ECLI:NL:RBMNE:2026:2942

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/16/609615 / JL RK 26-233 + C/16/609043 / JL RK 26-196
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M.M. Janssen - Witteveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffen ondertoezichtstelling en vaststellen geen omgang moeder vanwege alcoholverslaving

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 6 mei 2026 uitspraak gedaan in twee samenhangende zaken betreffende vier minderjarige kinderen en hun ouders. De gecertificeerde instelling verzocht om opheffing van de ondertoezichtstelling en vaststelling van een zorgregeling waarbij geen omgang is tussen de moeder en de kinderen. De moeder kampt met een alcoholverslaving en psychiatrische problematiek, waardoor zij niet in staat is een stabiele ouder te zijn.

De kinderrechter nam het verzoek van de gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming over, die beiden stelden dat het in het belang van de kinderen is om geen contact met de moeder te hebben. De moeder kon niet instemmen met deze besluiten en wilde contact behouden, maar de vader steunde de verzoeken. De kinderen wonen bij de vader en hebben behoefte aan rust en stabiliteit.

De rechtbank oordeelde dat de omgang met de moeder de afgelopen twee jaar steeds werd gestart en gestopt vanwege terugval in alcoholgebruik. De moeder erkent haar problematiek onvoldoende en is niet in staat om langdurig abstinent te blijven. De ondertoezichtstelling werd verlengd vanwege onduidelijkheid over omgang, maar nu deze duidelijkheid er is, zijn de gronden voor ondertoezichtstelling niet langer aanwezig.

De beschikking bepaalt dat de moeder geen fysieke of online omgang met de kinderen zal hebben, maar wel op verjaardagen en feestdagen een kaartje of cadeautje mag sturen. De vader zal de moeder maandelijks informeren over de ontwikkeling van de kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank heft de ondertoezichtstelling op en stelt vast dat er geen omgang is tussen de moeder en de kinderen vanwege haar alcoholverslaving en psychiatrische problematiek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummers:
C/16/609615 / JL RK 26-233 (opheffen ondertoezichtstelling)
C/16/609043 / JL RK 26-196 (vaststellen zorgregeling)
Datum uitspraak: 6 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een opheffing ondertoezichtstelling en vaststelling van een zorgregeling
in de zaak van
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Almere,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 4],
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
Voor het inwinnen van advies is in de procedure betrokken:
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
Midden-Nederland, Lelystad,
hierna te noemen: de Raad.
1.
Het verloop van de procedure
In de zaak met zaaknummer C/16/609615 / JL RK 26-233 (opheffen ondertoezichtstelling)
1.1. De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 april 2026.
In de zaak met zaaknummer C/16/609043 / JL RK 26-196 (vaststellen zorgregeling)
1.2. De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 maart 2026.
In beide zaken
1.3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder met haar moeder, de vader, [A] namens de GI en
[B] namens de Raad.
1.4. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben van de mogelijkheid geen mening gebruik gemaakt. [minderjarige 3] en [minderjarige 4] heeft de kinderrechter niet om hun mening gevraagd omdat zij nog geen acht jaar zijn en dan zijn ze daarvoor nog te jong.

2.De feiten

In beide zaken
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] (hierna: de kinderen).
2.2.
De kinderen wonen bij hun vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 april 2026 de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 26 juli 2026.

3.De verzoeken

In de zaak met zaaknummer C/16/609615 / JL RK 26-233 (opheffen ondertoezichtstelling)
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van de kinderen op te heffen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de zaak met zaaknummer C/16/609043 / JL RK 26-196 (vaststellen zorgregeling)
3.2.
De GI verzoekt de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren: de kinderen zullen geen omgang (fysiek of online) hebben met de moeder. Dit betekent dat er:
  • geen begeleide omgang is tussen de moeder en de kinderen,
  • er geen (video)belmomenten zijn tussen de moeder en de kinderen,
  • de moeder de kinderen niet bewust zal opzoeken (niet langsgaan op school of thuis en geen berichten sturen via de telefoon),
  • de moeder mag de kinderen op hun verjaardagen of op feestdagen een kaartje en/of cadeautje sturen,
  • de vader zal de kinderen motiveren om wat te maken of kopen op Moederdag en op de verjaardag van de moeder en er zorg voor dragen dat de moeder dit ontvangt,
  • de vader zal de moeder maandelijks informeren over de ontwikkeling van de kinderen via de mail. Hierin staat in ieder geval:
- hoe het met de kinderen op school gaat,
- het verloop van de medische en psychologisch afspraken die de kinderen hebben gehad,
- wat de kinderen in hun vrije tijd gedaan hebben (hobby’s en sport)
- minimaal één foto per kind.

4.De standpunten

In beide zaken
4.1.
De GI vindt het niet langer in het belang van de kinderen dat zij omgang hebben met de moeder. De afgelopen twee jaar is er meermaals geprobeerd om een bestendige omgang tussen de moeder en de kinderen tot stand te brengen, maar dit is niet gelukt. De moeder kampt met een alcoholverslaving en psychiatrische- en persoonlijkheidsproblematiek. Het lukt haar hierdoor niet om een stabiele en betrouwbare ouder voor de kinderen te zijn. De kinderen zijn hierdoor in situaties terecht gekomen die niet goed voor hen zijn en moeten hiertegen beschermd worden. Ook de hulpverlening van de moeder heeft aangegeven dat zij het niet passend vinden dat de kinderen omgang hebben met de moeder. De GI ziet dan ook geen andere optie om te verzoeken dat er geen omgang is tussen de moeder en de kinderen. De kinderen hebben nu behoefte aan rust. Wel vindt de GI het belangrijk dat de moeder informatie over de kinderen ontvangt en een kaartje kan sturen op de verjaardagen van de kinderen. De GI maakt zich geen zorgen over de kinderen bij de vader. De ondertoezichtstelling richtte zich enkel nog op het contact tussen de kinderen en de moeder. Als hierover duidelijkheid is, is de ondertoezichtstelling volgens de GI niet langer noodzakelijk.
4.2.
De Raad ziet dat er veel geprobeerd is om het contact tussen de moeder en de kinderen tot stand te brengen. Het middelengebruik van de moeder maakt echter dat zij niet de juiste keuzes maakt voor de kinderen. Die onstabiliteit is niet goed voor de kinderen. Ook de Raad ziet op dit moment geen opties om het contact tussen de moeder en de kinderen op starten. De Raad maakt zich geen zorgen over de kinderen in de thuissituatie van de vader. De Raad vindt het wel een lastige beslissing om de ondertoezichtstelling te beëindigen in combinatie met het vaststellen dat er geen omgang zal zijn tussen de moeder en de kinderen. Er is dan niemand meer die monitort of er ooit wel omgang kan zijn in de toekomst. Om die reden biedt de Raad aan onderzoek te doen naar de omgang, als een laatste poging om te kijken of er toch op een bepaalde manier nog contact kan zijn tussen de moeder en de kinderen.
4.3.
De moeder kan niet instemmen met de verzoeken van de GI. Ze mist de kinderen en wil heel graag contact met ze. Zij denkt niet dat het nodig is om de omgang onder begeleiding plaats te laten vinden. De moeder denkt dat als de ondertoezichtstelling opgeheven wordt, zij in de toekomst helemaal geen omgang meer zal hebben met de kinderen. De samenwerking met de GI verloopt volgens de moeder niet goed. Zij vindt dat de GI de omgang te snel stopzet als er enkel een vermoeden is dat zij gedronken heeft. De vermoedens worden dan niet gecontroleerd. Volgens de moeder heeft zij nu hulp in het ambulante kader en heeft zij het traject in Zuid-Afrika goed afgerond. De moeder wil graag meewerken aan een onderzoek door de Raad.
4.4.
De vader stemt in met de verzoeken van de GI. Hij heeft zich de afgelopen twee jaar ingezet om de omgang met de moeder tot stand te laten komen, maar heeft er geen vertrouwen meer in. Hij denkt dat de kinderen op dit moment gebaat zijn bij rust. Mocht er in de toekomst toch weer ruimte zijn voor omgang op een veilige manier, dan zal hij de kinderen stimuleren. De vader ziet niet wat een onderzoek door de Raad naar de omgang nog gaat opleveren, nu er al twee jaar geprobeerd is te zoeken naar een manier waarop de kinderen fijn contact kunnen hebben met de moeder. Het gaat met de kinderen bij hem thuis goed. Hij vindt de ondertoezichtstelling dan ook niet langer nodig.

5.De beoordeling

In beide zaken
5.1.
De zorgregeling zoals de GI heeft verzocht is in het belang van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . De kinderrechter zal deze daarom vaststellen. Ook zal de kinderrechter het verzoek tot het opheffen van de ondertoezichtstelling toewijzen. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissingen neemt.
5.2.
De omgang tussen de moeder en de kinderen is de afgelopen twee jaar vaak opgestart en dan toch weer gestopt. Er zijn wel momenten geweest waarop het contact tussen de moeder en de kinderen fijn en liefdevol was en waarbij ook gezien werd dat de moeder goed kon aansluiten bij de kinderen. Maar het lukt de moeder niet om dit vast te houden doordat zij steeds toch weer een terugval heeft in haar alcoholgebruik. Dat de moeder wil werken aan haar alcoholverslaving blijkt uit het feit dat zij de afgelopen periode meerdere keren is opgenomen. Vorig jaar is zij naar Zuid-Afrika gegaan om daar een traject te volgen. Toch is het de moeder tot nu toe niet gelukt om langere tijd abstinent te blijven. Ook na het traject in Zuid-Afrika is zij teruggevallen in het gebruik van alcohol. De hulpverlening van de moeder geeft aan dat de moeder haar verslaving onvoldoende erkent en de problematiek teveel buiten zichzelf zoekt. De hulpverlening geeft verder, net zoals de GI, aan dat het op dit moment schadelijk is voor de kinderen als zij omgang hebben met de moeder. Ook wordt er vanuit de hulpverlening van moeder getwijfeld aan haar medicatie-inname voor de bij haar gediagnosticeerde borderline. De moeder heeft tijdens de zitting gezegd dat ze haar medicatie wel inneemt, maar dat zij twijfelt aan de diagnose.
5.3.
Het is zorgelijk dat de moeder niet in lijkt te zien dat haar gedrag, in ieder geval voortkomend uit haar alcoholverslaving, een grote impact heeft op haar eigen leven, maar ook op dat van de kinderen. Ook tijdens de zitting is de moeder vooral erg boos op de vader en zegt zij dat hij de kinderen bij haar weg wil houden. Gelet op het verloop van de afgelopen twee jaren waarbij de vader steeds zijn medewerking heeft verleend aan de omgang, ziet de kinderrechter hem niet als de reden waardoor het contact nu niet mogelijk is. De moeder lijkt haar eigen rol hierin niet te (willen/kunnen) zien. De kinderrechter zal de Raad niet de opdracht geven om onderzoek te doen naar de omgang, omdat de GI de afgelopen twee jaar van alles heeft ingezet om omgang tot stand te laten komen en in stand te houden. Contact met en zonder begeleiding of videobellen met en zonder aanwezigheid van de vader, het blijkt voor de moeder niet vol te houden. De Raad ziet ook geen mogelijkheden, maar vindt de beslissing dat er geen contact is zo verstrekkend, dat het lastig is daar achter te gaan staan als er ook geen GI meer betrokken zal zijn. De kinderrechter verwacht niet dat een onderzoek van de Raad tot nieuwe mogelijkheden zal leiden. De moeder is nu aan zet. De kinderrechter hoopt dat het haar in de toekomst wel lukt haar rol te erkennen en haar alcoholverslaving op zodanige wijze onder controle te krijgen dat zij een betrouwbare ouder kan zijn voor de kinderen. Tot die tijd is het toewerken naar omgang met de moeder niet in het belang van de kinderen. De kinderen hebben veel meegemaakt en het is nu belangrijk dat zij rust krijgen en zich vanuit een stabiele situatie goed verder kunnen ontwikkelen. De kinderrechter zal beslissen dat de moeder de kinderen een kaartje kan sturen op hun verjaardag of met feestdagen. Het is aan de kinderen of zij dit kaartje willen lezen. Daarnaast beslist de kinderrechter dat de vader de moeder moet informeren over de kinderen, zodat zij in ieder geval op de hoogte blijft van wat er speelt in hun levens.
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling, nu zij bepaalt dat er geen omgang zal zijn met de moeder, niet meer aanwezig zijn. [1] In de laatste beschikking van 2 april 2026 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling alleen verlengd omdat er nog geen duidelijkheid was over de omgang met de moeder. Die duidelijkheid is er nu wel. De beslissing tot de opheffing van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]

6.De beslissing

De kinderrechter:
In de zaak met zaaknummer C/16/609615 / JL RK 26-233 (opheffen ondertoezichtstelling)
6.1.
heft de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] op met ingang van 6 mei 2026;
In de zaak met zaaknummer C/16/609043 / JL RK 26-196 (vaststellen zorgregeling)
6.2.
stelt vast dat:
  • er geen (begeleide) omgang is tussen de moeder en de kinderen,
  • er geen (video)belmomenten zijn tussen de moeder en de kinderen,
  • de moeder de kinderen niet bewust zal opzoeken (niet langsgaan op school of thuis en geen berichten sturen via de telefoon),
  • de moeder de kinderen op hun verjaardagen of op feestdagen een kaartje en/of cadeautje mag sturen,
  • de vader de kinderen zal motiveren om wat te maken of kopen op Moederdag en op de verjaardag van de moeder en ervoor zorgdraagt dat de moeder dit ontvangt,
  • de vader de moeder maandelijks zal informeren over de ontwikkeling van de kinderen via de mail. Hierin staat in ieder geval:
- hoe het met de kinderen op school gaat,
- het verloop van de medische en psychologisch afspraken die de kinderen hebben gehad,
- wat de kinderen in hun vrije tijd gedaan hebben (hobby’s en sport)
- minimaal één foto per kind;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026, in aanwezigheid van mr. I.R.S. Salomé als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 Burgerlijk Pro Wetboek.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.