Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 12 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
11 juli 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
Beoordeling door de rechtbank
1 januari 2023. Eiser bepleit in beroep een lagere waarde van rond de € 765.000,-. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 798.000,-.
- [adres 2] , verkocht op 17 april 2022 voor € 701.999,-;
- [adres 3] , verkocht op 17 augustus 2022 voor € 1.430.500,-;
- [adres 4] , verkocht op 21 december 2022 voor € 850.000,-;
- [adres 5] , verkocht op 22 maart 2023 voor € 690.000,-.
€ 3.379,-. Met de taxatiematrix heeft de heffingsambtenaar de waardeverhouding tussen de woning en de referentiewoningen daarom inzichtelijk gemaakt.
Conclusie en gevolgen
mr.D. Burggraaf, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2026.