1.2.Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Met het verzoek om voorlopige voorziening willen verzoekers bereiken dat het vervangen van de losse palen door klappalen wordt opgeschort totdat op hun beroep is beslist.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
4. Voordat kan worden toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening moet worden beoordeeld of verzoekers een spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorlopige voorziening.
5. Verzoekers voeren aan dat de het college bij brief van 29 april 2026 en
e-mailbericht van 20 april 2026 heeft aangegeven dat de werkzaamheden zullen starten op 13 mei 2026 door plaatsing van de sleutelkast. Op 27 mei 2026 zullen de palen worden vervangen. Omdat de plaatsing van de nieuwe klappalen en de sleutelkast volgens verzoekers onomkeerbaar is en zij onvoldoende zijn geïnformeerd over de praktische gevolgen daarvan – daaronder begrepen de bereikbaarheid van de woningen voor hulpdiensten – moeten de werkzaamheden volgens verzoekers worden opgeschort totdat op hun beroep is beslist.
6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een dusdanig spoedeisend belang dat er een voorziening moet worden getroffen. In de brief van 29 april 2026 heeft het college aan de bewoners medegedeeld dat de bestaande losse palen worden vervangen door klappalen met een sleutelkast. Het college heeft uitgelegd dat het huidige verbod om Defensie-eiland op te rijden met gemotoriseerde voertuigen daarmee ongewijzigd blijft. Omdat in de praktijk blijkt dat sommige bestuurders het verbod negeren door de huidige palen weg te nemen en alsnog het eiland op te rijden, is besloten tot het vervangen van die palen door klappalen. Dat de uitvoering van deze werkzaamheden leiden tot een onomkeerbare situatie – zoals verzoekers stellen – volgt de voorzieningenrechter niet. Als het bestreden besluit onjuist blijkt te zijn, en verzoekers toch ontvankelijk zijn in hun bezwaren, dan zal er een inhoudelijke beslissing op hun bezwaar moeten volgen. Mocht dan blijken dat het vervangen van de bestaande losse palen door klappalen onjuist is, dan kunnen de klappalen en de sleutelkast weer worden weggehaald en losse palen worden teruggeplaatst. De voorzieningenrechter ziet daarin dus geen reden om te veronderstellen dat verzoekers de beslissing op hun beroep niet kunnen afwachten.
7. Voor zover verzoekers zorgen hebben over de bereikbaarheid van hun woningen door zorgverleners, mantelzorgers, leveranciers en monteurs is dat niet een gevolg van het plaatsen van de klappalen. In de huidige situatie is het immers met uitzondering van een ontheffing ook niet toegestaan om Defensie-eiland op te rijden met een gemotoriseerd voertuig. Dat die situatie nu verandert door de geplande werkzaamheden, is de voorzieningenrechter niet gebleken. Verzoekers wijzen er verder op dat er onduidelijkheid bestaat over de bereikbaarheid van hun woningen voor hulpdiensten, maar dat volgt de voorzieningenrechter niet. In de brief van het college van 29 april 2026 aan de bewoners staat namelijk dat de hulpdiensten akkoord zijn met het plaatsen van de klappalen omdat zij beschikken over de juiste middelen om de palen te bedienen. De voorzieningenrechter ziet in deze zorgen daarom ook geen aanleiding om een spoedeisend belang aan te nemen bij het treffen van een voorlopige voorziening.
8. Omdat verzoekers naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang hebben, kan de door hen gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit van verweerder evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het besluit in de bodemprocedure in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van de nu overgelegde stukken niet evident is dat het bestreden besluit geen stand zal kunnen houden.
9. Uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van een spoedeisend belang en dat het bestreden besluit ook niet evident onrechtmatig is. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de belangenafweging in het voordeel van verzoekers te laten uitvallen.