Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 op het verzet van
[opposant] , te [plaats] , opposant,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.
Rechtbank Midden-Nederland
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank van 27 februari 2026, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. Opposant stelde dat mentale klachten en ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen hem verhinderden de post tijdig te openen en het griffierecht te voldoen.
De rechtbank beoordeelt in dit verzet uitsluitend of de eerdere beslissing om zonder zitting te beslissen terecht was, omdat er geen twijfel bestond over de uitkomst. De rechtbank oordeelt dat opposant onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn persoonlijke situatie het onmogelijk maakte om de post te beheren, ook al is erkend dat hij psychosociale problemen heeft.
De rechtbank wijst erop dat het de verantwoordelijkheid van opposant blijft om ook tijdens ziekte of moeilijke periodes de post te beheren, eventueel met hulp van derden. Gelet hierop verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht blijft in stand.