In deze zaak verzocht de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, die sinds december 2021 in dienst was en zich in mei 2025 ziek had gemeld met burn-out klachten. De werkgever stelde dat er sprake was van een verstoorde arbeidsrelatie en andere omstandigheden die ontbinding rechtvaardigen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontbindingsverzoek werd gedaan tijdens het opzegverbod wegens ziekte, aangezien de werknemer nog geen twee jaar ziek was en het verzoek na de ziekmelding was ingediend. Hierdoor moest worden onderzocht of de gronden voor ontbinding ook los van de ziekte konden worden beoordeeld. Dit bleek niet het geval; de feiten en omstandigheden waren onlosmakelijk verbonden met de arbeidsongeschiktheid.
Daarnaast ontbrak een voldragen redelijke grond voor ontbinding. De gestelde disfunctioneren en verstoorde arbeidsrelatie waren onvoldoende onderbouwd en de werkgever had de werknemer geen voldoende gelegenheid gegeven om zijn functioneren te verbeteren. Ook de mediation was niet afgerond. De kantonrechter concludeerde dat de arbeidsovereenkomst niet ontbonden kon worden en veroordeelde de werkgever tot betaling van de proceskosten.