Verzoeker heeft op 23 december 2025 beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wegens het niet tijdig beslissen op een Woo-verzoek. Op 4 maart 2026 nam verweerder alsnog een besluit, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vroeg.
De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven te reageren, maar ontving geen reactie. Volgens de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan proceskostenvergoeding worden toegekend als het bestuursorgaan tegemoet is gekomen, maar alleen voor kosten van professionele juridische hulpverleners.
Omdat verzoeker geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener inschakelde, zijn er geen vergoedbare kosten. Wel is verweerder verplicht het griffierecht van €194 te vergoeden, maar dit moet verzoeker rechtstreeks met verweerder regelen.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding daarom af.