Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [gedaagde] van 15 december 2025 met producties 10A tot en met 66,
- de akte van [eiser] van 7 januari 2026 met producties 12 tot en met 17.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert verhuurder betaling van een huurachterstand van €57.328,10, terwijl huurder een huurprijsvermindering en schadevergoeding eist vanwege langdurige lekkages in de gehuurde bedrijfsruimte.
De kantonrechter stelt vast dat er ernstige vochtproblemen en lekkages waren, met name aan de voorzijde van het pand en boven de keuken, die vanaf januari 2022 bekend waren bij verhuurder. Ondanks meerdere pogingen om de lekkages te verhelpen, bleef het probleem bestaan. Vanaf 1 mei 2024 is verhuurder ernstig tekortgeschoten in zijn verplichtingen, waardoor huurder recht heeft op een huurprijsvermindering van 60% tot het einde van de huurovereenkomst op 1 november 2024, toen huurder de overeenkomst buitengerechtelijk ontbond.
Na verrekening van de huurkorting en boetes resteert een vordering van €6.493,38 ten gunste van verhuurder. De kantonrechter wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af wegens gebrek aan bewijs van incassowerkzaamheden. De schadevergoeding wordt verwezen naar een schadestaatprocedure. Proceskosten worden deels gecompenseerd en deels aan verhuurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurprijsvermindering van 60% vanaf 1 mei 2024, rechtsgeldige buitengerechtelijke ontbinding en vergoeding van schade na schadestaatprocedure.