Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2897

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
UTR 25/3700
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.14h WhtArt. 8:42 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen compensatie ex-toeslagpartnerregeling Wet hersteloperatie toeslagen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Dienst Toeslagen waarin een compensatie van €10.000,- is toegekend op grond van de ex-toeslagpartnerregeling uit de Wet hersteloperatie toeslagen. Zij is het niet eens met de hoogte van dit bedrag en stelt dat zij meer schade heeft geleden.

De rechtbank heeft het beroep behandeld, waarbij eiseres niet is verschenen. De rechtbank oordeelt dat Dienst Toeslagen het juiste forfaitaire bedrag heeft toegekend en dat het niet mogelijk is om een hoger bedrag te ontvangen. Dit bedrag is door de wetgever bewust vastgesteld om snel en efficiënt herstel te bieden aan ex-toeslagpartners.

Voor zover eiseres meer schade heeft geleden, kan zij een apart verzoek om schadevergoeding indienen zodra bekend is welke organisatie deze verzoeken zal behandelen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.

De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Wagenaar en griffier A. Wilpstra-Foppen op 27 mei 2026. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de compensatie van €10.000 uit de ex-toeslagpartnerregeling wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3700

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Waar gaat deze zaak over?

Deze uitspraak gaat over het besluit van 28 januari 2025 waarin Dienst Toeslagen een compensatie van € 10.000,- heeft toegewezen aan eiseres vanuit de ex-toeslagpartnerregeling uit de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de hoogte van die compensatie en heeft bezwaar ingediend. Met het bestreden besluit van 30 mei 2025 is Dienst Toeslagen bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van Dienst Toeslagen deelgenomen. Eiseres en de gemachtigde van eiseres zijn, met bericht van verhindering, niet bij de zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat Dienst Toeslagen niet meer compensatie kan verlenen aan eiseres
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Aanvraag
2. Eiseres heeft gevraagd om compensatie als ex-partner van een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire.
Bestreden besluitvorming
3. Dienst Toeslagen heeft eiseres een bedrag van € 10.000,- toegekend op grond van artikel 2.14h van de Wht. Dit is een forfaitair bedrag en moet worden gezien als een erkenning van het aangedane leed. Voor zover eiseres van mening is dat zij meer schade heeft geleden, zal zij een apart verzoek om schadevergoeding kunnen indienen, zo heeft Dienst Toeslagen toegelicht. Het is op dit moment niet bekend welke organisatie de verzoeken om aanvullende schadevergoeding van ex-toeslagpartners gaat uitvoeren. Zodra bekend is welke organisatie dit gaat uitvoeren, ontvangt eiseres daarover een brief volgens Dienst Toeslagen.
Gronden beroep
4. Eiseres is het niet eens met de hoogte van de compensatie. Eiseres heeft veel meer schade geleden als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. De compensatieregelingen zoals neergelegd in hoofdstuk 2 van de Wht zijn ook op eisers van toepassing. Er zijn nu nog geen mogelijkheden om daadwerkelijke schade te laten vergoeden. Ook vraagt eiseres om het ouderdossier met betrekking tot de KOT zoals deze is verstrekt ten behoeve van opvang van de kinderen van eiseres.
Oordeel van de rechtbank
5. De rechtbank is van oordeel dat Dienst Toeslagen de juiste compensatie heeft gegeven op grond van de ex-toeslagpartnerregeling. Dat is namelijk een vast bedrag van € 10.000,-. Het is niet mogelijk om een hoger compensatiebedrag toe te kennen. Door de wetgever is bewust gekozen voor een vast bedrag, om snel en efficiënt herstel te bieden aan de ex-toeslagpartners. De wetgever schrijft over deze keuze:

Bij de keuze van de hoogte van het bedrag is beredeneerd dat € 10.000 substantieel genoeg wordt geacht om echt iets te betekenen voor ex-partners, als het verdelen niet lukt. Wanneer de ex-partner meent meer schade te hebben dan deze € 10.000 kan hij of zij dit aanvoeren bij de aanvullende schaderegeling.’ [1]
Dat betekent dat de wetgever bij het maken van deze regeling heeft onderkend dat het soms niet lukt tussen partners (zoals bij eiseres en haar ex-partner) de compensatiebedragen eerlijk te verdelen, en dat de wetgever ervoor heeft gekozen om ex-toeslagpartners in die gevallen een vast bedrag aan compensatie toe te kennen. Het is niet mogelijk om een hoger compensatiebedrag toe te kennen. Zodra bekend is welke organisatie de verzoeken om aanvullende schadevergoeding van ex-partners gaat uitvoeren, krijgt eiseres daarover bericht en kan zij daartoe een verzoek indienen.
6. Verder is de rechtbank van oordeel dat Dienst Toeslagen alle op de zaak betrekking hebbende stukken conform artikel 8:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht heeft overgelegd. In deze zaak gaat het over het compensatiebedrag van € 10.000,- dat eiseres heeft gekregen. De stukken die hier over gaan heeft Dienst Toeslagen overgelegd. Voor zover ook andere stukken nodig zouden zijn voor de beoordeling van de werkelijke schade van eiseres, kan dat in de toekomstige procedure aan de orde worden gesteld.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Wagenaar, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Kamerstukken II, 2022/23, 36352, nr. 3, pagina 9.