Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2917

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
UTR 25/7550
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep op Woo-besluit

Verzoeker heeft op 23 december 2025 beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wegens het niet tijdig beslissen op een Woo-verzoek. Op 4 maart 2026 nam verweerder alsnog een besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vroeg.

De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven te reageren, maar ontving geen reactie. Volgens de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan proceskostenvergoeding worden toegekend als het bestuursorgaan tegemoet is gekomen, maar alleen voor kosten van professionele juridische hulpverleners.

Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener inschakelde, zijn er geen vergoedbare kosten. Wel is verweerder verplicht het griffierecht van €194 te vergoeden, maar dit moet verzoeker rechtstreeks met verweerder regelen.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding daarom af.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen professionele juridische hulpverlener is ingeschakeld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7550

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verzoekeer heeft beroep ingesteld op 23 december 2025, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) van 15 oktober 2025.
Op 4 maart 2026 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het verzoek van verzoeker.
Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek. Verweerder heeft hierop niet gereageerd.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden.
4. Op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb is verweerder verplicht het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. van Grootel, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.