Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2353

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
C/16/605196 / HL RK 26-2
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 196 RvArt. 197 RvArt. 7 GwArt. 8 EVRMArt. 10 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek inzage scenario TV-serie over koningshuis wegens bescherming vrijheid van meningsuiting

RTL en Videoland produceren een dramaserie over het Nederlandse koningshuis waarin een verhaallijn voorkomt over prinses A, de voormalig echtgenote van verzoeker. Verzoeker vreesde ongewenste en onjuiste berichtgeving over zichzelf en vroeg inzage in het scenario om te beoordelen of de wijze van afbeelden onrechtmatig zou zijn.

De rechtbank overwoog dat het verzoek om inzage neerkomt op een voorlopige bewijsverrichting, bedoeld om bewijs te verzamelen voorafgaand aan een mogelijke rechtszaak. Hoewel dergelijke verzoeken in beginsel worden toegewezen, kan de rechter weigeren indien gewichtige redenen zich daartegen verzetten.

De rechtbank stelde dat toewijzing van het verzoek een onaanvaardbare inperking van de vrijheid van meningsuiting zou betekenen, wat een grondrecht is verankerd in artikel 7 van Pro de Grondwet en artikel 10 EVRM Pro. Het recht op privacy en reputatiebescherming van verzoeker weegt in deze zaak minder zwaar, mede omdat er geen aannemelijke aanwijzingen zijn dat de serie onrechtmatig is of onherstelbare schade zal veroorzaken.

De rechtbank benadrukte dat de rechtmatigheid van publicaties in principe achteraf wordt beoordeeld en dat preventieve censuur slechts in uitzonderlijke gevallen is toegestaan. Gezien het ontbreken van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden wees de rechtbank het verzoek af.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om inzage in het scenario van de TV-serie wordt afgewezen vanwege bescherming van de vrijheid van meningsuiting.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/605196 / HL RK 26-2
Beschikking van 13 mei 2026
in de zaak van
[verzoekende partij],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekende partij] ,
advocaat: mr. K. Ripken,
tegen

1.RTL NEDERLAND B.V.,

te Hilversum,
advocaat: mr. A.P. Groen,
2.
VIDEOLAND B.V.,
te Hilversum,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: RTL en Videoland,
advocaat: mr. A.P. Groen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van [verzoekende partij] met producties,
- het verweerschrift van RTL en Videoland,
- de mondelinge behandeling van 31 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De kern van de zaak

2.1.
RTL en Videoland maken een dramaserie over het Nederlandse koningshuis. In deze serie komt een verhaallijn voor over prinses [A] , de voormalig echtgenote van [verzoekende partij] . [verzoekende partij] wil weten of en op welke wijze hij neergezet wordt in die serie, omdat hij vreest voor ongewenste en onjuiste berichtgeving over hem. Hij wil beoordelen of de wijze waarop hij wordt afgebeeld een onrechtmatige publicatie oplevert. Hij vraagt daarom – na vermindering van het verzoek tijdens de mondelinge behandeling – om inzage in het scenario voor zover hij daarin wordt genoemd, verbeeld of herkenbaar in beeld komt. RTL en Videoland vragen om afwijzing van dit verzoek, omdat zij vinden dat zij de vrijheid hebben om een serie te maken waarin [verzoekende partij] voorkomt, zonder dat zij dit aan hem hoeven voor te leggen. RTL en Videoland krijgen gelijk.

3.De beoordeling

Het beoordelingskader
3.1.
In artikel 196 en Pro 197 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald dat een partij, voordat die partij een procedure start, een zogenaamde voorlopige bewijsverrichting kan verzoeken. Dat houdt in dat een partij bijvoorbeeld ter voorbereiding op een eventuele rechtszaak bewijs kan veiligstellen of verzamelen. Deze verzoeken worden in beginsel toegewezen door de rechter, tenzij er sprake is van één van de volgende uitzonderingsgronden:
- dat de informatie die wordt verlangd, niet voldoende bepaald is;
- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde;
- er sprake is van misbruik van bevoegdheid; of
- als er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
De rechtbank wijst het verzoek af
3.2.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoekende partij] afwijzen, omdat er een gewichtige reden bestaat die zich verzet tegen de voorlopige bewijsverrichting. Toewijzen van het verzoek zou namelijk de vrijheid van meningsuiting op een onaanvaardbare manier inperken. De rechtbank heeft hiervoor de volgende redenen.
3.3.
In artikel 7 van Pro de Grondwet (Gw) en artikel 10 van Pro het Verdrag inzake de Rechten van de Mens (EVRM) is het grondrecht op de vrijheid van meningsuiting neergelegd. Dit houdt in dat RTL en Videoland in principe een vergaande vrijheid hebben om te publiceren wat zij willen. Tegenover dit recht staat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer of privacy, vastgelegd in artikel 8 EVRM Pro. Dit betekent voor deze situatie dat [verzoekende partij] niet door lichtvaardige publicaties mag worden blootgesteld aan vergaande beschadiging van zijn reputatie. Als deze rechten botsen, moet de rechter een belangenafweging maken om te bepalen welk recht in een specifieke situatie zwaarder weegt. Voor deze belangenafweging zijn alle omstandigheden van het geval van belang. In deze zaak weegt het recht op vrijheid van meningsuiting volgens de rechtbank zwaarder, vanwege de volgende omstandigheden.
3.4.
RTL en Videoland hebben veel ruimte om series te ontwikkelen over maatschappelijk relevante thema’s zoals de levens van leden van het koningshuis, en de personen die daarvan deel uitmaken of hebben gemaakt. Het verzoek van [verzoekende partij] komt neer op (een vorm van) censuur vóór publicatie. [verzoekende partij] heeft aangegeven dat er wat hem betreft geen sprake is van preventieve censuur, maar van het voorkomen van schade als gevolg van onrechtmatige publicaties. Daarin gaat de rechtbank niet mee. Het staat vast dat de serie van RTL en Videoland nog niet gepubliceerd is en dat de inhoud ervan ook nog niet met het publiek is gedeeld. [verzoekende partij] wil inzage omdat hij wil beoordelen of hij aansluitend op onderhavige procedure een publicatieverbod zal vorderen. Maar het uitgangspunt is dat ná publicatie pas wordt beoordeeld of deze onrechtmatig was, omdat anders de beperking van de vrijheid van meningsuiting te ingrijpend zou zijn. Dit is alleen anders in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als van te voren al duidelijk is dat delen van de publicatie onrechtmatig zijn en er onherstelbare schade zal optreden als de rechter niet een verbod oplegt. Van zulke uitzonderlijke omstandigheden is in deze situatie niet gebleken. [verzoekende partij] heeft niets aangevoerd waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat delen van de serie onrechtmatig zullen zijn, en ook niet dat er onherstelbare reputatieschade zal optreden.
3.5.
Hiertegenover staat het belang van [verzoekende partij] . De rechtbank begrijpt dat [verzoekende partij] , zeker gezien zijn ervaringen in het verleden met ongewenste media-aandacht, graag inzage wil en wil voorkomen dat er eventueel onjuiste informatie over hem openbaar wordt gemaakt. Maar dit weegt in deze situatie niet op tegen de vrijheid van meningsuiting van RTL en Videoland, en het uitgangspunt dat de rechtmatigheid van een publicatie achteraf getoetst wordt. De rechtbank zal daarom het verzochte afwijzen.
3.6.
Tegen de beslissing op het verzoek tot inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens kan hoger beroep worden ingesteld.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
wijst het verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
5827