ECLI:NL:RBMNE:2026:2764

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
UTR 25/2509
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • S. Ayyildiz
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank van 27 februari 2026, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. Opposant stelde dat mentale klachten en ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen hem verhinderden de post tijdig te openen en het griffierecht te voldoen.

De rechtbank beoordeelt in dit verzet uitsluitend of de eerdere beslissing om zonder zitting te beslissen terecht was, omdat er geen twijfel bestond over de uitkomst. De rechtbank oordeelt dat opposant onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn persoonlijke situatie het onmogelijk maakte om de post te beheren, ook al is erkend dat hij psychosociale problemen heeft.

De rechtbank wijst erop dat het de verantwoordelijkheid van opposant blijft om ook tijdens ziekte of moeilijke periodes de post te beheren, eventueel met hulp van derden. Gelet hierop verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2509-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 op het verzet van

[opposant] , te [plaats] , opposant,

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzet dat opposant heeft ingediend tegen de uitspraak van deze rechtbank over zijn beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Almere.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 27 februari 2026 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet is betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 27 februari 2026 niet juist was.
3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 27 februari 2026 niet juist omdat onvoldoende rekening is gehouden met de impact van een aantal ingrijpende gebeurtenissen in zijn leven. Hij voert aan dat hij mentale klachten ervaart, waaronder het vermijden van het openen van post wanneer hij verwacht dat deze negatieve prikkels bevat. Volgens opposant zijn deze klachten toegenomen als gevolg van ingrijpende gebeurtenissen in de familiesfeer en het voortijdig beëindigen van een werkstage.
4. De rechtbank is het niet eens met opposant, omdat het de verantwoordelijkheid van opposant is om ook tijdens ziekte of moeilijke periodes ervoor te zorgen dat de post goed wordt bijgehouden. Dit kan eventueel ook door derden daarvoor in te schakelen. Daarnaast heeft opposant onvoldoende onderbouwd dat zijn persoonlijke situatie van dien aard was dat het niet mogelijk was tijdig de brief over het griffierecht te (laten) openen. Uit een overgelegd stuk van de psychiater blijkt weliswaar dat opposant psychosociale problemen heeft, maar niet dat het gelet op zijn situatie echt niet mogelijk was de post bij te houden.
5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van
27 februari 2026 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ayyildiz, rechter, in aanwezigheid van G. Schnitzler, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.