Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Dienst Toeslagen, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Verweerder moet alsnog een besluit nemen
Beslissing
te ondertekenen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 26 december 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder op 3 mei 2025 in gebreke is gesteld. Het beroep is gegrond verklaard omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn, zijnde uiterlijk 25 juni 2026, een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank sluit aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de redelijke beslistermijn.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53,-. De rechtbank wijst erop dat verweerder reeds een dwangsom van € 1.442,- heeft toegekend, waarover de rechtbank zich niet verder uitlaat.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op uiterlijk 25 juni 2026 een besluit op bezwaar bekend te maken, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten en griffierecht.