in het voordeel van de huurder is. De verhuurder heeft geen geldige opzegging gedaan, noch voldaan aan de wettelijke eisen voor opzegging, zoals het tijdig informeren van de huurder binnen de wettelijke termijn van drie tot één maand voor het einde van de huurperiode.
De kantonrechter stelt dat de e-mails van de verhuurder niet voldoen aan de vereisten voor een geldige aanzegging of opzegging, omdat deze te vroeg en te laat zijn verzonden. Hierdoor is de huurovereenkomst vermoedelijk verlengd voor onbepaalde tijd. De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat de verhuurder de huurovereenkomst niet tijdig heeft opgezegd of aangezegd.