Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: de veroordeelde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde die werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van cocaïnehandel. De ontnemingsvordering van de officier van justitie betrof een bedrag van €48.277,06, gebaseerd op een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van €361.195,12 verdeeld over meerdere verdachten.
De verdediging voerde aan dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel onbetrouwbaar was en pleitte voor een lagere schatting op basis van een notitie over een week verkoop, met extrapolatie en correcties voor inkoopprijs en kortingen. De rechtbank oordeelde dat de notitie een beter uitgangspunt vormde dan de oorspronkelijke berekening en maakte een voorzichtige inschatting van de opbrengsten en kosten.
De bewezenverklaarde periode liep van 8 februari 2024 tot en met 31 januari 2025. De rechtbank rekende met twee dealers gedurende het grootste deel van de periode en drie dealers in de laatste elf dagen. De totale verkochte hoeveelheid cocaïne werd vastgesteld op 5051,20 gram, met een verkoopprijs van €50 per gram. De inkoopkosten werden berekend op basis van een prijs van €26.744,79 per kilo.
Hieruit volgde een wederrechtelijk verkregen voordeel van €225.706,72. Dit voordeel werd toegerekend aan de verschillende verdachten op basis van hun rol en periode van betrokkenheid. Voor de veroordeelde werd een aandeel van 15% vastgesteld, wat resulteerde in een ontnemingsbedrag van €31.569,63. De rechtbank legde de betalingsverplichting aan de veroordeelde op en bepaalde de maximale gijzelingstermijn op 315 dagen.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €31.569,63 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.