Eiseres heeft op 9 september 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiseres op 2 februari 2026 beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder op 12 januari 2026 in gebreke is gesteld. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, uiterlijk 3 november 2026.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 50,- per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 467,-) en het betaalde griffierecht (€ 54,-).