Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2960

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
UTR 25/4100
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herbeoordeling kinderopvangtoeslag wegens te late aanmelding

Eiseres heeft zich op 15 januari 2025 aangemeld voor de herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, maar Dienst Toeslagen wees de aanvraag af wegens te late indiening. Eiseres betoogde dat zij zich in 2022 al had aangemeld en niet had afgemeld, maar uit twee telefoonnotities blijkt dat zij zich in 2022 juist heeft afgemeld voor de integrale beoordeling. In 2025 meldde zij zich opnieuw aan, nadat zij had gehoord dat anderen na integrale beoordeling als gedupeerden werden erkend.

De rechtbank acht de notities betrouwbaar en concludeert dat de aanvraag van 2025 als nieuwe en te late aanvraag moet worden gezien. Een brief van Dienst Toeslagen uit september 2022 bevestigt de afmelding, en de rechtbank gaat ervan uit dat deze brief is ontvangen, aangezien eiseres dit niet heeft onderbouwd.

De rechtbank oordeelt dat de late aanmelding niet verschoonbaar is, ook niet vanwege het feit dat eiseres in België woont en de taal minder goed beheerst. De hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat de situatie niet schrijnend is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4100
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres

(gemachtigde: mr. F. Boukich),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Inleiding

Eiseres heeft zich op 15 januari 2025 bij Dienst Toeslagen aangemeld voor de herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. Deze uitspraak gaat over de vraag of Dienst Toeslagen de aanvraag heeft mogen afwijzen, omdat die te laat is ingediend. Eiseres is het hier niet mee eens en stelt dat zij zich al in 2022 heeft aangemeld en niet heeft afgemeld, waardoor haar aanvraag volgens haar niet te laat is.
Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van eiseres met het besluit van 14 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 juni 2025 op het bezwaar van eiseres is Dienst Toeslagen bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld. Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 28 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van Dienst Toeslagen. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank stelt vast dat de aanvraag is ingediend na de deadline. Eiseres zegt dat zij toch niet te laat was, zij heeft zich namelijk in 2022 al aangemeld. Er zitten twee telefoonnotities in het dossier van eiseres. In de eerste telefoonnotitie van 23 maart 2022 staat dat eiseres zich bij Dienst Toeslagen heeft afgemeld voor de integrale beoordeling. Als alleen deze eerste telefoonnotitie beschikbaar was geweest, dan had de rechtbank het argument van eiseres nog kunnen volgen dat dit verkeerd begrepen of verkeerd genoteerd kan zijn, omdat zij dat niet zo bedoeld heeft. Maar in de tweede telefoonnotitie van 15 januari 2025 wordt door eiseres bevestigd dat zij in 2022 heeft besloten af te zien van de integrale beoordeling. Eiseres legt in dat gesprek ook uit waarom zij in 2025 heeft besloten zich opnieuw aan te melden voor de integrale beoordeling. Eiseres had namelijk van anderen gehoord dat zij na de integrale beoordeling wel zijn erkend als gedupeerden. De rechtbank overweegt dat hieruit kan worden afgeleid dat eiseres zich in 2022 heeft afgemeld, maar dat zij in 2025 spijt had en zich daarom alsnog wilde aanmelden. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten in het dossier om aan de inhoud van de notities te twijfelen. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de twee notities elkaar bevestigen.
3. Bovendien zit er in het dossier een brief van Dienst Toeslagen van 29 september 2022. In deze brief bevestigt Dienst Toeslagen dat eiseres zich op 23 maart 2022 telefonisch heeft afgemeld voor de integrale beoordeling, maar daar heeft eiseres niet op gereageerd. Eiseres stelt dat zij de brief toen niet heeft ontvangen. In de verzendadministratie van Dienst Toeslagen staat echter dat deze brief op 4 oktober 2022 is verzonden. De rechtbank overweegt dat Dienst Toeslagen met haar verzendadministratie voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de brief is verstuurd. Uit vaste jurisprudentie [1] volgt dat in dat geval wordt vermoed dat het poststuk is afgeleverd en ontvangen, tenzij eiseres onderbouwt dat de brief toch niet is ontvangen. Dat heeft zij niet gedaan.
4. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier blijkt dat eiseres in 2022 heeft afgezien van de integrale beoordeling en dat Dienst Toeslagen de aanmelding van 15 januari 2025 terecht als nieuwe aanvraag heeft gezien. De rechtbank overweegt verder dat de mogelijkheid tot opnieuw aanmelden wel bestond, maar dat dit wel moest gebeuren vóór de deadline. Eiseres heeft zich op 15 januari 2025 aangemeld en was daarmee te laat.
5. In dat geval wordt gekeken of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het feit dat eiseres in België woont en de taal minder goed beheerst, maakt haar late aanmelding niet verschoonbaar.
6. Wat betreft het beroep op de hardheidsclausule overweegt de rechtbank dat de terugvorderingen die hebben plaatsgevonden, en het feit dat eiseres in België woont en de taal minder goed beheerst, geen omstandigheden zijn die de situatie schrijnend maken.
7. Dit betekent dat Dienst Toeslagen terecht de aanvraag heeft afgewezen omdat die te laat was. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
8. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven manier.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026 door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: