Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
- het gehuurde een staat of eigenschap heeft (of een andere omstandigheid) waardoor het gehuurde aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat de huurder bij het aangaan van de huurovereenkomst mocht verwachten, en
- deze staat of eigenschap niet is toe te rekenen aan de huurder.
- [gedaagde] heeft een prestatie (betaling) te vorderen van Bo-Ex,
- Deze prestatie beantwoordt aan zijn schuld aan Bo-Ex; hij kan de vordering van
- [gedaagde] is bevoegd tot betaling van zijn schuld aan Bo-Ex, en
- [gedaagde] is bevoegd betaling van zijn vordering af te dwingen.
4.De beslissing
- € 86,34 aan huurachterstand tot 18 februari 2026,
- € 11,12 aan verschenen wettelijke rente tot 12 september 2025,
- de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 3.468,20 vanaf 12 september 2025, met inachtneming van de verrekening van een bedrag van (€ 1.362,22 + € 950 =) € 2.312,22 op 3 december 2025 (zoals beschreven onder 3.8, 3.13, 3.18 en 3.19 van dit vonnis) en met inachtneming van eventueel verder gedane betalingen,