Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de vaders met hun advocaat;
- de moeder.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 februari 2026 een verzoek van een minderjarige om zijn hoofdverblijfplaats te wijzigen naar de moeder en de zorgregeling aan te passen. De minderjarige woont momenteel bij de vaders, waarbij vader A het gezag heeft. De moeder heeft geen gezag meer.
De rechtbank besloot geen ambtshalve beslissing te nemen om de hoofdverblijfplaats en zorgregeling te wijzigen. Dit omdat een kind alleen hoofdverblijfplaats kan hebben bij een ouder met gezag, en de moeder dat niet heeft. Daarnaast achtte de rechtbank het niet in het belang van het kind om de zorgregeling ingrijpend te wijzigen vanwege de gespannen relatie tussen de ouders en het risico dat het contact met de vaders zou verminderen.
De rechtbank benadrukte dat het belang van de minderjarige het best gediend is met het behoud van onbelast contact met alle drie de ouders. Ook werd gewezen op de logistieke problemen die de minderjarige ervaart, waarvoor de ouders samen een oplossing moeten vinden. De beslissing werd toegelicht in een brief aan de minderjarige. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek af en handhaaft de huidige hoofdverblijfplaats en zorgregeling.