Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2717

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
C/16/609374 / FV RK 26-852
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging wegens verstoorde behandelrelatie en psychische stoornis

De rechtbank Midden-Nederland ontving op 31 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1981. De zitting vond plaats op 20 april 2026, waarbij betrokkene, haar advocaat, een psychiater en een GZ-psycholoog werden gehoord.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen, wat ernstig nadeel veroorzaakt zoals levensgevaar, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Er is sprake van een verstoorde behandelrelatie, waardoor betrokkene niet volledig achter de huidige zorg staat. Een recent uitgevoerde second opinion is nog niet bekend, maar de rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk zolang de diagnose en behandeling niet worden aangepast.

De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor zes maanden, korter dan de gevraagde twaalf maanden, en wijst de gevraagde maatregelen toe zoals medicatietoediening, medische controles, beperkingen in vrijheid en opname indien nodig. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De beschikking is op 20 april 2026 mondeling gegeven en op 23 april 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden wegens ernstig nadeel en verstoorde behandelrelatie.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/609374 / FV RK 26-852
Datum uitspraak: 20 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. R.G.J. Booij.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 31 maart 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A] , psychiater (via Teams);
- [B] , GZ-psycholoog (via Teams).

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 27 maart 2026.
3.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
3.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
3.5.
Uit de toelichtingen ter zitting en de processtukken blijkt dat er sprake is van een verstoorde behandelrelatie tussen betrokkene en de behandelend psychiater. Dit maakt dat betrokkene niet volledig achter de zorg staat die thans wordt verleend.
Volgens de psychiater bestaat er geen overeenstemming over de noodzakelijke behandeling en de medicatie en is het niet mogelijk is om afspraken met betrokkene te maken. Zo is bijvoorbeeld op verzoek van betrokkene afgesproken dat de dosering van de medicatie verlaagd zou worden, onder de voorwaarde dat betrokkene geen alcohol of drugs zou gebruiken. Volgens de psychiater heeft betrokkene zich niet aan die voorwaarde gehouden, waardoor dit plan is gestagneerd.
3.6.
Betrokkene is het niet eens met de gestelde diagnose. Recent is een second opinion uitgevoerd, waarvan de resultaten (helaas) nog niet bekend zijn. De psychiater heeft ter zitting aangegeven dat - mocht er onverhoopt een andere diagnose worden gesteld – het opstarten van een nieuw behandelplan de nodige risico’s met zich meebrengt rondom de medicatie. Dit zal dus goed gemonitord moeten worden. Daarnaast kan de uitkomst van de second opinion ook zijn dat de reeds gestelde diagnose ongewijzigd blijft. Volgens de psychiater is het ook op dat moment belangrijk om de (verplichte) zorg te continueren en samen in gesprek te gaan en te blijven over de noodzakelijke behandeling en medicatie.
De second opinion zal moeten worden afgewacht voordat hier verdere afspraken over gemaakt kunnen worden.
3.7.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis omdat betrokkene het niet eens is met de gestelde diagnose en met de voorgeschreven medicatie en behandeling. Daarom is verplichte zorg nodig.
3.8.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
3.9.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
3.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
De rechtbank zal – zoals dit subsidiair is gevraagd door de advocaat- de zorgmachtiging in duur beperken en bepalen dat deze wordt verleend voor de duur van zes maanden. Op het moment dat er – als gevolg van de uitkomst van de second opinion – een andere koers zal worden ingeslagen met betrekking tot de behandeling, is het van belang om wederom te bekijken of verplichte zorg langer noodzakelijk is.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. en 3.7. staan kunnen worden toegepast;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 januari 2026,
4.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026 door A.M.J. van der Weide, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 23 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.