ECLI:NL:RBMNE:2026:26
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen reactie GGD geen besluit in bestuursrechtelijke zin
Verzoeker diende op 1 oktober 2025 een aanvraag in bij de GGD regio Utrecht om organisatorische aanpassingen door te voeren, waaronder het toepassen van de LeuKometer bij elk contactmoment. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde verzoeker de GGD in gebreke en ontving op 11 december 2025 een reactie waarin de GGD stelde dat de aanvraag niet kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze reactie en vroeg op 16 december 2025 om een voorlopige voorziening die de GGD zou verplichten tot procedurele ordening van communicatie en besluitvorming gedurende de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van de GGD geen besluit is omdat deze niet op rechtsgevolg is gericht, zoals vereist volgens artikel 1:3 Awb Pro.
Omdat er geen sprake is van een besluit waartegen bezwaar of beroep openstaat, is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter heeft het verzoek daarom niet inhoudelijk beoordeeld en de gevraagde voorziening niet getroffen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de reactie van de GGD geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb.