ECLI:NL:RBMNE:2026:2855
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting zonder proceskostenvergoeding
Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar gegrond en trok de aanslag in. Eiser stelde vervolgens beroep in tegen de beslissing over de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid die ernstig onzorgvuldig was. De heffingsambtenaar had een foto overgelegd waaruit bleek dat eiser niet voldeed aan de verplichting om een parkeerkaart zichtbaar en leesbaar achter de voorruit te leggen, zoals voorgeschreven in het Aanwijzingsbesluit Parkeren 2023.
Omdat het bestuursorgaan niet ernstig onzorgvuldig had gehandeld, was er geen grond voor toekenning van proceskostenvergoeding. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en hij kreeg het betaalde griffierecht niet terug. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 20 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskostenvergoeding wordt niet toegekend wegens ontbreken van ernstige onzorgvuldigheid.