ECLI:NL:RBMNE:2026:2791

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
UTR 24/7059
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9, eerste lid, AwbArt. 6:9, tweede lid, AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanslag afvalstoffen- en watersysteemheffing wegens termijnoverschrijding

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de aanslag afvalstoffenheffing, watersysteemheffing gebruikers en zuiveringsheffing woonruimen voor het belastingjaar 2024. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 25 maart 2026, waarbij eiseres niet is verschenen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend. De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift was zes weken na verzending van de uitspraak op bezwaar, welke op 6 mei 2024 plaatsvond. Het beroepschrift van eiseres is pas op 5 november 2024 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.

Eiseres heeft geen verontschuldiging gegeven voor de overschrijding van de termijn, ondanks een verzoek daartoe per brief van 19 december 2024. Hierdoor blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7059

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: J.J.M. Woeltjes)

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 2 mei 2024. In de bestreden uitspraak is het bezwaar van eiseres tegen de aanslag afvalstoffenheffing, watersysteemheffing gebruikers en zuiveringsheffing woonruimen ten aanzien van de woning aan de [adres] in [plaats] voor belastingjaar 2024 ongegrond verklaard.
1.1.
Het beroep is behandeld op de zitting van 25 maart 2026. De gemachtigde van de heffingsambtenaar was daarbij aanwezig. Eiseres is, zonder voorafgaand bericht, niet verschenen. Na afloop van de behandeling op zitting heeft de rechtbank het onderzoek in deze zaak gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het te laat indienen verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. [2] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post [4] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. [5] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de envelop een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het beroepschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan. Als op de enveloppe geen (leesbaar) poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift tijdig op de post is gedaan als het de eerste of tweede werkdag na de beroepstermijn is ontvangen. De rechtbank wijkt alleen van dit laatste uitgangspunt af als op grond van vaststaande feiten aannemelijk is dat het beroepschrift later dan de laatste dag van de termijn op de post is gedaan.
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [6]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 2 mei 2024 is en dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden, namelijk op 6 mei 2024. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 17 juni 2024.
4.1.
Eiseres heeft het beroepschrift per post toegezonden aan de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar heeft het beroepschrift vervolgens doorgestuurd aan de rechtbank. [7] Het beroepschrift is door eiseres in de aanhef gedateerd op 25 oktober 2024. Op de envelop zoals door de heffingsambtenaar ontvangen is geen leesbaar poststempel aanwezig. Op het beroepschrift zelf is uit een stempel af te lezen dat het op 5 november 2024 door de heffingsambtenaar is ontvangen. Voor de tijdigheid van het beroep geldt als officiële indieningsdatum de datum waarop het stuk bij de heffingsambtenaar is binnengekomen. Omdat het beroepschrift pas op 5 november 2024, ruim buiten de wettelijke termijn, door de heffingsambtenaar is ontvangen is het beroep dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Aan eiseres is per brief van 19 december 2024 verzocht de reden voor het te laat indienen van het beroepschrift kenbaar te maken. Eiseres heeft hier niet op gereageerd. Ook heeft eiseres geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar standpunt ten aanzien van (de ontvankelijkheid van) het beroep op de zitting nader toe te lichten.
5.1.
Eiseres heeft dus geen reden gegeven voor de termijnoverschrijding. Er is de rechtbank dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr. T. Mennen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
5.Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
6.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.
7.Op grond van artikel 6:15 van Pro de Awb.