ECLI:NL:RBMNE:2026:2424

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
C/16/607345 / JL RK 26-120
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M.M. Janssen - Witteveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige tot meerderjarigheid

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling (ots) en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met een complexe zorgvraag, geboren in 2009. De minderjarige verblijft momenteel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, maar deze locatie kan niet langer de benodigde gespecialiseerde zorg bieden.

De vader, die het ouderlijk gezag heeft, kan vanwege eigen beperkingen de zorg niet dragen. Sinds het overlijden van de moeder in 2024 woont de minderjarige op een zorgboerderij, maar deze kan de juiste begeleiding niet blijven bieden. De GI heeft toegezegd zich in te zetten voor het regelen van bewindvoering en mentorschap en het vinden van een geschikte woonplek, waarbij de zoektocht wordt overgedragen aan het zorgkantoor als dit niet voor de meerderjarigheid lukt.

De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor verlenging van de ots en machtiging is voldaan en verlengt deze tot de meerderjarigheid van de minderjarige in 2027. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot zijn meerderjarigheid in 2027 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/607345 / JL RK 26-120
Datum uitspraak: 16 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2026, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- [A] namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] vanwege zijn [aandoening] niet uitgenodigd om zijn mening te geven.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 3 april 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 30 april 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 30 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot zijn meerderjarigheid, dus tot [geboortedatum] 2027. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt verder de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling tot de meerderjarigheid van [minderjarige] , dus [geboortedatum] 2027. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding. [2] Daarom verlengt de kinderrechter ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot
[geboortedatum] 2027. Hieronder wordt uitgelegd waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
[minderjarige] woont sinds het overlijden van zijn moeder in 2024 bij zorgboerderij [naam] , omdat de vader vanwege zijn eigen beperkingen de zorg over [minderjarige] niet kan dragen. [minderjarige] heeft namelijk een grote zorgvraag door het [aandoening] , gecombineerd met ADHD en ASS. Echter, [naam] heeft aangegeven niet de juiste begeleiding te kunnen blijven bieden die [minderjarige] nodig heeft. Er zal daarom voor [minderjarige] een woonplek moeten worden gevonden, die wél gespecialiseerd is in het bieden van de zorg en ondersteuning voor mensen met het [aandoening] . Vooralsnog is dit vanwege de beperkte beschikbaarheid van deze plekken niet gelukt.
4.3.
[minderjarige] wordt op [geboortedatum] 2027 achttien jaar. Dit betekent dat er daarna geen regievoerende en ondersteunende rol meer zal zijn voor de GI. Tegelijkertijd blijft het – ook na zijn achttiende verjaardag – noodzakelijk dat de vader ondersteund wordt in de zorg voor [minderjarige] en dat er een passende woonplek voor [minderjarige] gevonden wordt. De GI heeft daarom op de zitting toegezegd zich de komende periode van de ondertoezichtstelling in te zetten voor het regelen van bewindvoering en mentorschap voor [minderjarige] . Ook zal de GI zich blijven inspannen voor het vinden van een passende en perspectief biedende woonplek. De vader wil graag dat de GI dit allemaal voor [minderjarige] nog regelt. De GI heeft hierbij aangegeven dat zij deze zoektocht over zal dragen aan het zorgkantoor (dat binnen de Wlz betrokken is), wanneer deze plek niet voor de achttiende verjaardag van [minderjarige] is geregeld. De kinderrechter hoopt dat er op deze manier uiteindelijk een geschikte plek voor [minderjarige] gevonden zal worden.
4.4.
De beslissing tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [geboortedatum] 2027;
5.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [geboortedatum] 2027;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026 door
mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 01 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.