Rechter: over het addendum: En voor Inproba?
[C] : In de e-mail die zogenaamd verstuurd zou zijn, is het addendum niet bijgevoegd. Ik begrijp zelf ook niet hoe het is gegaan. Ik heb om bewijs gevraagd en dat tot nu toe niet gekregen. En ook geen toelichting van [D] dat deze getekend is. Inproba weet van niets. Ik zie geen herkomstinformatie, geen metadata dat de e-mail gestuurd is.
Rechter: Over welke e-mail gaat dit?
[C] : Die over het addendum. In de e-mailbox van [D] .
[E] : Er is sprake geweest van een evaluatiegesprek en [A] zegt dat dit tijdens het gesprek aan de orde is geweest (op 13 juni). Daar legt hij hetzelfde vast wat in hoofdlijnen in het addendum staat. Als je de CvA erop naslaat, staat er niets over het addendum. Productie 7: er wordt van deze mail niet betwist dat hij is ontvangen, dit gaat over een mail in juli. Mevrouw [D] betwist niet dat ze hem getekend heeft; ze zegt dat ze hem niet herkend. Dat is iets anders dan dat ze hem niet getekend heeft. Ze geeft aan dat het gesprek heeft plaatsgevonden. [A] vraagt aan haar op 11 november 2025 of er tijdens het gesprek over [G] is gesproken. Dan zegt ze dat ze niet meer weet wat er besproken is, omdat het zo lang geleden is.
Rechter: Ze geeft aan dat ze er op die dag in juni helemaal niet was.
[E] : Op de laatste bladzijde van productie 9 staat dat op 28/29 mei [A] een afspraak heeft willen verzetten naar 7 juni, waarop [D] antwoordt dat dat prima is. [A] heeft de overeenkomst aan haar gegeven, zoals hij zelf verklaart, en de e-mail heeft hij ook verstuurd.
Rechter: over productie 8 CvA: Wat u overlegt is niet de mail van 8 april, maar van 13 juni. [A] , in deze procedure komt u met een print van een e-mail. Dan komt Inproba met productie 8 CvA, dat is een e-mail van 8 april. Het is behalve de datum identiek wat betreft lettertype en inhoud.
[A] : Ik kan het ook niet meer achterhalen, maar ik werd in september geheel buitengesloten. Ik zou niet weten hoe hij op 15 september verstuurd is.
Rechter: Maar dat heeft u zelf gedaan. Waarom stuurt u zichzelf in april een mail met bevestiging van een gesprek dat nog plaats ging vinden in juni?
[A] : Ik heb het gesprek van juni al voorbereid in april.
Rechter: De bulletpoints uit het addendum waar [A] zich op beroept in de mail, die zijn identiek aan de mail van april.
[A] : Ik kreeg pas in juni de mogelijkheid om dit met [D] af te stemmen.
Rechter: Als het wordt betwist, moet u ( [A] ) aantonen dat de afspraken zijn gemaakt. Doordat u het originele document niet kunt overleggen, worden de twijfels over het document niet weggenomen. De mail uit de dagvaarding helpt wel, maar het wordt wel vaag door de mail die u in september aan uzelf heeft gestuurd.
[E] : Hij kan de e-mail niet vinden in zijn eigen e-mailbox. Als hij verstuurd is, dan zou je hem terug moeten kunnen vinden bij [D] . Het is óf verstuurd óf niet verstuurd.
Rechter: Inproba zegt dat een mail wordt doorgestuurd die in elkaar is geknutseld.
[E] : aanvullende rechtsgrond in het kader van factuur 3: Er werd door [A] aangegeven dat de afspraak in beginsel was dat hij tot 30 december 2025 aan zou blijven. Uit de feiten blijkt dat zijn account is gesloten en hij zijn werk niet meer kon uitvoeren. Als je uitgaat van de basisovereenkomst, staat er een einde van overeenkomst in overleg. In die omstandigheden is er grond voor aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid; dit is een reden voor een vergoeding ter hoogte van de laatste factuur.
[C] : Er is al eerder een verzoek gedaan tot verificatie van echtheid van het addendum. Een redelijke vergoeding gekoppeld aan factuur 3, dit is nieuw voor mij, ik zie dit niet terug in de dagvaarding. Het is gesteld en niet bewezen, dus geen reden om hier van af te wijken.
[B] : [A] heeft zelf de stekker eruit getrokken.
[C] : De mail is als productie toegevoegd. Hij is ook uitgenodigd om op gesprek te komen op kantoor en is toen niet gekomen.
Bergsma: Daarmee heeft hij ook zelf het contract beëindigd.
[A] : Ik heb steeds open gestaan om in gesprek te gaan, dit kun je in de correspondentie zien.
[E] : Hij heeft daarmee niet gezegd of bedoeld dat daarmee de samenwerking werd beëindigd.
Bergsma: Er was wrijving tussen de CFO en [A] , en toen is het gesprek geïnitieerd om te kijken of het mogelijk was om de samenwerking te verbeteren.