Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en stelde beroep in omdat verweerder niet tijdig op haar bezwaar had beslist. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om over dit beroep te oordelen, nadat het was doorgestuurd door de rechtbank Amsterdam.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na ingebrekestelling. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken hanteert voor dit soort zaken.
Verweerder moet uiterlijk 15 oktober 2026 een besluit op bezwaar nemen. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.