ECLI:NL:RBMNE:2026:2656
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 15 augustus 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 6 januari 2026. Het beroep is gegrond verklaard omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn, uiterlijk 12 februari 2027, een besluit moet nemen. Dit volgt uit de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn hanteert.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder heeft reeds een dwangsom van € 1.442,- toegekend. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 467,-) en het betaalde griffierecht (€ 54,-).
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op uiterlijk 12 februari 2027 een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten en griffierecht.