3.3.1.Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat het primair ten laste gelegde feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de volgende bewijsmiddelen:
1. De
verklaring van de verdachteop zitting, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het klopt dat ik op 28 september 2025 in Lelystad brand heb gesticht door kartonnen dozen in de fik te steken. Ik zat drie uur lang opgesloten in een fietsenstalling. Ik had een gebroken pols en had daardoor veel pijn. Ik heb de politie drie keer gebeld en gezegd dat ik vastzat. Ik heb de politie gevraagd of ik uit de fietsenstalling kon worden gehaald. Ik heb van alles geprobeerd om uit de fietsenstalling te komen. Ik heb lawaai gemaakt en familieleden gebeld, maar zij namen niet op. Toen ik de politie voor de derde keer had gebeld, zei ik dat ik een kartonnen doos die daar lag zou aansteken. Dat heb ik toen gedaan. Ik dacht namelijk dat de deur open zou gaan door die brand, maar dat gebeurde niet. Toen ik brand had gesticht kwam de politie en heeft de politie de brand geblust.
2. Het
proces-verbaal van bevindingenvan 29 september 2025, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
Uitwerking camerabeelden
20:16:58 uur: Ik zie dat er een persoon vanaf de linkerkant het camerabeeld in komt lopen. Ik zie dat de persoon tussen het hek en de oranje muur in loopt. Dit betreft het afgesloten gedeelte naast de fietsenstalling. Ik kan de persoon als volgt omschrijven:
- man;
- grijs/groene pet op zijn hoofd;
- zwart vest met lange mouwen;
- om de linkerhand is iets gewikkeld dat wit van kleur is;
- grijze lange broek;
- zwarte schoenen met witte zolen.
De persoon wordt hierna verdachte genoemd.
20:17:04 uur: Ik zie dat de verdachte richting een grijze deur loopt die gevestigd is in de oranje muur. Ik zie dat de verdachte met zijn rechterhand de deurklink van de grijze deur vastpakt en hier meerdere keren aan trekt. Ik zie dat de verdachte dan meerdere keren met zijn rechtervoet tegen de grijze deur aantrapt.
20:17:15 uur: Ik zie dat de verdachte wegloopt van de grijze deur en richting de kartonnen dozen loopt. Ik zie dat de verdachte stil gaat staan bij de kartonnen dozen. Ik zie dat de verdachte met zijn bovenlichaam vooroverbuigt richting een kartonnen doos. Ik zie dat de verdachte zijn rechterhand in een kartonnen doos stopt.
20:18:01 uur: Ik zie dat de verdachte wegloopt van de kartonnen doos. Ik zie dat de verdachte in de richting loopt waar hij in eerste instantie het camerabeeld ingelopen kwam. Ik zie dat er in de kartonnen doos, waar de verdachte eerder zijn hand in hield, licht ontstaat. Ik zie dat de verdachte over zijn schouder kijkt naar de kartonnen doos waar het licht in ontstond.
20:18:06 uur tot 20:22:53 uur: Ik zie dat het licht dat ontstaan is in de kartonnen doos, steeds groter en feller wordt. Ik zie dat er vuurvlammen zijn, die zijn ontstaan in de kartonnen doos. Ik zie dat dit vuur steeds groter wordt.
20:22:53 uur tot en met 20:25:00 uur: Ik zie dat er een politieauto stopt en dat er een agent uitstapt. Ik zie dat de agent terugloopt naar de auto en daar een brandblusser uit pakt. Ik zie dat de agent samen met omstanders het vuur probeert te blussen.
3. Het
proces-verbaal van bevindingenvan 28 september 2025, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 28 september 2025 omstreeks 20:21 uur kreeg ik de opdracht om naar een fietsenstalling
in Lelystad te gaan, waar zich een persoon zou bevinden die zichzelf had ingesloten. Deze persoon zou tegen de dienstdoende centralist hebben gezegd dat als wij niet binnen tien minuten ter plaatse zouden zijn, hij voldoende brandstof zou hebben om een stapel dozen in brand te steken. Ik hoorde de centralist zeggen dat de persoon die belde [verdachte] heet.
Aangekomen bij de fietsenstalling zag ik dat er een stapel dozen in brand stond. Ik zag dat de vlammen tot aan het plafond van de parkeergarage kwamen. Ik zag dat de brand zich bevond in een door een hek afgesloten gedeelte, afzonderlijk van de fietsenstalling, welke afgesloten was en waar ik niet bij kon komen. Tevens zag ik dat [verdachte] zich als enige bevond in dat gedeelte en tegen een toegangsdeur aan lag die leidt naar de kelderboxen onder het appartementencomplex. Middels een brandblusser heb ik door het hekwerk heen gepoogd de brand te blussen. Er was een groot gevaar voor uitbreiding van de brand, gezien het feit dat de brand gaande was onder het appartementencomplex en zich boven de vlammen een airco unit bevond. Tevens had een plafondplaat al vlam gevat.
3.3.2.Bewijsoverwegingen
De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast. De verdachte heeft verklaard dat hij zich op 28 september 2025 per ongeluk heeft ingesloten in een (kelderbox in een) garage, onder een appartementencomplex en daar enkele uren heeft vastgezeten. Hij had een gebroken pols en had daarom veel pijn. De rechtbank kan op basis van overige gegevens in het dossier niet vaststellen hoe lang de verdachte heeft vastgezeten in de garage en volgt daarom zijn verklaring dat hij daar enkele uren heeft gezeten. Hij heeft geprobeerd om uit de garage te komen door lawaai te maken. Ook heeft hij verschillende familieleden en de politie gebeld. Dit heeft niet geholpen, waarna hij tijdens het derde telefoongesprek met de politie heeft gezegd dat hij de kartonnen dozen die naast hem lagen in de fik zou steken. Op de foto’s in het dossier is te zien dat er naast de verdachte kartonnen dozen op de grond lagen. De verdachte heeft de kartonnen dozen vervolgens in brand gestoken. Het vuur ontwikkelde zich snel tot grote vlammen. De politie is ter plaatse gekomen en heeft de brand geblust. Volgens de politie was er een groot gevaar voor uitbreiding van de brand, omdat er een airco-unit boven de vlammen hing en enkele meters verderop meerdere scooters en fietsen stonden. Een plafondplaat had inmiddels al vlamgevat.
Gelet op deze omstandigheden verwerpt de rechtbank de lezing en het daarop gebaseerde verweer van de advocaat dat er geen gevaar voor goederen kon ontstaan. Het is naar algemene ervaringsregels voorzienbaar dat de brand kon overslaan naar andere goederen die in de buurt stonden. Concluderend was er naar het oordeel van de rechtbank dan ook gevaar voor de in de garage aanwezige vervoersmiddelen en airco-unit te duchten.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier onvoldoende dat er levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. De officier van justitie en de verdediging komen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren. Van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt de verdachte dan ook vrijgesproken.