Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2721

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
C/16/609544 / FV RK 26-878
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing zorgmachtiging wegens ontbreken ernstig nadeel en stabiele situatie betrokkene

De rechtbank Midden-Nederland ontving op 2 april 2026 een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. Tijdens de zitting op 20 april 2026 werden betrokkene en een spv'er van het FACT-team gehoord. Betrokkene betwistte dat zij een psychische stoornis heeft die ernstig nadeel veroorzaakt en gaf aan dat zij van haar overlastgevend gedrag heeft geleerd en zorg op vrijwillige basis wil blijven ontvangen.

Het FACT-team erkende dat psychotische symptomen aanwezig zijn, maar stelde dat het stoppen van medicatie het risico op terugkeer van overlastgedrag vergroot. De spv'er adviseerde een zorgmachtiging om medicatie aan te passen en ziekte-inzicht te bevorderen. De rechtbank stelde echter vast dat er geen nieuwe meldingen van overlast waren en dat betrokkene geen hinder ondervindt van haar symptomen. Haar situatie en gedrag zijn stabiel en zij onderhoudt vrijwillig contact met hulpverlening.

Gezien het ontbreken van ernstig nadeel en de stabiele situatie concludeerde de rechtbank dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot zorgmachtiging af wegens het ontbreken van ernstig nadeel en een stabiele situatie van betrokkene zonder medicatie.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/609544 / FV RK 26-878
Datum uitspraak: 20 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. S.M.G. Weitjens.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 2 april 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A] , spv'er verbonden aan het FACT Soest-Baarn van GGz Centraal.

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank wijst de gevraagde zorgmachtiging af. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank deze beslissing heeft genomen.
De advocaat van betrokkene heeft verzocht om het verzoek af te wijzen omdat wordt betwist dat er sprake is van een psychische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakt.
In het verleden is bij betrokkene sprake geweest van ernstig nadeel. Het ernstig nadeel lag met name in de omstandigheid dat betrokkene veel (buurt)overlast heeft gegeven. Naderhand heeft betrokkene de meldingen rondom haar overlastgevende gedrag kunnen lezen. Hier is zij enorm van geschrokken. Het valt niet te verwachten dat dergelijk gedrag van betrokkene zich zal herhalen, zij heeft hier van geleerd. Ook heeft dit haar doen beseffen dat zij zorg wil blijven ontvangen, maar dan wel op vrijwillige basis.
Een ander belangrijk punt voor betrokkene is dat haar medicatie inmiddels volledig is afgebouwd en dat zij geen enkel verschil ervaart ten opzichte van de periode waarin zij de medicatie gebruikte.
Subsidiair pleit de advocaat ervoor om de zorgmachtiging in duur te beperken tot maximaal drie maanden.
3.2.
Het FACT team staat achter het verzoek van de zorgmachtiging. Hoewel erkend wordt dat het gedrag van betrokkene na het stoppen van de medicatie onveranderd is, zijn de psychotische symptomen bij betrokkene niet verdwenen. Dat maakt dat niet kan worden uitgesloten dat het overlastgevende gedrag zal terugkeren omdat er nu geen medicatie meer wordt gebruikt. Verder is de betrokken SPV-er van mening dat er aan de zijde van betrokkene sprake is van lijden, omdat zij wanen heeft waarbij zij wordt misbruikt en hier veel leed van ondervindt. Volgens hem is het raadzaam dat gekeken gaat worden of betrokkene mogelijk een ander medicijn moet gaan gebruiken – dat beter werkt dan het vorige- om tot meer ziekte-inzicht te komen en de psychotische symptomen te laten afnemen. Omdat betrokkene hier volgens hem niet achter staat, is in zijn visie een zorgmachtiging nodig.
3.3.
De rechtbank zal het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging afwijzen. Uit de processtukken blijkt niet dat er nieuwe meldingen zijn gedaan van overlastgevend gedrag. Evenmin zijn er andere redenen om vast te stellen dat er sprake is van ernstig nadeel. Hoewel de psychotische symptomen volgens de spv’er nog aanwezig zijn, zegt betrokkene dat zij hier geen hinder van ondervindt. Daarnaast gebruikt betrokkene geen medicatie op dit moment en is haar situatie en gedrag stabiel. Zij heeft gesprekken met de hulpverlening en dit kan op vrijwillige basis. Dit alles maakt dat de rechtbank van oordeel is dat er niet wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

4.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door A.M.J. van der Weide, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 23 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.