ECLI:NL:RBMNE:2026:2547
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar herbeoordeling examens
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de beoordelingen van haar examens Nederlands en Wiskunde A Havo, die zij in juli en augustus 2025 heeft afgelegd. Zij twijfelde aan de wijze waarop de cijfers tot stand zijn gekomen en verzocht om herbeoordeling. Verweerder heeft dit verzoek aangemerkt als bezwaar, maar het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat examencijfers niet als besluiten gelden waartegen bezwaar kan worden gemaakt.
De rechtbank heeft overwogen dat het verzoek van eiseres juridisch gezien wel als bezwaar moet worden gezien, maar dat op grond van artikel 8:4 lid 3 sub b Awb Pro in samenhang met artikel 7:1 Awb Pro bezwaar tegen examencijfers niet mogelijk is. De rechtbank volgt de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die dit bevestigt en wijst erop dat ook geen toetsing aan procedurele eisen mogelijk is.
De rechtbank concludeert dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat het beroep van eiseres ongegrond is. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 9 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen examencijfers is ongegrond verklaard.