Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2408

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
14 mei 2026
Zaaknummer
C/16/610027 / FO RK 26-487
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Strikte week-op/week-af zorgregeling zonder uitzonderingen voor vakanties en feestdagen

De rechtbank Midden-Nederland behandelde een geschil tussen ouders over de zorgregeling voor hun twee minderjarige kinderen. De ouders zijn gescheiden en delen het gezag. De vader verzocht om een zorgregeling met een gedetailleerde verdeling van vakanties en feestdagen, terwijl de moeder een regeling vroeg waarbij zij de kinderen exclusief zou verzorgen gedurende twaalf weken zonder contact met de vader, onder deskundige begeleiding.

De rechtbank hield een zitting met gesloten deuren en sprak met één van de kinderen. De moeder verzocht om apart gehoord te worden vanwege veiligheidsoverwegingen, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het in strijd zou zijn met het hoor en wederhoor principe en de vader zich niet kon verweren tegen de inhoud.

De rechtbank oordeelde dat een strikte week-op/week-af regeling zonder uitzonderingen noodzakelijk is om duidelijkheid te scheppen en de druk op de kinderen te verminderen. De huidige regeling met afwijkingen voor vakanties en feestdagen leidde tot voortdurende onrust en escalaties. Daarom geldt de regeling ook tijdens vakanties en feestdagen met wisselmomenten op vrijdagmiddag 14:00 uur.

Daarnaast gelastte de rechtbank een forensisch psychodiagnostisch onderzoek door het NIFP en stelde zij dat hulpverleners minimaal drie keer per week bij beide ouders thuis observeren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt totdat het gerechtshof anders beslist.

Uitkomst: De rechtbank stelt een strikte week-op/week-af zorgregeling vast zonder uitzonderingen voor vakanties en feestdagen, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/610027 / FO RK 26-487
Provisionele voorziening
Beschikking van 15 april 2026
in de zaak van:
[moeder],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M. Dickhoff,
tegen
[vader],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. H.E. Brokers-van Dijk.

1.1 De procedure

1.1
De rechtbank heeft bij beschikking van 09 juli 2025 de beslissing over het wijzigen van de zorgregeling en de vakanties- en feestdagenverdeling aangehouden voor de duur van negen maanden, in afwachting van de uitkomst van het Raadsonderzoek.
1.2
De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
  • de brief met bijlages (inclusief Raadsrapport) van de Raad voor de Kinderbescherming( hierna: de Raad) van 12 februari 2026;
  • het verweerschrift van de vader (met bijlage), tevens inhoudende een zelfstandig verzoek ex artikel 223 Rechtsvordering Pro (provisionele voorziening).
1.3
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat;
- [A] namens de Raad;
- [B] namens de GI.
De zaken C/16/591258 / JE RK 25-509 en C/16/593355 / FO RK 25-571, inhoudende de verzoeken van de GI, de vader en de moeder, die met betrekking tot een wijziging van de zorgregeling, zijn gelijktijdig behandeld.
1.4
De rechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft op 14 april 2026 met de rechter gesproken. De rechter heeft tijdens de zitting samengevat weergegeven wat [minderjarige 1] heeft gezegd. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
[minderjarige 2] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om met de rechter ter praten.

2.2 Waar de procedure over gaat

2.1
De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest.
2.2
Zij hebben samen kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen de helft van de tijd bij hun vader en hun moeder.
2.3
De ouders hebben samen het gezag over de kinderen. Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over hen nemen.
2.4
De rechtbank heeft in de beschikking van 22 juli 2024 de volgende zorgregeling tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de ouders vastgesteld: de GI bepaalt de frequentie, duur en vorm van de contacten tussen de kinderen en de ouders.
2.5
De kinderrechter in deze rechtbank heeft op 1 oktober 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 17 augustus 2025.
2.6
De vader verzoekt de rechtbank in de bodemprocedure:
I. te bepalen dat aan de vader vervangende toestemming zal worden verleend om via het buurtteam opvoedondersteuning te ontvangen;
II. de beschikking van 22 juli 2024 te wijzigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat:
- de kinderen bij de vader verblijven om de week van vrijdag te 14.00 uur tot en met vrijdag te 14.00 uur;
alsmede te bepalen dat:
  • Voorjaarsvakantie: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de voorjaarsvakantie in de oneven jaren (2025) bij moeder; en in de even jaren (2024, 2026) bij vader;
  • Herfstvakantie: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de herfstvakantie in de oneven jaren bij vader (2025) in de even jaren (2024, 2026) bij moeder;
Voor de voorjaars- en herfstvakantie geldt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zij bij de ouder met wie zij deze vakantie doorbrengen zijn vanaf vrijdag uit school tot zondag 17.00 uur aan het einde van de vakantie. Vanaf dat moment zijn de kinderen daarna bij de andere ouder tot het reguliere wisselmoment op vrijdag 14.00 uur (korte week). Daarna wordt gewisseld en het reguliere schema gevolgd.
-
Meivakantie: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de meivakantie in oneven jaren (2025) in de eerste week bij vader en de tweede week bij moeder; in de even jaren (2024, 2026) in de eerste week bij moeder en de tweede week bij vader.
Mocht de meivakantie maar uit 1 week bestaan, dan zal deze bij helfte gedeeld worden.
-
Kerstvakantie: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de kerstvakantie in de oneven jaren (2025) in de eerste week bij moeder en in de tweede week bij vader; en in even jaren (2024, 2026) in de eerste week bij vader en in de tweede week bij moeder.
Kerstdagen: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren: in de oneven jaren (2025) eerste kerstdag bij moeder en tweede kerstdag bij vader; en in de even jaren (2026) eerste kerstdag bij vader en tweede kerstdag bij moeder. Zij gaan om 20.00 uur de dag ervoor tot 20.00 uur op de dag naar de andere ouder. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden opgevoed volgens het Christelijk geloof en deze dagen zijn belangrijk voor hen. Op het moment dat de kinderen in de oneven jaren in week 1 van de kerstvakantie bij de moeder verblijven, zal de vader - om het voor de moeder mogelijk te maken een aansluitende skivakantie in het familiehuis te kunnen realiseren — meewerken aan een eventueel verzoek van de moeder dat de kinderen de eerstvolgende voorjaarsvakantie bij haar verblijven. De kinderen zullen dan in dat jaar in de herfstvakantie bij de vader verblijven. Vanaf dat moment draaien voorjaars- en herfstvakantie.
De zorgregeling heeft als intentie volledige 50/50 verdeling van zorg. Ze wordt aan het begin voor het jaar uitgewerkt/uitgerekend vanaf week 1 kerstvakantie tot en met einde kerstvakantie opvolgend jaar/start nieuwe jaar met borging gelijk aantal week op week af weken. Indien er bij uitwerking een verschil ontstaat van meer dan 4 nachten wordt dit gecompenseerd in de week voor de kerstvakantie terugtellend vanaf de vrijdag.
In 2-weekse schoolvakanties zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de ouder met wie zij de eerste vakantieweek doorbrengen van vrijdag uit school tot zaterdag 17.00 uur halverwege de vakantie. Vanaf dat moment zijn de kinderen vervolgens bij de andere ouder tot de zondag 17.00 uur aan het einde van de vakantie. Vervolgens zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weer bij de eerste ouder tot het wisselmoment op vrijdag 14.00 uur (korte week) waarna het week op/week af schema wordt hervat.
-
Zomervakantie: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de zomervakantie drie achtereenvolgende weken bij moeder en drie achtereenvolgende weken bij vader. In 2025: de eerste drie bij moeder, de tweede drie bij vader; In 2026: de eerste drie bij vader, de tweede drie bij moeder; In 2027: de eerste drie bij moeder, de tweede drie bij vader; Enzovoort.
Als [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de helft van een vakantie bij vader en een helft bij moeder verblijven gaan zij de avond van tevoren (dus op zaterdag halverwege de vakantie) om 19.00 uur naar de andere ouder. Met deze ouder brengen ze de vakantie door tot zondag 17.00 uur aan het einde van de vakantie. Vanaf dat moment zijn de kinderen daarna bij de andere ouder tot het reguliere wisselmoment op vrijdag 14.00 uur (korte week). Daarna wordt gewisseld en het reguliere schema gevolgd.
Indien de situatie ontstaat dat de kinderen in de laatste week voor de zomervakantie en de eerste drie weken van die vakantie bij dezelfde ouder zijn (dus vier aaneensluitende weken bij dezelfde ouder) is dit ongewenst. In dat geval zullen de kinderen in de voorlaatste week het weekend van vrijdag t/m maandag bij ouder 1 zijn; van maandag t/m maandag bij ouder 2 zijn en in de laatste week van maandag t/m vrijdag bij ouder 1 om vervolgens op vrijdag met ouder 2 de vakantie in te gaan.
  • Verjaardag [minderjarige 1] en [minderjarige 2]: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren hun verjaardagen het ene jaar bij vader en het andere jaar bij moeder. De dag ervoor gaan ze na schooltijd naar de andere ouder als de verjaardag daar gevierd wordt. Tot de ochtend na de verjaardag als ze weer naar school gaan of tot 10.00 uur als de dag in het weekend valt. Indien er geen school is wordt er einde schooltijd basisschool aangehouden.
  • Verjaardag vader en moeder: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren de verjaardag van vader bij vader en die van moeder bij moeder. De dag voor de verjaardag gaan ze na schooltijd naar de ouder die jarig is tot de ochtend na de verjaardag als ze weer naar school of 10.00 uur als de dag in het weekend valt.
  • Koningsdag: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren Koningsdag om het jaar bij de ene en de andere ouder. Van de dag ervoor na schooltijd of in het weekend vanaf 16.00 uur tot de ochtend na Koningsdag als ze weer naar school gaan of tot 10.00 uur als de dag in het weekend valt. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de oneven jaren (2025) bij moeder en in even jaren (2024, 2026) bij vader.
  • Bevrijdingsdag: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren Bevrijdingsdag bij de ouder bij wie ze op dat moment zijn.
  • Vaderdag en Moederdag: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren Moederdag bij moeder en Vaderdag bij vader van zaterdag 19.00 uur tot maandag weer naar school. Als er in het weekend van Vader-/Moederdag een activiteit is bijvoorbeeld een sportkamp gaat dat voor en wordt de dag na afloop van het kamp gevierd. De activiteit/kamp dient wel ‘speciaal’ te zijn en te passen bij het normale programma/de sportclubs van de kinderen.
  • Sinterklaas: Sinterklaasavond vieren de kinderen bij de ouder bij wie ze op dat moment zijn.
  • Pinksteren: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] Pinksteren om en om bij vader en bij moeder. In verband met het wisselen op vrijdag kan de week aansluitend bij één van de ouders korter zijn.
  • Pasen: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren in de even jaren (2026) eerste paasdag bij vader en tweede paasdag bij moeder. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren in de oneven jaren (2025) tweede paasdag bij vader en eerste paasdag bij moeder. Van 20.00 uur de dag ervoor tot 20.00 uur op de dag naar de andere ouder.
  • Oud & Nieuw: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren oudejaarsdag/nieuwjaarsdag in de oneven jaren bij vader en in de even jaren bij moeder.
  • Hemelvaartsdag: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gedurende Hemelvaartsdag bij de ouder bij wie ze die week verblijven.
  • Vastlegging overige afspraken zoals in overleg met GI al vanaf 2021 worden uitgevoerd: vader is reeds zes jaar trainer/coach van het voetbalteam van [minderjarige 1] en is elke week door de week op de trainingsdagen en in het weekend bij wedstrijden betrokken, ook in de week dat [minderjarige 1] bij zijn moeder verblijft. [minderjarige 1] fietst zelfstandig naar de trainingen en naar de wedstrijden toe wanneer hij bij moeder verblijft. De ouder bij wie [minderjarige 2] is brengt haar naar turnen/sporten. Bij speciale gelegenheden is de andere ouder aanwezig bij wedstrijden/evenementen.
2.7
De moeder heeft in de bodemprocedure een zelfstandig verzoek ingediend en verzoekt de door de rechter op 22 juli 2024 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen en als volgt vast te stellen voor de duur van de ondertoezichtstelling een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat de kinderen minimaal gedurende 12 weken exclusief door de moeder worden verzorgd zonder contact met de vader onder deskundige begeleiding van mevrouw [C] (of andere expert) die tezamen met een andere jeugdbeschermer de begeleiding van de kinderen en de moeder voor haar rekening neemt, welke jeugdbeschermer na ommekomst van twaalf weken bepaalt of het contact tussen de kinderen en de vader al hervat kan worden en zo ja, in welke vorm en frequentie, althans een regeling die de rechtbank in goede justitie vermeent te bepalen.
2.8
De moeder verzoekt de rechtbank, bij wege van provisionele voorziening, uitvoerbaar bij voorraad, voor de duur van de procedure te bepalen dat tussen partijen een week op/week af-regeling geldt, met het wisselmoment op vrijdagmiddag 14:00 uur gedurende het hele jaar, ook tijdens vakanties, zodanig dat ook voor bijzondere dagen geen uitzondering wordt gemaakt.
2.9
De vader is het niet eens met dat verzoek. De vader verzoekt het verzoek van de moeder af te wijzen, en verzoekt de rechtbank bij wege van zelfstandig verzoek, voor de duur van de procedure:
een zorgregeling vast te stellen, gelijk aan de door SAVE (in de zaak C/16/591258)
verzochte verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, inhoudende:
- dat de kinderen bij vader verblijven om de week van vrijdag te 14.00 uur tot en met vrijdag te 14.00 uur;
alsmede:
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren hun verjaardagen het ene jaar bij vader en het andere jaar bij moeder. De avond voor de verjaardag gaan ze na schooltijd naar de andere ouder als de verjaardag daar gevierd wordt. Tot de ochtend na de verjaardag als ze weer naar school gaan.
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren de verjaardag van de vader bij de vader en de verjaardag van de moeder bij de moeder. De avond voor de verjaardag gaan ze na schooltijd naar de ouder die jarig is, tot de ochtend na de verjaardag als ze weer naar school gaan.
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren Koningsdag om het jaar bij de ene en de andere ouder. Van de dag ervoor na schooltijd of in het weekend vanaf 16.00 uur tot de ochtend na Koningsdag als ze weer naar school gaan of tot 10.00 uur als de dag in het weekend valt.
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren Bevrijdingsdag bij de ouder bij wie ze op dat moment zijn.
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren Moederdag bij moeder en Vaderdag bij vader van zaterdag 19:00 uur tot maandag weer naar school. Als er in het weekend van Vader/Moederdag een activiteit is bijvoorbeeld een sportkamp gaat dat voor en wordt de dag na afloop van het kamp gevierd. Sinterklaasavond vieren de kinderen bij de ouder bij wie ze dat moment zijn.
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren Pasen en Pinksteren om en om bij vader en bij moeder. In verband met het wisselen op vrijdag kan de week aansluitend bij één van de ouders korter zijn.
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de zomervakantie drie achtereenvolgende weken bij moeder, en drie achtereenvolgende weken bij vader. In 2025 de eerste drie bij moeder, de tweede drie bij vader. In 2026 omgekeerd, enzovoort.
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn Hemelvaartsdag bij de ouder bij wie ze die week verblijven.
  • Als [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de helft van een vakantie bij vader en een helft bij moeder verblijven, gaan zij de avond van te voren (zomervakantie 8 augustus) om 19:00 uur naar de andere ouder.
2.1
De moeder heeft ter zitting verzocht om separaat door de rechtbank te worden gehoord, onder geheimhouding richting de vader, vanwege veiligheidsoverwegingen en de gestelde ernstige dynamiek in de thuissituatie.
3 De beoordeling
De beslissing
3.1
De rechtbank zal bepalen dat er, voor de duur van de procedure, een strikte week-op, week-af regeling geldt gedurende het hele jaar. Het wisselmoment zal daarbij plaatsvinden op vrijdagmiddag 14:00 uur. De rechtbank wijst af het verzoek van de moeder om haar apart te horen. De rechtbank legt hierna waarom zij deze beslissingen neemt.
De motivering
Provisionele voorziening
3.2
De moeder heeft de rechtbank verzocht om een provisionele voorziening te treffen voor de duur van de procedure. Een provisionele voorziening is een noodmaatregel die geldt voor de duur van de procedure tussen partijen. De procedure waar het om gaat, wordt de bodemprocedure genoemd. De rechtbank kan alleen een provisionele voorziening treffen, als is voldaan aan een aantal wettelijke vereisten. [1] De rechtbank constateert dat aan deze vereisten op grond van de wet is voldaan. Er loopt een bodemprocedure tussen partijen, en de provisionele voorziening heeft voldoende samenhang met de bodemprocedure nu het gaat over de zorgregeling. Verder heeft de moeder voldoende spoedeisend belang bij de gevraagde provisionele voorziening. Van de moeder kan namelijk niet worden verlangd dat zij het definitieve oordeel van de rechter in de bodemprocedure afwacht, omdat in de bodemprocedure een NIFP-onderzoek zal worden gelast. Het zal geruime tijd duren voordat dit onderzoek is afgerond. Verder hebben ouders toestemming gegeven om mee te werken aan hulpverlening, waarbij hulpverleners minimaal drie keer per week bij zowel de vader als de moeder thuiskomen om te observeren en hiervan verslag te doen. Ook dit verslag zal nog een tijd op zich laten wachten.
Apart horen
3.3
Ter zitting heeft de moeder, bij monde van haar advocaat, verzocht om separaat door de rechtbank te worden gehoord. De rechtbank wijst dit verzoek af. Het uitgangspunt van de wet is hoor en wederhoor; informatie waarop de rechter zijn oordeel baseert, moet in beginsel voor beide partijen kenbaar zijn. Gelet op de inhoud van de stellingen, het late tijdstip in de procedure waarop de moeder dit verzoek heeft ingediend en het feit dat de vader zich niet tegen de inhoudelijk ingebrachte informatie zou kunnen verweren, acht de rechtbank een apart verhoor niet aangewezen.
De zorgregeling3.4 De rechtbank acht het noodzakelijk om voor de duur van de bodemprocedure een ordemaatregel te treffen met betrekking tot de zorgregeling. Hoewel de GI en de vader pleiten voor het handhaven van de huidige regeling (met inbegrip van vakantie-afspraken en incidentele extra contactmomenten), wijst de rechtbank het verzoek van de moeder tot een strikte "week-op/week-af" regeling toe, dus ook gedurende de schoolvakanties. De rechtbank legt hier de volgende redenen aan ten grondslag.
3.5
De rechtbank is van oordeel dat duidelijkheid noodzakelijk is en zij de ruimte voor rigoureus discussie moet beperken. De situatie tussen de ouders is al jarenlang ingewikkeld. De huidige regeling, waarbij afwijkingen worden gemaakt voor vakanties, feestdagen en door de vader wordt gepleit voor extra uitjes (zoals voetbalwedstrijden of concerten), vormt een voortdurende bron van onrust en discussie. Daarnaast verblijven de kinderen dan in de week van verblijf bij moeder gedurende een periode bij de vader. In de huidige context leiden ook de langdurige verblijven bij de moeder tijdens vakanties tot escalaties die niet haalbaar zijn. In deze zaak moet een strikte scheiding worden aangebracht tussen de sfeer van de vader en de sfeer van de moeder, waardoor overleg wordt beperkt en de vader geen invloed heeft op de momenten dat de kinderen bij moeder zijn.
3.6 .
De rechtbank constateert dat de kinderen in een onmogelijke situatie zitten. Te veel wisselingen en "knabbelen" aan de vaste momenten vergroten de druk op de kinderen. Een strikte regeling zonder uitzonderingen (ook niet voor extra uitjes in de week van de andere ouder) is in de huidige, ernstige situatie het minst slecht. De rechtbank wil hiermee voorkomen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (onbedoeld) de spreekbuis worden van dergelijke verzoeken. Als een verzoek wordt afgewezen of als er voorwaarden aan worden gesteld, komt de druk bij het kind te liggen. De rechtbank legt daarom voor de duur van de procedure een week-op-week-af regeling op, waarbij het wisselmoment elke week zal plaatsvinden op vrijdag om 14:00 uur. Dit geeft minder extra druk .
3.7
Deze tijdelijke regeling dient als noodzakelijke en voorspelbare overbrugging naar een duurzame oplossing die het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dient. Om die te bereiken, gelast de rechtbank in de bodemzaak een forensisch psychodiagnostisch onderzoek door het NIFP. Dit onderzoek zal zich richten op de kern van de problematiek, waaronder de persoonlijkheid van(één) van de ouder(s) en de verstoorde gezinsdynamiek. Parallel aan dit onderzoek is directe actie in de thuissituatie nodig. Beide ouders hebben ter zitting uitdrukkelijk ingestemd met de aanwezigheid van hulpverlening. Dit houdt in dat hulpverleners minimaal drie keer per week op door de hulpverlening te bepalen tijdstippen bij beide ouders thuis komen observeren, ter zitting heeft de rechtbank dit omschreven als de hulpverlener als plant/vlieg op de muur.. Zoals besproken bepaalt deze hulpverlening, zonder discussie met (een) ouder(s) de tijdstippen van de dag waarop deze hulpverlening aanwezig zal zijn... De rechtbank voegt er aan toe dat de hulpverlening zal bepalen op welke wijze de verslaglegging van de observaties zal plaatsvinden en tevens wanneer en op welke wijze dat met ouders wordt gedeeld. Indien en voor zover de GI op enig moment tot de conclusie komt dat ter uitvoering van de ondertoezichtstelling een vorm van hulpverlening meer gericht op bijvoorbeeld verandering en leren noodzakelijk is, is het aan de GI om dat in te zetten. Omdat het onderzoek van het NIFP alsmede observaties en mogelijke hulpverlening nog enige tijd zal duren is het nodig Daarom vindt de rechtbank het noodzakelijk dat de voorgenoemde zorgregeling uitgevoerd wordt voor de duur van deze bodemprocedure.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.8
De rechtbank zal de beslissing ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
4 De beslissing
voor de duur van de bodemprocedure
De rechtbank:
4.1
bepaalt dat voor de duur van de procedure een strikte week-op/week-af regeling geldt, met het wisselmoment op vrijdag om 14.00 uur, zonder uitzonderingen voor vakanties, feestdagen of extra uitjes;
4.2
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. C.A. Lammertink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026 en op 7 mei 2026 schriftelijk vastgelegd.
Tegen deze beschikking kan door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 223 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).