Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2332

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
C/16/608539 / HL ZA 26-77
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 OwArt. 4.4 Aanvullingswet grondeigendom OmgevingswetArt. 50 OwArt. 54f OwArt. 54j lid 1 Ow
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervroegde onteigening en tussenkomst rechthebbende erfdienstbaarheid in onroerende zaken

In deze civiele zaak vordert ProRail de vervroegde onteigening van meerdere onroerende zaken die eigendom zijn van Railinfratrust en bezwaard met een erfdienstbaarheid ten behoeve van een derde partij, hierna [eiser].

De rechtbank stelt vast dat de Onteigeningswet nog van toepassing is vanwege het tijdstip van het verzoek en staat toe dat [eiser] als rechthebbende op de erfdienstbaarheid tussenkomt in de hoofdzaak. Railinfratrust wordt niet toegelaten tot tussenkomst omdat zij reeds partij is en zich niet verzet tegen de onteigening.

De vervroegde onteigening wordt toegewezen, waarbij de schadeloosstelling aan Railinfratrust en ProRail wordt vastgesteld op respectievelijk € 2.000 en nihil. Voor [eiser] wordt een voorschot op schadeloosstelling van € 404.257 vastgesteld, omdat hij het aanbod niet heeft aanvaard. De rechtbank benoemt deskundigen voor de opneming en begroting van de schadeloosstelling en wijst ProRail aan als partij die de proceskosten en advertentiekosten moet dragen.

De procedure wordt aangehouden voor verdere beslissingen, en de griffier wordt opgedragen het vonnis aan de deskundigen te sturen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vervroegde onteigening toe, staat tussenkomst toe aan de rechthebbende erfdienstbaarheid en benoemt deskundigen voor schadeloosstelling.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/608539 / HL ZA 26-77
Vonnis in het incident en in de hoofdzaak van 29 april 2026
in de zaak van
PRORAIL B.V.,
te Utrecht,
eisende partij in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
hierna te noemen: ProRail,
advocaat: mr. H.X. Botter,
tegen

1.RAILINFRATRUST B.V.,

te Utrecht,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
hierna te noemen: Railinfratrust,
advocaat: mr. N.C.H. Vrijsen,
2.
PRORAIL B.V.,
te Utrecht,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. H.X. Botter,
en
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaten: mr. J.W.M. Hagelaars en mr. P.J. Berndes.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 6 maart 2026 met producties 1 tot en met 10;
- de akte van depot van 12 maart 2026;
- het exploot van 12 maart 2026, waarbij de dagvaarding is overbetekend aan [eiser] ;
- het exploot van 13 maart 2026, waarbij de dagvaarding is overbetekend aan Railinfratrust;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst van [eiser] ;
- de conclusie van antwoord in het incident en de hoofdzaak van ProRail;
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak tevens incidentele conclusie tot tussenkomst van Railinfratrust;
- de conclusie van antwoord van [eiser] in de hoofdzaak.
1.2
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis wordt gewezen.

2.De vordering en de beoordeling in het incident

Het oude recht is van toepassing
2.1
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. De Onteigeningswet is komen te vervallen. Op grond van artikel 4.4 Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is de Onteigeningswet in deze zaak nog van toepassing, omdat vóór 1 januari 2024 een verzoek tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 78 Onteigeningswet Pro is ingediend.
Inleiding
2.2
In de hoofdzaak wordt de onteigening gevorderd van aan Railinfratrust in eigendom toebehorende onroerende zaken (grondplannummers [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer] ). De percelen waarvan de onroerende zaken deel uitmaken, zijn bezwaard met een erfdienstbaarheid (van overweg) ten behoeve van aan [eiser] toebehorende onroerende zaken.
[eiser] wordt toegelaten als tussenkomende partij
2.3
In het incident vordert [eiser] dat hem als rechthebbende op de erfdienstbaarheid wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen.
2.4
ProRail verzet zich niet tegen de gevorderde tussenkomst van [eiser] . Railinfratrust heeft hierop niet gereageerd.
2.5
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 3 lid 2 Ow Pro kunnen (onder meer) beperkt gerechtigden, zolang de eindconclusies door partijen niet zijn genomen, aan de rechter verzoeken in het geding van onteigening te mogen tussenkomen. Als rechthebbende op een erfdienstbaarheid die op de onroerende zaken is gevestigd waarvan onteigening wordt gevorderd, heeft [eiser] voldoende belang bij tussenkomst. ProRail en Railinfratrust hebben zich hiertegen ook niet verzet, zodat [eiser] zal worden toegelaten als tussenkomende partij.
2.6
De beslissing over de gevorderde proceskosten verbonden aan de tussenkomst zal worden aangehouden, totdat over de aan [eiser] ter zake de onteigening te betalen (definitieve) schadeloosstelling wordt beslist.
Railinfratrust hoeft niet tussen te komen
2.7
In het Koninklijk Besluit waarbij de onroerende zaken ter onteigening zijn aangewezen, is (de rechtsvoorganger van) ProRail nog genoemd als eigenaar van de grondplannummers [nummer] , [nummer] en [nummer] . Om die reden heeft Railinfratrust volledigheidshalve gevorderd te mogen tussenkomen voor zover de procedure ziet op deze grondplannummers. De andere partijen hebben nog niet op deze vordering kunnen reageren. Vast staat echter dat Railinfratrust inmiddels eigenaar is van alle onroerende zaken, dat zij partij is in deze procedure en dat zij zich niet verzet tegen de onteigening en de aangeboden schadeloosstelling. De gevorderde onteigening wordt in dit vonnis ook toegewezen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor Railinfratrust om tussen te komen. Deze vordering wordt daarom afgewezen.

3.De vordering en de beoordeling in de hoofdzaak

De vervroegde onteigening wordt uitgesproken
3.1
In de hoofdzaak vordert ProRail – kort gezegd – op grond van artikel 54f Ow e.v. de vervroegde onteigening van de onder de beslissing genoemde onroerende zaken, alsook de bepaling van (het voorschot op) de schadeloosstellingen en – als de aangeboden schadeloosstellingen niet worden aanvaard – deskundigen te benoemen en een descente te bepalen.
3.2
Railinfratrust is de eigenaar van de onroerende zaken. Volledigheidshalve heeft ProRail ook zichzelf gedagvaard, omdat zij (althans, haar rechtsvoorganger) in het Koninklijk Besluit van 24 augustus 2024 nog staat genoemd als eigenaar. De onroerende zaken zijn echter allemaal in eigendom overgedragen aan Railinfratrust. De percelen waarvan de onroerende zaken deel uitmaken, zijn bezwaard met een erfdienstbaarheid (van overweg) ten behoeve van aan [eiser] toebehorende onroerende zaken.
3.3
Railinfratrust, ProRail en [eiser] verzetten zich niet tegen de gevorderde vervroegde onteigening. Gelet daarop en op het feit dat de in de Onteigeningswet voorgeschreven formaliteiten en termijnen zijn nageleefd, wordt de vordering van ProRail tot het vervroegd uitspreken van de onteigening van de onroerende zaken toegewezen.
De schadeloosstelling voor Railinfratrust en ProRail wordt vastgesteld
3.4
Met betrekking tot de schadeloosstelling heeft ProRail aan Railinfratrust een bedrag van € 2.000,00 aangeboden en aan ProRail een bedrag van nihil. Railinfratrust en ProRail hebben dit aanbod aanvaard. De rechtbank zal de schadeloosstelling daarom op deze bedragen vaststellen.
Het voorschot op de schadeloosstelling voor [eiser] wordt bepaald
3.5
Met betrekking tot de schadeloosstelling heeft ProRail aan [eiser] een bedrag van
€ 404.257,00 aangeboden. [eiser] heeft dit aanbod niet aanvaard. Daarom kan deze schadeloosstelling nog niet worden vastgesteld. De rechtbank zal daarom deskundigen benoemen om de schadeloosstelling te begroten en zal een opneming door deskundigen van de onroerende zaken gelasten.
3.6
Bij e-mail van 16 april 2026 zijn ProRail en [eiser] bericht dat de rechtbank voornemens is om de onder 4.9 genoemde personen als deskundige te benoemen. Zij hebben daartegen geen bezwaar gemaakt.
3.7
ProRail zal worden veroordeeld tot betaling van een voorschot op de schadeloosstelling aan [eiser] . ProRail heeft voorgesteld het voorschot vast te stellen op een bedrag van 100% van het aangeboden bedrag, zodat het stellen van zekerheid achterwege kan blijven. [eiser] heeft zich hier niet tegen verzet zodat de rechtbank het door ProRail te betalen voorschot zal vaststellen op 100% van de aangeboden schadeloosstelling, zijnde
€ 404.257,00.
ProRail moet de proceskosten van Railinfratrust betalen
3.8
Op grond van het bepaalde in artikel 50 Ow Pro komen de kosten van het proces in beginsel ten laste van de onteigenende partij, behoudens enkele uitzonderingsgronden die zich hier niet voordoen.
3.9
Onder de kosten van het geding zijn begrepen kosten van rechtsbijstand of andere deskundige bijstand. Niet gebleken is dat Railinfratrust en ProRail (als gedaagde partij) dergelijke kosten hebben gemaakt. Wel zal ProRail (als eisende partij) worden veroordeeld om het door Railinfratrust betaalde griffierecht van € 7.602,00 aan haar te vergoeden. ProRail heeft als gedaagde partij ook griffierecht betaald, maar de rechtbank ziet geen aanleiding om ProRail te veroordelen griffierecht aan zichzelf te betalen.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden
4.19.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident:
4.1
staat [eiser] toe in de hoofdzaak tussen te komen;
4.2
wijst de vordering van Railinfratrust om in de hoofdzaak tussen te komen af;
4.3
houdt de beslissing over de kosten van het incident aan;
in de hoofdzaak
de vervroegde onteigening
4.4
spreekt bij vervroeging uit de onteigening ten name van ProRail en ten algemenen nutte van de onroerende zaken die zijn aangewezen in het Koninklijk Besluit van 24 augustus 2024 (nr. 2024001801, Stcr. 3 oktober 2024, nr. 31766), zijnde de onroerende zaken met grondplannummers [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer] , zoals nader aangeduid op de grondplantekening in productie 10 bij de dagvaarding, welke tekening aan dit vonnis is gehecht, en zoals nader in de bij het Koninklijk Besluit behorende perceellijst aangeduid als:
kadastraal bekend gemeente Woerden, sectie [letter] , nummer [nummer] (totaal groot 1.990 m2), ter grootte van 19 m2 (grondplannummer [nummer] );
kadastraal bekend gemeente Woerden, sectie [letter] , nummer [nummer] (totaal groot 2.270 m2), ter grootte van 8 m2 (grondplannummer [nummer] );
kadastraal bekend gemeente Woerden, sectie [letter] , nummer [nummer] (totaal groot 14.825 m2), ter grootte van 1 m2 (grondplannummer [nummer] );
kadastraal bekend gemeente Woerden, sectie [letter] , nummer [nummer] (totaal groot 14.825 m2), ter grootte van 219 m2 (grondplannummer [nummer] );
de schadeloosstelling aan ProRail en Railinfratrust
4.5
stelt de aan Railinfratrust toekomende schadeloosstelling vast op € 2.000,00;
4.6
stelt de aan ProRail toekomende schadeloosstelling vast op nihil;
het voorschot op de schadeloosstelling aan [eiser]
4.7
bepaalt het aan [eiser] toekomende voorschot op de schadeloosstelling op
€ 404.257,00;
4.8
benoemt mr. J.M. van Wegen als rechter-commissaris;
4.9
benoemt tot deskundigen voor de opneming van de ligging en gesteldheid van de
onroerende zaken en het begroten van de schadeloosstelling:
- mr. I.P.A. van Heijst, voorzitter
adres: Kerklaan 3, 6891 CL Rozendaal
telefoon: [telefoonnummer]
e-mail: [emailadres] .nl
- ing. J.L. Scheffer
adres: Voorstraat 12, 3931 HD Woudenberg
telefoon: [telefoonnummer]
e-mail: [emailadres] .nl
- ir. E.G.J. Schuerink
adres: Hoofdstraat 102, 7061 CM Terborg
telefoon: [telefoonnummer]
e-mail: [emailadres] .nl
4.1
bepaalt dat
ProRail, [eiser] en de deskundigenuiterlijk op
13 mei 2026bij brief aan de rechtbank kunnen opgeven op welke dagen zij in de maanden
september tot en met december 2026verhinderd zijn, daarbij moeten ten minste 20 dagen, of 40 dagdelen, vrij zijn gelaten waarop de opneming van de ligging en gesteldheid van de onroerende zaak kan plaatsvinden;
4.11
bepaalt dat voor het opgeven van verhinderdagen geen nader uitstel zal worden verleend;
4.12
bepaalt dat wanneer de tijd en plaats van de plaatsopneming bekend zijn de in de gemeente Woerden verschijnende editie van het Algemeen Dagblad als nieuws- en advertentieblad wordt aangewezen als het nieuwsblad waarin de aankondiging van de descente als bedoeld in artikel 54j lid 1 jo. artikel 27 lid 2 jo Pro. artikel 28 jo Pro Ow moet geschieden;
4.13
bepaalt dat de advertentiekosten ten laste van ProRail komen;
4.14
bepaalt dat ProRail kopieën van het procesdossier inclusief alle daarbij behorende stukken aan de deskundigen moet toesturen;
4.15
bepaalt dat partijen uiterlijk twee weken voor de datum van de descente de stukken waarop zij tijdens de descente een beroep wensen te doen en ook de stukken die voor de plaatsopneming relevant zijn moeten toesturen aan de rechtbank met een afschrift aan de andere partij en de deskundigen;
Overig
4.16
wijst de in de gemeente Woerden verschijnende editie van het Algemeen Dagblad aan als het nieuwsblad waarin overeenkomstig artikel 54 Ow Pro een uittreksel van dit vonnis door de griffier geplaatst moet worden;
4.17
bepaalt dat de kosten van de hiervoor bedoelde advertentie ten laste van ProRail komen;
4.18
veroordeelt ProRail tot betaling aan Railinfratrust van € 7.602,00 aan griffierecht;
4.19
draagt de griffier op om een afschrift van dit vonnis aan de deskundigen te sturen;
4.2
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.
5274
Bijlage: Grondplantekening