Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2372

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
UTR 26/2984
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vervanging toegangspalen Defensie-eiland Woerden

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Woerden om de bestaande losse toegangspalen op Defensie-eiland te vervangen door kunststof klappalen. Het college verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk omdat het vervangen van de palen geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht zou zijn.

Verzoekers stelden dat de werkzaamheden onomkeerbaar zijn en onvoldoende informatie is verstrekt over de gevolgen, met name de bereikbaarheid van woningen voor hulpdiensten. Zij vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de werkzaamheden op te schorten totdat op hun beroep is beslist.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang is, omdat het college heeft toegelicht dat het verbod op gemotoriseerd verkeer ongewijzigd blijft en dat de klappalen indien nodig weer verwijderd kunnen worden. Ook de zorgen over bereikbaarheid voor hulpdiensten werden niet gegrond verklaard, aangezien hulpdiensten akkoord zijn met de klappalen.

Verder is het besluit niet evident onrechtmatig, zodat geen voorlopige voorziening kan worden getroffen. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond en wordt afgewezen. Er worden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vervanging van toegangspalen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en omdat het besluit niet evident onrechtmatig is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/2984

uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoekers]

uit [plaats] , verzoekers
(gemachtigde: C.M. van Hooff),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekers tegen de vervanging van de toegangspalen aan het begin van Defensie-eiland in Woerden.
1.1.
Verzoekers hebben daar bezwaar tegen gemaakt. Het college heeft die bezwaren bij besluit van 12 maart 2026 (het bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard omdat het vervangen van de bestaande losse palen door twee kunststof klappalen volgens haar geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en daar dus ook geen bezwaar tegen open staat.
1.2.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Met het verzoek om voorlopige voorziening willen verzoekers bereiken dat het vervangen van de losse palen door klappalen wordt opgeschort totdat op hun beroep is beslist.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
4. Voordat kan worden toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening moet worden beoordeeld of verzoekers een spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorlopige voorziening.
5. Verzoekers voeren aan dat de het college bij brief van 29 april 2026 en
e-mailbericht van 20 april 2026 heeft aangegeven dat de werkzaamheden zullen starten op 13 mei 2026 door plaatsing van de sleutelkast. Op 27 mei 2026 zullen de palen worden vervangen. Omdat de plaatsing van de nieuwe klappalen en de sleutelkast volgens verzoekers onomkeerbaar is en zij onvoldoende zijn geïnformeerd over de praktische gevolgen daarvan – daaronder begrepen de bereikbaarheid van de woningen voor hulpdiensten – moeten de werkzaamheden volgens verzoekers worden opgeschort totdat op hun beroep is beslist.
6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een dusdanig spoedeisend belang dat er een voorziening moet worden getroffen. In de brief van 29 april 2026 heeft het college aan de bewoners medegedeeld dat de bestaande losse palen worden vervangen door klappalen met een sleutelkast. Het college heeft uitgelegd dat het huidige verbod om Defensie-eiland op te rijden met gemotoriseerde voertuigen daarmee ongewijzigd blijft. Omdat in de praktijk blijkt dat sommige bestuurders het verbod negeren door de huidige palen weg te nemen en alsnog het eiland op te rijden, is besloten tot het vervangen van die palen door klappalen. Dat de uitvoering van deze werkzaamheden leiden tot een onomkeerbare situatie – zoals verzoekers stellen – volgt de voorzieningenrechter niet. Als het bestreden besluit onjuist blijkt te zijn, en verzoekers toch ontvankelijk zijn in hun bezwaren, dan zal er een inhoudelijke beslissing op hun bezwaar moeten volgen. Mocht dan blijken dat het vervangen van de bestaande losse palen door klappalen onjuist is, dan kunnen de klappalen en de sleutelkast weer worden weggehaald en losse palen worden teruggeplaatst. De voorzieningenrechter ziet daarin dus geen reden om te veronderstellen dat verzoekers de beslissing op hun beroep niet kunnen afwachten.
7. Voor zover verzoekers zorgen hebben over de bereikbaarheid van hun woningen door zorgverleners, mantelzorgers, leveranciers en monteurs is dat niet een gevolg van het plaatsen van de klappalen. In de huidige situatie is het immers met uitzondering van een ontheffing ook niet toegestaan om Defensie-eiland op te rijden met een gemotoriseerd voertuig. Dat die situatie nu verandert door de geplande werkzaamheden, is de voorzieningenrechter niet gebleken. Verzoekers wijzen er verder op dat er onduidelijkheid bestaat over de bereikbaarheid van hun woningen voor hulpdiensten, maar dat volgt de voorzieningenrechter niet. In de brief van het college van 29 april 2026 aan de bewoners staat namelijk dat de hulpdiensten akkoord zijn met het plaatsen van de klappalen omdat zij beschikken over de juiste middelen om de palen te bedienen. De voorzieningenrechter ziet in deze zorgen daarom ook geen aanleiding om een spoedeisend belang aan te nemen bij het treffen van een voorlopige voorziening.
8. Omdat verzoekers naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang hebben, kan de door hen gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit van verweerder evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het besluit in de bodemprocedure in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat op basis van de nu overgelegde stukken niet evident is dat het bestreden besluit geen stand zal kunnen houden.
9. Uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van een spoedeisend belang en dat het bestreden besluit ook niet evident onrechtmatig is. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de belangenafweging in het voordeel van verzoekers te laten uitvallen.

Conclusie en gevolgen

10. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Er bestaat daarom ook geen aanleiding om een ordemaatregel te treffen. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.L. Kosterman-Meijer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.