Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
Procesverloop
€ 579.000,-, naar de waardepeildatum 1 januari 2022. De heffingsambtenaar heeft eiser als eigenaar van deze woning daarbij ook aanslagen onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsgrondslag is gehanteerd. Eiser is tegen deze beschikking in bezwaar gegaan en daarbij een waarde van € 523.000,- bepleit.
Overwegingen
- [adres 2] , verkocht op 1 september 2021 voor € 485.000,-;
- [adres 3] , verkocht op 9 december 2021 voor € 515.000,-;
- [adres 4] , verkocht op 15 september 2022 voor € 561.007,-;
- [adres 5] , verkocht op 22 augustus 2022 voor € 437.500,-.
(€ 561.007,-) terwijl deze woning nagenoeg één op één vergelijkbaar is met zijn woning. Beide woningen hebben eenzelfde garage van 18 m² en een aanbouw die 6 m² van elkaar verschilt. Deze zeer goed vergelijkbare referentiewoning onderbouwt voor én na correctie voor de KOUDV-factoren een lagere waarde.
twee-onder-één-kapwoning, wordt in de matrix vergeleken met vier transacties van rondom de waardepeildatum verkochte woningen van hetzelfde type, gelegen in een vergelijkbaar waardegebied in de buurt ‘ [locatie] ’ in [plaats] . De referentiewoningen zijn gebouwd rondom 1993-1997 en zijn voor wat betreft ligging (alle referenties), bouwkundige kwaliteit (drie referenties), onderhoudstoestand (drie referenties), voorzieningenniveau (drie referenties), doelmatigheid en uitstraling (drie referenties) goed vergelijkbaar. Er zijn kleine verschillen in gebruiks- en/of kavel-oppervlakte. In de taxatiematrix wordt door middel van correctiepercentages rekening gehouden met deze waardeerbare verschillen tussen het object en de referenties. Rekening houdend met die waardeerbare verschillen, volgt uit de matrix dat de beschikte waarde niet te hoog is, aldus de heffingsambtenaar. De rechtbank kan dit volgen.