Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] (België), eiser
Dienst Toeslagen, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
te ondertekenen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en stelt dat verweerder niet tijdig op dit bezwaar heeft beslist. Het beroep is ingediend nadat verweerder in gebreke is gesteld en de wettelijke beslistermijn is overschreden.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn op bezwaar is verstreken en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn als realistisch beschouwt. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk 31 augustus 2026 een besluit moet nemen.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van een dwangsom van € 100,- per dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.